10 Yunus (De profeet Jonas)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige
الٓرٰ ۟ تِلۡکَ اٰیٰتُ الۡکِتٰبِ الۡحَکِیۡمِ ﴿۱﴾
010.001 Alif-lam-ra tilka ayatu alkitabi alhakeemi
10:1 Alief Laam Ra. Dit zijn de verzen van het wijze boek.

اَکَانَ لِلنَّاسِ عَجَبًا اَنۡ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلٰی رَجُلٍ مِّنۡہُمۡ اَنۡ اَنۡذِرِ النَّاسَ وَ بَشِّرِ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَنَّ لَہُمۡ قَدَمَ صِدۡقٍ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ ؕؔ قَالَ الۡکٰفِرُوۡنَ اِنَّ ہٰذَا لَسٰحِرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۲﴾
010.002 Akana lilnnasi AAajaban an awhayna ila rajulin minhum an anthiri alnnasa wabashshiri allatheena amanoo anna lahum qadama sidqin AAinda rabbihim qala alkafiroona inna hatha lasahirun mubeenun
10:2 Is het voor de mensen een wonder dat Wij aan een man van hen (het volgende) openbaarden: "Waarschuw de mens en geef het goede nieuws aan degenen die geloven dat er voor hen een eervolle positie dichtbij hun Heer is." De ongelovigen zeiden: "Voorzeker, dit is zeker een duidelijke tovenaar."

اِنَّ رَبَّکُمُ اللّٰہُ الَّذِیۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ فِیۡ سِتَّۃِ اَیَّامٍ ثُمَّ اسۡتَوٰی عَلَی الۡعَرۡشِ یُدَبِّرُ الۡاَمۡرَ ؕ مَا مِنۡ شَفِیۡعٍ اِلَّا مِنۡۢ بَعۡدِ اِذۡنِہٖ ؕ ذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبُّکُمۡ فَاعۡبُدُوۡہُ ؕ اَفَلَا تَذَکَّرُوۡنَ ﴿۳﴾
010.003 Inna rabbakumu Allahu allathee khalaqa alssamawati waal-arda fee sittati ayyamin thumma istawa AAala alAAarshi yudabbiru al-amra ma min shafeeAAin illa min baAAdi ithnihi thalikumu Allahu rabbukum faoAAbudoohu afala tathakkaroona
10:3 Voorzeker, jullie Heer is Allah! Degene die de hemelen en de aarde in zes dagen schiep. Vervolgens, 'Istawa' (steeg) Hij op de troon (op een manier die bij Zijn Majesteit past) om alles te regelen. Er is geen bemiddelaar zonder Zijn toestemming. Dat is Allah jouw Heer, dus aanbid Hem. Dus willen jullie Hem niet gedenken? (Notitie: zie ook 20:5, 57:22, 6:59, alles gebeurt met het verlof van Allah.)

اِلَیۡہِ مَرۡجِعُکُمۡ جَمِیۡعًا ؕ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقًّا ؕ اِنَّہٗ یَبۡدَؤُا الۡخَلۡقَ ثُمَّ یُعِیۡدُہٗ لِیَجۡزِیَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ بِالۡقِسۡطِ ؕ وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَہُمۡ شَرَابٌ مِّنۡ حَمِیۡمٍ وَّ عَذَابٌ اَلِیۡمٌۢ بِمَا کَانُوۡا یَکۡفُرُوۡنَ ﴿۴﴾
010.004 Ilayhi marjiAAukum jameeAAan waAAda Allahi haqqan innahu yabdao alkhalqa thumma yuAAeeduhu liyajziya allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati bialqisti waallatheena kafaroo lahum sharabun min hameemin waAAathabun aleemun bima kanoo yakfuroona
10:4 Tot Hem zullen jullie allen terug keren. De belofte van Allah is waar. Voorzeker, Hij begon de schepping, vervolgens zal Hij opnieuw scheppen (m.b.t. de dag des oordeels), zodat Hij de gelovigen en degenen die goede daden deden zal belonen op basis van rechtvaardigheid. Maar degenen die niet geloofden, voor hen zullen er (verschillende) dranken zijn van kokende vloeistoffen en een pijnlijke straf. (Notitie: zie ook 50:15 m.b.t. de schepping.)

ہُوَ الَّذِیۡ جَعَلَ الشَّمۡسَ ضِیَآءً وَّ الۡقَمَرَ نُوۡرًا وَّ قَدَّرَہٗ مَنَازِلَ لِتَعۡلَمُوۡا عَدَدَ السِّنِیۡنَ وَ الۡحِسَابَ ؕ مَا خَلَقَ اللّٰہُ ذٰلِکَ اِلَّا بِالۡحَقِّ ۚ یُفَصِّلُ الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّعۡلَمُوۡنَ ﴿۵﴾
010.005 Huwa allathee jaAAala alshshamsa diyaan waalqamara nooran waqaddarahu manazila litaAAlamoo AAadada alssineena waalhisaba ma khalaqa Allahu thalika illa bialhaqqi yufassilu al-ayati liqawmin yaAAlamoona
10:5 Hij is Degene Die de zon als een stralende lichtbron maakte en de maan als een (gereflecteerde) licht. En Hij heeft fases ervoor (de maan) vastgesteld, zodat je het aantal jaren en de tijd kan berekenen. Allah heeft het in perfectie geschapen. Hij legt de tekenen uit voor een volk dat begrijpt. (Notitie: zie ook 36:39-40, 71:15-16, 76:3)

اِنَّ فِی اخۡتِلَافِ الَّیۡلِ وَ النَّہَارِ وَ مَا خَلَقَ اللّٰہُ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّتَّقُوۡنَ ﴿۶﴾
010.006 Inna fee ikhtilafi allayli waalnnahari wama khalaqa Allahu fee alssamawati waal-ardi laayatin liqawmin yattaqoona
10:6 Voorzeker, in het afwisselen van de nacht en de dag, en ook wat door Allah in de hemelen en op de aarde is gemaakt, zijn tekenen voor de Moetaqoens (godvrezend 2:2-5).

اِنَّ الَّذِیۡنَ لَا یَرۡجُوۡنَ لِقَآءَنَا وَ رَضُوۡا بِالۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ اطۡمَاَنُّوۡا بِہَا وَ الَّذِیۡنَ ہُمۡ عَنۡ اٰیٰتِنَا غٰفِلُوۡنَ ۙ﴿۷﴾
010.007 Inna allatheena la yarjoona liqaana waradoo bialhayati alddunya waitmaannoo biha waallatheena hum AAan ayatina ghafiloona
10:7 Voorzeker, degenen die niet geloven in de ontmoeting met Ons en die met het wereldse leven tevreden zijn en zich gerust ermee voelen, zijn achteloos voor Onze tekenen.

اُولٰٓئِکَ مَاۡوٰىہُمُ النَّارُ بِمَا کَانُوۡا یَکۡسِبُوۡنَ ﴿۸﴾
010.008 Ola-ika ma/wahumu alnnaru bima kanoo yaksiboona
10:8 Hun verblijfplaats zal het vuur zijn door datgeen wat ze deden.

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ یَہۡدِیۡہِمۡ رَبُّہُمۡ بِاِیۡمَانِہِمۡ ۚ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہِمُ الۡاَنۡہٰرُ فِیۡ جَنّٰتِ النَّعِیۡمِ ﴿۹﴾
010.009 Inna allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati yahdeehim rabbuhum bi-eemanihim tajree min tahtihimu al-anharu fee jannati alnnaAAeemi
10:9 Voorzeker, degenen die geloven en goede daden verrichten, hun Heer zal hun leiden door hun geloof naar tuinen van gelukzaligheid, waaronder rivieren stromen.

دَعۡوٰىہُمۡ فِیۡہَا سُبۡحٰنَکَ اللّٰہُمَّ وَ تَحِیَّتُہُمۡ فِیۡہَا سَلٰمٌ ۚ وَ اٰخِرُ دَعۡوٰىہُمۡ اَنِ الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ رَبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿٪۱۰﴾
010.010 DaAAwahum feeha subhanaka allahumma watahiyyatuhum feeha salamun waakhiru daAAwahum ani alhamdu lillahi rabbi alAAalameena
10:10 Hun smeekgebed die ze daar zullen verrichten zal zijn: "Soebhanaka Allahoemma (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming bent U, O Allah)!" En hun manier van groeten zal daar zijn: "Selaam (vrede)." En ze eindigen hun smeekgebed met: "Alhamdoe Lilla hie Rabbiel Alamien (Alle lof en dank behoren aan Allah toe, de Heer der werelden)!"

وَ لَوۡ یُعَجِّلُ اللّٰہُ لِلنَّاسِ الشَّرَّ اسۡتِعۡجَالَہُمۡ بِالۡخَیۡرِ لَقُضِیَ اِلَیۡہِمۡ اَجَلُہُمۡ ؕ فَنَذَرُ الَّذِیۡنَ لَا یَرۡجُوۡنَ لِقَآءَنَا فِیۡ طُغۡیَانِہِمۡ یَعۡمَہُوۡنَ ﴿۱۱﴾
010.011 Walaw yuAAajjilu Allahu lilnnasi alshsharra istiAAjalahum bialkhayri laqudiya ilayhim ajaluhum fanatharu allatheena la yarjoona liqaana fee tughyanihim yaAAmahoona
10:11 En als Allah (het gevolg van) de slechte daden voor de mensheid zou verhaasten, net zoals de mens zich naar het goede (wereldse rijkdommen) haast, dan zou hun termijn (hun dood) vervroegd zijn. Maar Wij laten hen die niet in de ontmoeting met Ons geloven, blindelings in hun overtreding dwalen. (Notitie: zie 2:216.)

وَ اِذَا مَسَّ الۡاِنۡسَانَ الضُّرُّ دَعَانَا لِجَنۡۢبِہٖۤ اَوۡ قَاعِدًا اَوۡ قَآئِمًا ۚ فَلَمَّا کَشَفۡنَا عَنۡہُ ضُرَّہٗ مَرَّ کَاَنۡ لَّمۡ یَدۡعُنَاۤ اِلٰی ضُرٍّ مَّسَّہٗ ؕ کَذٰلِکَ زُیِّنَ لِلۡمُسۡرِفِیۡنَ مَا کَانُوۡا یَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۲﴾
010.012 Wa-itha massa al-insana alddurru daAAana lijanbihi aw qaAAidan aw qa-iman falamma kashafna AAanhu durrahu marra kaan lam yadAAuna ila durrin massahu kathalika zuyyina lilmusrifeena ma kanoo yaAAmaloona
10:12 En wanneer de mens tegenslag treft (door zijn eigen slechte daden), dan roept hij Ons liggend, zittend of staand aan. Echter, wanneer Wij dan zijn moeilijkheid verwijderen, gaat hij verder net als of hij ons nooit voor hulp voor de tegenslag aangeroepen had. Hun buitensporige daden zijn dus schoonschijnend voor hen gemaakt. (Notitie: doordat het probleem opgelost is, erkennen ze niet de foutieve gedrag. En hun daden worden dus schoonschijnend gemaakt.)

وَ لَقَدۡ اَہۡلَکۡنَا الۡقُرُوۡنَ مِنۡ قَبۡلِکُمۡ لَمَّا ظَلَمُوۡا ۙ وَ جَآءَتۡہُمۡ رُسُلُہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ وَ مَا کَانُوۡا لِیُؤۡمِنُوۡا ؕ کَذٰلِکَ نَجۡزِی الۡقَوۡمَ الۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿۱۳﴾
010.013 Walaqad ahlakna alquroona min qablikum lamma thalamoo wajaat-hum rusuluhum bialbayyinati wama kanoo liyu/minoo kathalika najzee alqawma almujrimeena
10:13 En waarlijk, we vernietigden de oude generaties toen ze onrecht deden. De boodschappers kwamen tot hen met duidelijke bewijzen, echter ze geloofden hen niet. Dus vergolden Wij de misdadigers.

ثُمَّ جَعَلۡنٰکُمۡ خَلٰٓئِفَ فِی الۡاَرۡضِ مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ لِنَنۡظُرَ کَیۡفَ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۱۴﴾
010.014 Thumma jaAAalnakum khala-ifa fee al-ardi min baAAdihim linanthura kayfa taAAmaloona
10:14 Vervolgens, deden Wij na (de vernietiging van) hen jullie toenemen op de aarde, zodat Wij (de vruchten van) jullie daden konden zien.

وَ اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِمۡ اٰیَاتُنَا بَیِّنٰتٍ ۙ قَالَ الَّذِیۡنَ لَا یَرۡجُوۡنَ لِقَآءَنَا ائۡتِ بِقُرۡاٰنٍ غَیۡرِ ہٰذَاۤ اَوۡ بَدِّلۡہُ ؕ قُلۡ مَا یَکُوۡنُ لِیۡۤ اَنۡ اُبَدِّلَہٗ مِنۡ تِلۡقَآیِٔ نَفۡسِیۡ ۚ اِنۡ اَتَّبِعُ اِلَّا مَا یُوۡحٰۤی اِلَیَّ ۚ اِنِّیۡۤ اَخَافُ اِنۡ عَصَیۡتُ رَبِّیۡ عَذَابَ یَوۡمٍ عَظِیۡمٍ ﴿۱۵﴾
010.015 Wa-itha tutla AAalayhim ayatuna bayyinatin qala allatheena la yarjoona liqaana i/ti biqur-anin ghayri hatha aw baddilhu qul ma yakoonu lee an obaddilahu min tilqa-i nafsee in attabiAAu illa ma yooha ilayya innee akhafu in AAasaytu rabbee AAathaba yawmin AAatheemin
10:15 En wanneer er tot hen Onze verzen als duidelijke bewijs opgelezen wordt, zeggen degenen die niet op Onze ontmoeting hopen: "Breng een andere Koran dan deze of verander het." Zeg: "Het is niet aan mij om het zelf te veranderen. Ik volg alleen wat aan mij geopenbaard is. Voorzeker, ik vrees de straf op een grote dag als ik mijn Heer niet gehoorzaam." (Notitie: zie ook 39:13)

قُلۡ لَّوۡ شَآءَ اللّٰہُ مَا تَلَوۡتُہٗ عَلَیۡکُمۡ وَ لَاۤ اَدۡرٰىکُمۡ بِہٖ ۫ۖ فَقَدۡ لَبِثۡتُ فِیۡکُمۡ عُمُرًا مِّنۡ قَبۡلِہٖ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ ﴿۱۶﴾
010.016 Qul law shaa Allahu ma talawtuhu AAalaykum wala adrakum bihi faqad labithtu feekum AAumuran min qablihi afala taAAqiloona
10:16 Zeg: "Als Allah het had gewild, dan had ik het niet aan jullie gereciteerd. Noch zou Hij het aan jullie kenbaar maken. Waarlijk ik heb mijn hele leven ervoor (voordat de openbaring kwam) met jullie geleefd. Waarom denken jullie niet na?"

فَمَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا اَوۡ کَذَّبَ بِاٰیٰتِہٖ ؕ اِنَّہٗ لَا یُفۡلِحُ الۡمُجۡرِمُوۡنَ ﴿۱۷﴾
010.017 Faman athlamu mimmani iftara AAala Allahi kathiban aw kaththaba bi-ayatihi innahu la yuflihu almujrimoona
10:17 Wie is er meer onrechtvaardig dan degene die over Allah een leugen verzint of degene die Zijn tekenen verwerpt? Voorzeker, de misdadigers zullen niet slagen.

وَ یَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَضُرُّہُمۡ وَ لَا یَنۡفَعُہُمۡ وَ یَقُوۡلُوۡنَ ہٰۤؤُلَآءِ شُفَعَآؤُنَا عِنۡدَ اللّٰہِ ؕ قُلۡ اَتُنَبِّـُٔوۡنَ اللّٰہَ بِمَا لَا یَعۡلَمُ فِی السَّمٰوٰتِ وَ لَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ سُبۡحٰنَہٗ وَ تَعٰلٰی عَمَّا یُشۡرِکُوۡنَ ﴿۱۸﴾
010.018 WayaAAbudoona min dooni Allahi ma la yadurruhum wala yanfaAAuhum wayaqooloona haola-i shufaAAaona AAinda Allahi qul atunabbi-oona Allaha bima la yaAAlamu fee alssamawati wala fee al-ardi subhanahu wataAAala AAamma yushrikoona
10:18 En ze aanbidden iets anders dan Allah, dat hen niet schaden kan, noch hen een voordeel kan geven. En ze zeggen: "Ze zijn onze bemiddelaars bij Allah." Zeg: "Willen jullie Allah informeren over iets van de hemelen of de aarde wat Hij niet kent?" Alle glorie behoort Hem toe en hoog verheven is Hij wat ze met Hem associëren!

وَ مَا کَانَ النَّاسُ اِلَّاۤ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً فَاخۡتَلَفُوۡا ؕ وَ لَوۡ لَا کَلِمَۃٌ سَبَقَتۡ مِنۡ رَّبِّکَ لَقُضِیَ بَیۡنَہُمۡ فِیۡمَا فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۱۹﴾
010.019 Wama kana alnnasu illa ommatan wahidatan faikhtalafoo walawla kalimatun sabaqat min rabbika laqudiya baynahum feema feehi yakhtalifoona
10:19 En de mensheid had alleen één geloof (het monotheïsme), vervolgens verschilden ze (in geloofsopvatting). En als het woord (de dag des oordeels) door jou Heer niet was vastgesteld, dan was hetgeen waarin ze verschillenden zeker beoordeeld (door Allah). (Notitie zie ook 13:33)

وَ یَقُوۡلُوۡنَ لَوۡ لَاۤ اُنۡزِلَ عَلَیۡہِ اٰیَۃٌ مِّنۡ رَّبِّہٖ ۚ فَقُلۡ اِنَّمَا الۡغَیۡبُ لِلّٰہِ فَانۡتَظِرُوۡا ۚ اِنِّیۡ مَعَکُمۡ مِّنَ الۡمُنۡتَظِرِیۡنَ ﴿٪۲۰﴾
010.020 Wayaqooloona lawla onzila AAalayhi ayatun min rabbihi faqul innama alghaybu lillahi faintathiroo innee maAAakum mina almuntathireena
10:20 En ze zeggen: "Waarom is er geen teken van zijn Heer tot hem (Mohammed v.z.m.h.) neergezonden? Zeg dus: "Het ongeziene behoort alleen tot Allah toe. Wacht dus, ik behoor ook tot de wachtenden."

وَ اِذَاۤ اَذَقۡنَا النَّاسَ رَحۡمَۃً مِّنۡۢ بَعۡدِ ضَرَّآءَ مَسَّتۡہُمۡ اِذَا لَہُمۡ مَّکۡرٌ فِیۡۤ اٰیَاتِنَا ؕ قُلِ اللّٰہُ اَسۡرَعُ مَکۡرًا ؕ اِنَّ رُسُلَنَا یَکۡتُبُوۡنَ مَا تَمۡکُرُوۡنَ ﴿۲۱﴾
010.021 Wa-itha athaqna alnnasa rahmatan min baAAdi darraa massat-hum itha lahum makrun fee ayatina quli Allahu asraAAu makran inna rusulana yaktuboona ma tamkuroona
10:21 Zie! Wanneer Wij de mensheid, na tegenslagen, barmhartigheid doen proeven, dan maken ze plannen tegen ons tekenen. Zeg: "Allah is sneller in het maken van plannen." Voorzeker, Onze boodschappers noteren wat jullie beramen. (Notitie: zie 10:12)

ہُوَ الَّذِیۡ یُسَیِّرُکُمۡ فِی الۡبَرِّ وَ الۡبَحۡرِ ؕ حَتّٰۤی اِذَا کُنۡتُمۡ فِی الۡفُلۡکِ ۚ وَ جَرَیۡنَ بِہِمۡ بِرِیۡحٍ طَیِّبَۃٍ وَّ فَرِحُوۡا بِہَا جَآءَتۡہَا رِیۡحٌ عَاصِفٌ وَّ جَآءَہُمُ الۡمَوۡجُ مِنۡ کُلِّ مَکَانٍ وَّ ظَنُّوۡۤا اَنَّہُمۡ اُحِیۡطَ بِہِمۡ ۙ دَعَوُا اللّٰہَ مُخۡلِصِیۡنَ لَہُ الدِّیۡنَ ۬ۚ لَئِنۡ اَنۡجَیۡتَنَا مِنۡ ہٰذِہٖ لَنَکُوۡنَنَّ مِنَ الشّٰکِرِیۡنَ ﴿۲۲﴾
010.022 Huwa allathee yusayyirukum fee albarri waalbahri hatta itha kuntum fee alfulki wajarayna bihim bireehin tayyibatin wafarihoo biha jaat-ha reehun AAasifun wajaahumu almawju min kulli makanin wathannoo annahum oheeta bihim daAAawoo Allaha mukhliseena lahu alddeena la-in anjaytana min hathihi lanakoonanna mina alshshakireena
10:22 Hij is degene die het mogelijk maakt dat jullie op land en op zee kunnen reizen. Dus (de volgende situatie zal zich voordoen) wanneer jullie je dan op schepen bevinden en ze varen uit met een rustige wind en iedereen is verheugd (door de reis). Vervolgens komt er een storm. De golven komen vanuit alle kanten en ze veronderstellen dat ze erdoor ingesloten (en er geweest) zijn. Dan roepen ze Allah aan, zuiver-aanbiddend: "Als U ons hiervan redt, dan zullen we U echt dankbaar zijn. (Notitie zie ook 17:67)

فَلَمَّاۤ اَنۡجٰہُمۡ اِذَا ہُمۡ یَبۡغُوۡنَ فِی الۡاَرۡضِ بِغَیۡرِ الۡحَقِّ ؕ یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اِنَّمَا بَغۡیُکُمۡ عَلٰۤی اَنۡفُسِکُمۡ ۙ مَّتَاعَ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۫ ثُمَّ اِلَیۡنَا مَرۡجِعُکُمۡ فَنُنَبِّئُکُمۡ بِمَا کُنۡتُمۡ تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۲۳﴾
010.023 Falamma anjahum itha hum yabghoona fee al-ardi bighayri alhaqqi ya ayyuha alnnasu innama baghyukum AAala anfusikum mataAAa alhayati alddunya thumma ilayna marjiAAukum fanunabbi-okum bima kuntum taAAmaloona
10:23 Echter zie! Wanneer Hij hen redde, dan misdragen ze zich op aarde, zonder enige recht. O mensheid! Jullie wangedrag, vanwege het zoeken naar de wereldse genietingen, is alleen ten nadele van jezelf. Jullie terugkeer is tot Ons en Wij zullen jullie informeren over wat jullie deden. (Notitie: zie ook 3:30)

اِنَّمَا مَثَلُ الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا کَمَآءٍ اَنۡزَلۡنٰہُ مِنَ السَّمَآءِ فَاخۡتَلَطَ بِہٖ نَبَاتُ الۡاَرۡضِ مِمَّا یَاۡکُلُ النَّاسُ وَ الۡاَنۡعَامُ ؕ حَتّٰۤی اِذَاۤ اَخَذَتِ الۡاَرۡضُ زُخۡرُفَہَا وَ ازَّیَّنَتۡ وَ ظَنَّ اَہۡلُہَاۤ اَنَّہُمۡ قٰدِرُوۡنَ عَلَیۡہَاۤ ۙ اَتٰہَاۤ اَمۡرُنَا لَیۡلًا اَوۡ نَہَارًا فَجَعَلۡنٰہَا حَصِیۡدًا کَاَنۡ لَّمۡ تَغۡنَ بِالۡاَمۡسِ ؕ کَذٰلِکَ نُفَصِّلُ الۡاٰیٰتِ لِقَوۡمٍ یَّتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۲۴﴾
010.024 Innama mathalu alhayati alddunya kama-in anzalnahu mina alssama-i faikhtalata bihi nabatu al-ardi mimma ya/kulu alnnasu waal-anAAamu hatta itha akhathati al-ardu zukhrufaha waizzayyanat wathanna ahluha annahum qadiroona AAalayha ataha amruna laylan aw naharan fajaAAalnaha haseedan kaan lam taghna bial-amsi kathalika nufassilu al-ayati liqawmin yatafakkaroona
10:24 Een vergelijking van het wereldse leven is net als regen dat door de planten wordt opgenomen. Vervolgens eten de mens en de dieren ervan. Totdat de aarde versierd is en schitterend geworden is en de mens denkt dat hij er macht over heeft. Vervolgens komt 's nachts of overdag Onze opdracht en Wij maken het als een geoogst veld net als of er nooit iets er op had gebloeid. We leggen de tekenen dus uit voor de mensen die er over willen nadenken. (Notitie: zie ook 18:45)

وَ اللّٰہُ یَدۡعُوۡۤا اِلٰی دَارِ السَّلٰمِ ؕ وَ یَہۡدِیۡ مَنۡ یَّشَآءُ اِلٰی صِرَاطٍ مُّسۡتَقِیۡمٍ ﴿۲۵﴾
010.025 WaAllahu yadAAoo ila dari alssalami wayahdee man yashao ila siratin mustaqeemin
10:25 En Allah roept naar het huis van vrede (Daroes selaam, het Paradijs). En Hij leidt wie Hij wilt naar het rechte Pad.

لِلَّذِیۡنَ اَحۡسَنُوا الۡحُسۡنٰی وَ زِیَادَۃٌ ؕ وَ لَا یَرۡہَقُ وُجُوۡہَہُمۡ قَتَرٌ وَّ لَا ذِلَّۃٌ ؕ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ الۡجَنَّۃِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۲۶﴾
010.026 Lillatheena ahsanoo alhusna waziyadatun wala yarhaqu wujoohahum qatarun wala thillatun ola-ika as-habu aljannati hum feeha khalidoona
10:26 Voor degenen die goed doen is er het goede en zelfs meer dan dat. En hun gezichten zullen niet met stof, noch met vernedering bedekt worden. Zij zijn de bewoners van het paradijs. Ze zullen er voor altijd in blijven.

وَ الَّذِیۡنَ کَسَبُوا السَّیِّاٰتِ جَزَآءُ سَیِّئَۃٍۭ بِمِثۡلِہَا ۙ وَ تَرۡہَقُہُمۡ ذِلَّۃٌ ؕ مَا لَہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ مِنۡ عَاصِمٍ ۚ کَاَنَّمَاۤ اُغۡشِیَتۡ وُجُوۡہُہُمۡ قِطَعًا مِّنَ الَّیۡلِ مُظۡلِمًا ؕ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۲۷﴾
010.027 Waallatheena kasaboo alssayyi-ati jazao sayyi-atin bimithliha watarhaquhum thillatun ma lahum mina Allahi min AAasimin kaannama oghshiyat wujoohuhum qitaAAan mina allayli muthliman ola-ika as-habu alnnari hum feeha khalidoona
10:27 En voor degenen die slechte daden verrichtten, (weet dan dat) de vergelding voor een kwade daad gelijk daaraan is. En de vernedering zal hun bedekken. Ze zullen tegen Allah geen enkele beschermer hebben. Delen van hun gezichten zullen donker\zwart zijn net als de duisternis van de nacht. Zij zijn de bewoners van het vuur. Ze zullen er voor altijd in blijven.

وَ یَوۡمَ نَحۡشُرُہُمۡ جَمِیۡعًا ثُمَّ نَقُوۡلُ لِلَّذِیۡنَ اَشۡرَکُوۡا مَکَانَکُمۡ اَنۡتُمۡ وَ شُرَکَآؤُکُمۡ ۚ فَزَیَّلۡنَا بَیۡنَہُمۡ وَ قَالَ شُرَکَآؤُہُمۡ مَّا کُنۡتُمۡ اِیَّانَا تَعۡبُدُوۡنَ ﴿۲۸﴾
010.028 Wayawma nahshuruhum jameeAAan thumma naqoolu lillatheena ashrakoo makanakum antum washurakaokum fazayyalna baynahum waqala shurakaohum ma kuntum iyyana taAAbudoona
10:28 En op de Dag (dag des oordeels) zullen Wij hen allen verzamelen, vervolgens zullen Wij tegen degenen die bemiddelaars namen, zeggen: "Blijf op jullie plaatsen, jullie en jullie bemiddelaars!" Daarna zullen Wij hen scheiden en hun bemiddelaars zullen zeggen: "Jullie aanbeden ons niet!"

فَکَفٰی بِاللّٰہِ شَہِیۡدًۢا بَیۡنَنَا وَ بَیۡنَکُمۡ اِنۡ کُنَّا عَنۡ عِبَادَتِکُمۡ لَغٰفِلِیۡنَ ﴿۲۹﴾
010.029 Fakafa biAllahi shaheedan baynana wabaynakum in kunna AAan AAibadatikum laghafileena
10:29 "Allah (alleen) is voldoende als getuige tussen jullie en ons, dat wij niet bewust waren van jullie aanbidding."

ہُنَالِکَ تَبۡلُوۡا کُلُّ نَفۡسٍ مَّاۤ اَسۡلَفَتۡ وَ رُدُّوۡۤا اِلَی اللّٰہِ مَوۡلٰىہُمُ الۡحَقِّ وَ ضَلَّ عَنۡہُمۡ مَّا کَانُوۡا یَفۡتَرُوۡنَ ﴿٪۳۰﴾
010.030 Hunalika tabloo kullu nafsin ma aslafat waruddoo ila Allahi mawlahumu alhaqqi wadalla AAanhum ma kanoo yaftaroona
10:30 Elke Nafs (persoon) zal berecht worden voor datgeen wat hij gedaan had. En ze zullen bij Allah gebracht worden, hun ware Heer. En datgeen wat ze verzonnen (hun bemiddelaar) zal er niet zijn.

قُلۡ مَنۡ یَّرۡزُقُکُمۡ مِّنَ السَّمَآءِ وَ الۡاَرۡضِ اَمَّنۡ یَّمۡلِکُ السَّمۡعَ وَ الۡاَبۡصَارَ وَ مَنۡ یُّخۡرِجُ الۡحَیَّ مِنَ الۡمَیِّتِ وَ یُخۡرِجُ الۡمَیِّتَ مِنَ الۡحَیِّ وَ مَنۡ یُّدَبِّرُ الۡاَمۡرَ ؕ فَسَیَقُوۡلُوۡنَ اللّٰہُ ۚ فَقُلۡ اَفَلَا تَتَّقُوۡنَ ﴿۳۱﴾
010.031 Qul man yarzuqukum mina alssama-i waal-ardi amman yamliku alssamAAa waal-absara waman yukhriju alhayya mina almayyiti wayukhriju almayyita mina alhayyi waman yudabbiru al-amra fasayaqooloona Allahu faqul afala tattaqoona
10:31 Zeg: "Wie voorziet jullie van de hemel en de aarde? En wie heeft macht over het gehoor en de zicht? En wie brengt de levende voort uit het dode en de dode voort uit de levende? En wie regelt alle zaken? Ze zullen zeggen: "Allah!" Zeg dan: "Waarom vrezen jullie hem dan niet?"

فَذٰلِکُمُ اللّٰہُ رَبُّکُمُ الۡحَقُّ ۚ فَمَا ذَا بَعۡدَ الۡحَقِّ اِلَّا الضَّلٰلُ ۚۖ فَاَنّٰی تُصۡرَفُوۡنَ ﴿۳۲﴾
010.032 Fathalikumu Allahu rabbukumu alhaqqu famatha baAAda alhaqqi illa alddalalu faanna tusrafoona
10:32 Dat is Allah! Jullie ware Heer. Wat kan er dan meer zijn dan de waarheid, behalve datgeen wat leidt tot dwaling?

کَذٰلِکَ حَقَّتۡ کَلِمَتُ رَبِّکَ عَلَی الَّذِیۡنَ فَسَقُوۡۤا اَنَّہُمۡ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۳۳﴾
010.033 Kathalika haqqat kalimatu rabbika AAala allatheena fasaqoo annahum la yu/minoona
10:33 Dus werd het woord van jou Heer over degenen die provocerend ongehoorzaam zijn, bewezen dat het de waarheid is. Zij zullen niet geloven.

قُلۡ ہَلۡ مِنۡ شُرَکَآئِکُمۡ مَّنۡ یَّبۡدَؤُا الۡخَلۡقَ ثُمَّ یُعِیۡدُہٗ ؕ قُلِ اللّٰہُ یَبۡدَؤُا الۡخَلۡقَ ثُمَّ یُعِیۡدُہٗ فَاَنّٰی تُؤۡفَکُوۡنَ ﴿۳۴﴾
010.034 Qul hal min shuraka-ikum man yabdao alkhalqa thumma yuAAeeduhu quli Allahu yabdao alkhalqa thumma yuAAeeduhu faanna tu/fakoona
10:34 Zeg: "Is er iemand van jullie bemiddelaars/afgoden die begint met scheppen en dan deze (opnieuw) herhaalt? Zeg: "Allah (alleen) begint de schepping en vervolgens herhaalt Hij deze. Hoe kan het dus zijn dat jullie afgedwaald zijn?" (Notitie zie 55:26 en 10:31, alles vergaat wat geschapen is, echter het wordt opnieuw gemaakt. Het is Hij die leven voort brengt uit de dode en de dood voort brengt voor de levende).

قُلۡ ہَلۡ مِنۡ شُرَکَآئِکُمۡ مَّنۡ یَّہۡدِیۡۤ اِلَی الۡحَقِّ ؕ قُلِ اللّٰہُ یَہۡدِیۡ لِلۡحَقِّ ؕ اَفَمَنۡ یَّہۡدِیۡۤ اِلَی الۡحَقِّ اَحَقُّ اَنۡ یُّتَّبَعَ اَمَّنۡ لَّا یَہِدِّیۡۤ اِلَّاۤ اَنۡ یُّہۡدٰی ۚ فَمَا لَکُمۡ ۟ کَیۡفَ تَحۡکُمُوۡنَ ﴿۳۵﴾
010.035 Qul hal min shuraka-ikum man yahdee ila alhaqqi quli Allahu yahdee lilhaqqi afaman yahdee ila alhaqqi ahaqqu an yuttabaAAa amman la yahiddee illa an yuhda fama lakum kayfa tahkumoona
10:35 Zeg: "Is er iemand van jullie bemiddelaars/afgoden, die leidt naar de waarheid? Zeg: "Het is Allah (alleen) die leidt naar de waarheid. Is het dan niet juist om degene te volgen die leidt tot de waarheid in plaats van degene die niet leidt, totdat hij zelf geleid wordt? Wat is er dan met jullie? Op basis van wat oordelen jullie?

وَ مَا یَتَّبِعُ اَکۡثَرُہُمۡ اِلَّا ظَنًّا ؕ اِنَّ الظَّنَّ لَا یُغۡنِیۡ مِنَ الۡحَقِّ شَیۡئًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌۢ بِمَا یَفۡعَلُوۡنَ ﴿۳۶﴾
010.036 Wama yattabiAAu aktharuhum illa thannan inna alththanna la yughnee mina alhaqqi shay-an inna Allaha AAaleemun bima yafAAaloona
10:36 En de meeste van hen volgen alleen vermoedens. Voorzeker, de vermoedens geven geen enkele voordeel ten opzichte van de waarheid. Voorzeker, Allah is Aliemun (alwetend) over het geen ze doen.

وَ مَا کَانَ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنُ اَنۡ یُّفۡتَرٰی مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ لٰکِنۡ تَصۡدِیۡقَ الَّذِیۡ بَیۡنَ یَدَیۡہِ وَ تَفۡصِیۡلَ الۡکِتٰبِ لَا رَیۡبَ فِیۡہِ مِنۡ رَّبِّ الۡعٰلَمِیۡنَ ﴿۟۳۷﴾
010.037 Wama kana hatha alqur-anu an yuftara min dooni Allahi walakin tasdeeqa allathee bayna yadayhi watafseela alkitabi la rayba feehi min rabbi alAAalameena
10:37 En het is niet mogelijk dat deze Koran door iemand anders, dan Allah, voort gebracht is. Het is een bevestiging van hetgeen ervoor (de Torah, indjeel, etc). Een gedetailleerde uitleg van het boek (Lauh Al-Mahfuz) waar er geen twijfel in is (zie 2:2). Het is van de Heer der werelden. (Notitie: Verschillende Koran studies tonen aan dat er een nauwkeurige samenhang tussen verzen, Surahs en woorden zijn. Een voorbeeld hiervan is ring samenstelling van Surahs. Nog een voorbeeld is, dat tegenovergestelde woorden, zoals bijvoorbeeld de hel en het paradijs, even vaak voorkomen in de Koran. Ook de Arabische stijl van Koran is bijzonder. Daarnaast zijn er verzen die details van de schepping beschrijven, wat onlangs door de wetenschap bevestigd is op juistheid.)

اَمۡ یَقُوۡلُوۡنَ افۡتَرٰىہُ ؕ قُلۡ فَاۡتُوۡا بِسُوۡرَۃٍ مِّثۡلِہٖ وَ ادۡعُوۡا مَنِ اسۡتَطَعۡتُمۡ مِّنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۳۸﴾
010.038 Am yaqooloona iftarahu qul fa/too bisooratin mithlihi waodAAoo mani istataAAtum min dooni Allahi in kuntum sadiqeena
10:38 Of zeggen ze: "Hij (Mohammed v.z.m.h.) heeft het verzonnen!" Zeg: "Als jullie streven naar de waarheid, breng dan een soortgelijke Surah (verzen) en roep wie dan ook aan behalve Allah (voor hulp)." (Notitie zie ook 11:13)

بَلۡ کَذَّبُوۡا بِمَا لَمۡ یُحِیۡطُوۡا بِعِلۡمِہٖ وَ لَمَّا یَاۡتِہِمۡ تَاۡوِیۡلُہٗ ؕ کَذٰلِکَ کَذَّبَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ فَانۡظُرۡ کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۳۹﴾
010.039 Bal kaththaboo bima lam yuheetoo biAAilmihi walamma ya/tihim ta/weeluhu kathalika kaththaba allatheena min qablihim faonthur kayfa kana AAaqibatu alththalimeena
10:39 Nee! Ze verwerpen het nog voordat ze de kennis ervan bevatten en nog voordat de uitleg ervan tot hen komt. Net zo (verwierpen) degenen (van de oude generaties) voor hen. Zie dan hoe het einde van de misdadigers was.

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یُّؤۡمِنُ بِہٖ وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ لَّا یُؤۡمِنُ بِہٖ ؕ وَ رَبُّکَ اَعۡلَمُ بِالۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿٪۴۰﴾
010.040 Waminhum man yu/minu bihi waminhum man la yu/minu bihi warabbuka aAAlamu bialmufsideena
10:40 En onder hen zijn er mensen die er in geloven en die er niet in geloven. En jouw Heer weet alles over de misdadigers.

وَ اِنۡ کَذَّبُوۡکَ فَقُلۡ لِّیۡ عَمَلِیۡ وَ لَکُمۡ عَمَلُکُمۡ ۚ اَنۡتُمۡ بَرِیۡٓـــُٔوۡنَ مِمَّاۤ اَعۡمَلُ وَ اَنَا بَرِیۡٓءٌ مِّمَّا تَعۡمَلُوۡنَ ﴿۴۱﴾
010.041 Wa-in kaththabooka faqul lee AAamalee walakum AAamalukum antum baree-oona mimma aAAmalu waana baree-on mimma taAAmaloona
10:41 En als ze jou verwerpen (als een boodschapper van Allah) zeg dan: "Voor mij zijn mijn daden en voor jullie zijn jullie daden. Jullie zijn niet gebonden aan datgeen wat ik doe en ik ben niet gebonden aan datgeen wat jullie doen."

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّسۡتَمِعُوۡنَ اِلَیۡکَ ؕ اَفَاَنۡتَ تُسۡمِعُ الصُّمَّ وَ لَوۡ کَانُوۡا لَا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۴۲﴾
010.042 Waminhum man yastamiAAoona ilayka afaanta tusmiAAu alssumma walaw kanoo la yaAAqiloona
10:42 En onder hen zijn er mensen die naar jou luisteren. Echter, kun je de doven doen begrijpen terwijl ze hun verstand niet gebruiken?

وَ مِنۡہُمۡ مَّنۡ یَّنۡظُرُ اِلَیۡکَ ؕ اَفَاَنۡتَ تَہۡدِی الۡعُمۡیَ وَ لَوۡ کَانُوۡا لَا یُبۡصِرُوۡنَ ﴿۴۳﴾
010.043 Waminhum man yanthuru ilayka afaanta tahdee alAAumya walaw kanoo la yubsiroona
10:43 En onder hen zijn er mensen die naar jou kijken. Echter, kun je de blinden leiden terwijl ze zelf (de tekenen) niet zien?

اِنَّ اللّٰہَ لَا یَظۡلِمُ النَّاسَ شَیۡئًا وَّ لٰکِنَّ النَّاسَ اَنۡفُسَہُمۡ یَظۡلِمُوۡنَ ﴿۴۴﴾
010.044 Inna Allaha la yathlimu alnnasa shay-an walakinna alnnasa anfusahum yathlimoona
10:44 Voorzeker, Allah doet de mens geen enkel onrecht aan, maar de mens doet zichzelf onrecht aan.

وَ یَوۡمَ یَحۡشُرُہُمۡ کَاَنۡ لَّمۡ یَلۡبَثُوۡۤا اِلَّا سَاعَۃً مِّنَ النَّہَارِ یَتَعَارَفُوۡنَ بَیۡنَہُمۡ ؕ قَدۡ خَسِرَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِلِقَآءِ اللّٰہِ وَ مَا کَانُوۡا مُہۡتَدِیۡنَ ﴿۴۵﴾
010.045 Wayawma yahshuruhum kaan lam yalbathoo illa saAAatan mina alnnahari yataAAarafoona baynahum qad khasira allatheena kaththaboo biliqa-i Allahi wama kanoo muhtadeena
10:45 En op de dag dat Hij hen zal verzamelen, zal het lijken als of ze alleen een uur van de dag hebben geleefd om alleen met elkaar kennis te maken. Zonder enige twijfel, degenen die de ontmoeting met Allah verwierpen, hebben verloren en ze behoorden niet tot degenen die geleid waren (terwijl ze dat wel dachten). (Notitie: zie 46:35)

وَ اِمَّا نُرِیَنَّکَ بَعۡضَ الَّذِیۡ نَعِدُہُمۡ اَوۡ نَتَوَفَّیَنَّکَ فَاِلَیۡنَا مَرۡجِعُہُمۡ ثُمَّ اللّٰہُ شَہِیۡدٌ عَلٰی مَا یَفۡعَلُوۡنَ ﴿۴۶﴾
010.046 Wa-imma nuriyannaka baAAda allathee naAAiduhum aw natawaffayannaka fa-ilayna marjiAAuhum thumma Allahu shaheedun AAala ma yafAAaloona
10:46 En als Wij een gedeelte van (de straf) wat Wij hen hebben beloofd, jou laten zien of als Wij jou doen sterven, zodat Allah (alleen) een Getuige is over hetgeen ze doen, in beide gevallen zal hun terug keer tot Ons zijn. (Notitie: Deze vers duidt aan dat het uitstellen van de straf, niet een teken is van goedkeuring van hun daden en dat het straffen van een gemeenschap alleen met de wil en de kennis van Allah gebeurt. Oude generaties die de boodschap verwierpen, nadat de boodschappers tot hen kwamen, werden bestraft. Echter door de komst van de Koran en door zijn bijzonderheid (10:37), krijgt elke generatie opnieuw de mogelijkheid om de boodschap in zijn originele vorm, dat is zoals het geopenbaard is, te accepteren of te verwerpen. Omdat de boodschap dus behouden blijft en de Dien (levenswijze) vervolmaakt is, zal er geen nieuwe profeten meer komen, zie vers 33:40.)

وَ لِکُلِّ اُمَّۃٍ رَّسُوۡلٌ ۚ فَاِذَا جَآءَ رَسُوۡلُہُمۡ قُضِیَ بَیۡنَہُمۡ بِالۡقِسۡطِ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۴۷﴾
010.047 Walikulli ommatin rasoolun fa-itha jaa rasooluhum qudiya baynahum bialqisti wahum la yuthlamoona
10:47 En voor elke gemeenschap is er een Boodschapper. Wanneer hun boodschapper (tot hen) komt, dan zal er met rechtvaardigheid tussen hen geoordeeld worden. En geen enkel onrecht zal hen aangedaan worden.

وَ یَقُوۡلُوۡنَ مَتٰی ہٰذَا الۡوَعۡدُ اِنۡ کُنۡتُمۡ صٰدِقِیۡنَ ﴿۴۸﴾
010.048 Wayaqooloona mata hatha alwaAAdu in kuntum sadiqeena
10:48 En ze zeggen: "Als je de waarheid verteld, wanneer wordt deze belofte (de straf) dan vervuld?"

قُلۡ لَّاۤ اَمۡلِکُ لِنَفۡسِیۡ ضَرًّا وَّ لَا نَفۡعًا اِلَّا مَا شَآءَ اللّٰہُ ؕ لِکُلِّ اُمَّۃٍ اَجَلٌ ؕ اِذَا جَآءَ اَجَلُہُمۡ فَلَا یَسۡتَاۡخِرُوۡنَ سَاعَۃً وَّ لَا یَسۡتَقۡدِمُوۡنَ ﴿۴۹﴾
010.049 Qul la amliku linafsee darran wala nafAAan illa ma shaa Allahu likulli ommatin ajalun itha jaa ajaluhum fala yasta/khiroona saAAatan wala yastaqdimoona
10:49 Zeg: "Ik heb geen enkel macht om mezelf voordeel of schaden toe te brengen, behalve wat Allah wilt. Voor elke gemeenschap is er een termijn (op de wereld). Wanneer hun termijn komt, dan kunnen ze het geen enkel uur vertragen, noch versnellen.

قُلۡ اَرَءَیۡتُمۡ اِنۡ اَتٰىکُمۡ عَذَابُہٗ بَیَاتًا اَوۡ نَہَارًا مَّاذَا یَسۡتَعۡجِلُ مِنۡہُ الۡمُجۡرِمُوۡنَ ﴿۵۰﴾
010.050 Qul araaytum in atakum AAathabuhu bayatan aw naharan matha yastaAAjilu minhu almujrimoona
10:50 Zeg: "Wat zouden jullie doen als Zijn straf plotseling in de nacht of overdag kwam? Waarom willen de misdadigers het dan verhaasten?"

اَثُمَّ اِذَا مَا وَقَعَ اٰمَنۡتُمۡ بِہٖ ؕ آٰلۡـٰٔنَ وَ قَدۡ کُنۡتُمۡ بِہٖ تَسۡتَعۡجِلُوۡنَ ﴿۵۱﴾
010.051 Athumma itha ma waqaAAa amantum bihi al-ana waqad kuntum bihi tastaAAjiloona
10:51 "Zullen jullie pas geloven als het (de bestraffing) plaats gevonden heeft? Alleen dan? Terwijl jullie het zoeken om het te verhaasten.

ثُمَّ قِیۡلَ لِلَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا ذُوۡقُوۡا عَذَابَ الۡخُلۡدِ ۚ ہَلۡ تُجۡزَوۡنَ اِلَّا بِمَا کُنۡتُمۡ تَکۡسِبُوۡنَ ﴿۵۲﴾
010.052 Thumma qeela lillatheena thalamoo thooqoo AAathaba alkhuldi hal tujzawna illa bima kuntum taksiboona
10:52 Er zal vervolgens tegen de misdadigers gezegd worden: "Proef de eeuwige straf. Worden jullie vergoed naar het geen jullie deden?"

وَ یَسۡتَنۡۢبِئُوۡنَکَ اَحَقٌّ ہُوَ ؕؔ قُلۡ اِیۡ وَ رَبِّیۡۤ اِنَّہٗ لَحَقٌّ ۚؕؔ وَ مَاۤ اَنۡتُمۡ بِمُعۡجِزِیۡنَ ﴿٪۵۳﴾
010.053 Wayastanbi-oonaka ahaqqun huwa qul ee warabbee innahu lahaqqun wama antum bimuAAjizeena
10:53 En zij vragen jou: "Is het waar?" Zeg: "Ja, bij mijn Heer! Voorzeker, het is zonder enige twijfel de waarheid en jullie kunnen er niet aan ontkomen."

وَ لَوۡ اَنَّ لِکُلِّ نَفۡسٍ ظَلَمَتۡ مَا فِی الۡاَرۡضِ لَافۡتَدَتۡ بِہٖ ؕ وَ اَسَرُّوا النَّدَامَۃَ لَمَّا رَاَوُا الۡعَذَابَ ۚ وَ قُضِیَ بَیۡنَہُمۡ بِالۡقِسۡطِ وَ ہُمۡ لَا یُظۡلَمُوۡنَ ﴿۵۴﴾
010.054 Walaw anna likulli nafsin thalamat ma fee al-ardi laiftadat bihi waasarroo alnnadamata lamma raawoo alAAathaba waqudiya baynahum bialqisti wahum la yuthlamoona
10:54 En als elke misdadiger, alles op aarde zou bezitten, dan zou hij zichzelf ermee vrij willen kopen. Ze zullen de spijt (van hun misdaad) in hunzelf voelen, wanneer ze de straf zien. En ze zullen rechtvaardig beoordeeld worden, geen enkel onrecht zal hen aangedaan worden. (Notitie: Op elke dag wordt er wel onrecht gepleegd, behalve op de dag des oordeels. Er zal geen enkel onrecht op die dag aangedaan worden. Zie ook 40:17.)

اَلَاۤ اِنَّ لِلّٰہِ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ اَلَاۤ اِنَّ وَعۡدَ اللّٰہِ حَقٌّ وَّ لٰکِنَّ اَکۡثَرَہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۵۵﴾
010.055 Ala inna lillahi ma fee alssamawati waal-ardi ala inna waAAda Allahi haqqun walakinna aktharahum la yaAAlamoona
10:55 Luister! Voorzeker, aan Allah behoort datgeen wat er in de hemelen en op de aarde is. Geen twijfel mogelijk, voorzeker de belofte van Allah is waar. Maar de meeste van hen weten het niet.

ہُوَ یُحۡیٖ وَ یُمِیۡتُ وَ اِلَیۡہِ تُرۡجَعُوۡنَ ﴿۵۶﴾
010.056 Huwa yuhyee wayumeetu wa-ilayhi turjaAAoona
10:56 Hij geeft leven en veroorzaakt dood. En tot Hem zullen jullie terug keren.

یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ قَدۡ جَآءَتۡکُمۡ مَّوۡعِظَۃٌ مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ شِفَآءٌ لِّمَا فِی الصُّدُوۡرِ ۬ۙ وَ ہُدًی وَّ رَحۡمَۃٌ لِّلۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۵۷﴾
010.057 Ya ayyuha alnnasu qad jaatkum mawAAithatun min rabbikum washifaon lima fee alssudoori wahudan warahmatun lilmu/mineena
10:57 O mensheid! Voorzeker, er is een vermaning (de Koran) van jullie Heer tot jullie gekomen. Het is een genezing voor jullie harten en een leiding en barmhartigheid voor de gelovigen.

قُلۡ بِفَضۡلِ اللّٰہِ وَ بِرَحۡمَتِہٖ فَبِذٰلِکَ فَلۡیَفۡرَحُوۡا ؕ ہُوَ خَیۡرٌ مِّمَّا یَجۡمَعُوۡنَ ﴿۵۸﴾
010.058 Qul bifadli Allahi wabirahmatihi fabithalika falyafrahoo huwa khayrun mimma yajmaAAoona
10:58 Zeg: "Laat hen dus zichzelf blij maken met de gunsten van Allah en Zijn Barmhartigheid. Het is beter dan hetgeen ze verzamelen."

قُلۡ اَرَءَیۡتُمۡ مَّاۤ اَنۡزَلَ اللّٰہُ لَکُمۡ مِّنۡ رِّزۡقٍ فَجَعَلۡتُمۡ مِّنۡہُ حَرَامًا وَّ حَلٰلًا ؕ قُلۡ آٰللّٰہُ اَذِنَ لَکُمۡ اَمۡ عَلَی اللّٰہِ تَفۡتَرُوۡنَ ﴿۵۹﴾
010.059 Qul araaytum ma anzala Allahu lakum min rizqin fajaAAaltum minhu haraman wahalalan qul allahu athina lakum am AAala Allahi taftaroona
10:59 Zeg: "Hebben jullie gezien wat Allah voor jullie aan voorzieningen heeft neergezonden? Jullie hebben daar van dingen wettig en onwettig gemaakt. "Heeft Allah jullie toestemming ervoor gegeven of verzinnen jullie leugens over Allah?"

وَ مَا ظَنُّ الَّذِیۡنَ یَفۡتَرُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَذُوۡ فَضۡلٍ عَلَی النَّاسِ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَہُمۡ لَا یَشۡکُرُوۡنَ ﴿٪۶۰﴾
010.060 Wama thannu allatheena yaftaroona AAala Allahi alkathiba yawma alqiyamati inna Allaha lathoo fadlin AAala alnnasi walakinna aktharahum la yashkuroona
10:60 En wat zullen degenen die een leugen over Allah verzinnen denken op de dag des oordeels? Voorzeker, Allah is zeker vol van gunsten voor de mensheid, echter de meesten van hen zijn niet dankbaar.

وَ مَا تَکُوۡنُ فِیۡ شَاۡنٍ وَّ مَا تَتۡلُوۡا مِنۡہُ مِنۡ قُرۡاٰنٍ وَّ لَا تَعۡمَلُوۡنَ مِنۡ عَمَلٍ اِلَّا کُنَّا عَلَیۡکُمۡ شُہُوۡدًا اِذۡ تُفِیۡضُوۡنَ فِیۡہِ ؕ وَ مَا یَعۡزُبُ عَنۡ رَّبِّکَ مِنۡ مِّثۡقَالِ ذَرَّۃٍ فِی الۡاَرۡضِ وَ لَا فِی السَّمَآءِ وَ لَاۤ اَصۡغَرَ مِنۡ ذٰلِکَ وَ لَاۤ اَکۡبَرَ اِلَّا فِیۡ کِتٰبٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۶۱﴾
010.061 Wama takoonu fee sha/nin wama tatloo minhu min qur-anin wala taAAmaloona min AAamalin illa kunna AAalaykum shuhoodan ith tufeedoona feehi wama yaAAzubu AAan rabbika min mithqali tharratin fee al-ardi wala fee alssama-i wala asghara min thalika wala akbara illa fee kitabin mubeenun
10:61 En jij (Mohammed v.z.m.h.) bevindt je niet in een situatie, noch reciteer je van de Koran, noch doen jullie een daad, zonder dat Wij erover getuigen. Zelfs iets met het gewicht van een atoom op de aarde of in de hemelen ontsnapt niet aan jouw Heer. Of zelfs kleiner dan dat of iets groots, het staat vermeld in een duidelijk boek. (Notitie: zie ook 57:22)

اَلَاۤ اِنَّ اَوۡلِیَآءَ اللّٰہِ لَا خَوۡفٌ عَلَیۡہِمۡ وَ لَا ہُمۡ یَحۡزَنُوۡنَ ﴿ۚۖ۶۲﴾
010.062 Ala inna awliyaa Allahi la khawfun AAalayhim wala hum yahzanoona
10:62 Luister! Voorzeker, voor de Awliya van Allah (vrome mensen die godvrezend zijn) zal er geen angst zijn, noch zullen ze treuren.

الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ کَانُوۡا یَتَّقُوۡنَ ﴿ؕ۶۳﴾
010.063 Allatheena amanoo wakanoo yattaqoona
10:63 (Dat zijn) Degenen die geloven en Taqwa hebben (godvrezend zijn).

لَہُمُ الۡبُشۡرٰی فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ فِی الۡاٰخِرَۃِ ؕ لَا تَبۡدِیۡلَ لِکَلِمٰتِ اللّٰہِ ؕ ذٰلِکَ ہُوَ الۡفَوۡزُ الۡعَظِیۡمُ ﴿ؕ۶۴﴾
010.064 Lahumu albushra fee alhayati alddunya wafee al-akhirati la tabdeela likalimati Allahi thalika huwa alfawzu alAAatheemu
10:64 Voor hen is er goede nieuws gedurende het wereldse leven en in het hiernamaals. Er is geen verandering in Allah's woorden. Dat is de grootste succes.

وَ لَا یَحۡزُنۡکَ قَوۡلُہُمۡ ۘ اِنَّ الۡعِزَّۃَ لِلّٰہِ جَمِیۡعًا ؕ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۶۵﴾
010.065 Wala yahzunka qawluhum inna alAAizzata lillahi jameeAAan huwa alssameeAAu alAAaleemu
10:65 En wees niet verdrietig door hun uitspraken. Voorzeker, alle eer behoort aan Allah toe. Hij is Samieu (Alhorende) Aliem (Alwetend).

اَلَاۤ اِنَّ لِلّٰہِ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ مَا یَتَّبِعُ الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ شُرَکَآءَ ؕ اِنۡ یَّـتَّبِعُوۡنَ اِلَّا الظَّنَّ وَ اِنۡ ہُمۡ اِلَّا یَخۡرُصُوۡنَ ﴿۶۶﴾
010.066 Ala inna lillahi man fee alssamawati waman fee al-ardi wama yattabiAAu allatheena yadAAoona min dooni Allahi shurakaa in yattabiAAoona illa alththanna wa-in hum illa yakhrusoona
10:66 Luister! Voorzeker, aan Allah behoort datgeen wat er in de hemelen en op de aarde is. En degenen die deelgenoten aanroepen volgen (niet het rechte pad). Ze volgen alleen vermoedens en ze doen niets anders dan gissen.

ہُوَ الَّذِیۡ جَعَلَ لَکُمُ الَّیۡلَ لِتَسۡکُنُوۡا فِیۡہِ وَ النَّہَارَ مُبۡصِرًا ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّسۡمَعُوۡنَ ﴿۶۷﴾
010.067 Huwa allathee jaAAala lakumu allayla litaskunoo feehi waalnnahara mubsiran inna fee thalika laayatin liqawmin yasmaAAoona
10:67 Hij is Degene Die de nacht voor jullie heeft gemaakt zodat jullie kunnen rusten. En de dag heeft Hij gemaakt zodat alles zichtbaar is. Voorzeker, daarin zijn zeker tekenen voor een volk dat luistert.

قَالُوا اتَّخَذَ اللّٰہُ وَلَدًا سُبۡحٰنَہٗ ؕ ہُوَ الۡغَنِیُّ ؕ لَہٗ مَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ مَا فِی الۡاَرۡضِ ؕ اِنۡ عِنۡدَکُمۡ مِّنۡ سُلۡطٰنٍۭ بِہٰذَا ؕ اَتَقُوۡلُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ مَا لَا تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۶۸﴾
010.068 Qaloo ittakhatha Allahu waladan subhanahu huwa alghaniyyu lahu ma fee alssamawati wama fee al-ardi in AAindakum min sultanin bihatha ataqooloona AAala Allahi ma la taAAlamoona
10:68 Ze zeggen: "Allah heeft een zoon genomen." Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is Hij! Hij is Zelfvoorzienend, tot Hem behoort alles wat in de hemelen en op aarde bevindt. Jullie hebben geen enkel bevoegdheid voor dit (het toekennen van een zoon aan Allah). Zeggen jullie over Allah iets wat jullie niet weten?

قُلۡ اِنَّ الَّذِیۡنَ یَفۡتَرُوۡنَ عَلَی اللّٰہِ الۡکَذِبَ لَا یُفۡلِحُوۡنَ ﴿ؕ۶۹﴾
010.069 Qul inna allatheena yaftaroona AAala Allahi alkathiba la yuflihoona
10:69 Zeg: "Voorzeker, degenen die leugens over Allah verzinnen zullen geen succes boeken."

مَتَاعٌ فِی الدُّنۡیَا ثُمَّ اِلَیۡنَا مَرۡجِعُہُمۡ ثُمَّ نُذِیۡقُہُمُ الۡعَذَابَ الشَّدِیۡدَ بِمَا کَانُوۡا یَکۡفُرُوۡنَ ﴿٪۷۰﴾
010.070 MataAAun fee alddunya thumma ilayna marjiAAuhum thumma nutheequhumu alAAathaba alshshadeeda bima kanoo yakfuroona
10:70 (Voor hen is er) een genieting op de wereld, vervolgens is hun terugkeer tot Ons. Dan zullen Wij hen de zware straf doen proeven, omdat ze niet geloofden.

وَ اتۡلُ عَلَیۡہِمۡ نَبَاَ نُوۡحٍ ۘ اِذۡ قَالَ لِقَوۡمِہٖ یٰقَوۡمِ اِنۡ کَانَ کَبُرَ عَلَیۡکُمۡ مَّقَامِیۡ وَ تَذۡکِیۡرِیۡ بِاٰیٰتِ اللّٰہِ فَعَلَی اللّٰہِ تَوَکَّلۡتُ فَاَجۡمِعُوۡۤا اَمۡرَکُمۡ وَ شُرَکَآءَکُمۡ ثُمَّ لَا یَکُنۡ اَمۡرُکُمۡ عَلَیۡکُمۡ غُمَّۃً ثُمَّ اقۡضُوۡۤا اِلَیَّ وَ لَا تُنۡظِرُوۡنِ ﴿۷۱﴾
010.071 Waotlu AAalayhim nabaa noohin ith qala liqawmihi ya qawmi in kana kabura AAalaykum maqamee watathkeeree bi-ayati Allahi faAAala Allahi tawakkaltu faajmiAAoo amrakum washurakaakum thumma la yakun amrukum AAalaykum ghummatan thumma iqdoo ilayya wala tunthirooni
10:71 En reciteer voor hen de gebeurtenissen van Noeh (Noach). (Gedenk) toen hij tot zijn volk zei: "O mijn mensen! Als mijn verblijf hier en mijn oproep tot het gedenken van Allah's tekenen, voor jullie te zwaar zijn, weet dan dat ik mijn vertrouwen in Allah stel. Dus maken jullie allen, samen met jullie deelgenoten, plannen (tegen mij). En laat er vervolgens geen enkel aarzeling in het uitvoeren van jullie plannen zijn. En voor het plan op mij uit en geef me geen uitstel.

فَاِنۡ تَوَلَّیۡتُمۡ فَمَا سَاَلۡتُکُمۡ مِّنۡ اَجۡرٍ ؕ اِنۡ اَجۡرِیَ اِلَّا عَلَی اللّٰہِ ۙوَ اُمِرۡتُ اَنۡ اَکُوۡنَ مِنَ الۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿۷۲﴾
010.072 Fa-in tawallaytum fama saaltukum min ajrin in ajriya illa AAala Allahi waomirtu an akoona mina almuslimeena
10:72 Maar als jullie je afkeren (van jullie plannen), weet dan dak ik jullie niet om een gunst heb gevraagd. Mijn beloning is alleen bij Allah. Het is mij opgedragen om tot de moslims (degenen die zich overgegeven hebben aan Allah) te behoren.

فَکَذَّبُوۡہُ فَنَجَّیۡنٰہُ وَ مَنۡ مَّعَہٗ فِی الۡفُلۡکِ وَ جَعَلۡنٰہُمۡ خَلٰٓئِفَ وَ اَغۡرَقۡنَا الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا ۚ فَانۡظُرۡ کَیۡفَ کَانَ عَاقِبَۃُ الۡمُنۡذَرِیۡنَ ﴿۷۳﴾
010.073 Fakaththaboohu fanajjaynahu waman maAAahu fee alfulki wajaAAalnahum khala-ifa waaghraqna allatheena kaththaboo bi-ayatina faonthur kayfa kana AAaqibatu almunthareena
10:73 Echter ze verstootten hem. Dus redden Wij hem en degenen die met hem in de ark waren. Wij maakte hen als opvolgers (van de mensheid) en Wij lieten degenen verdrinken die ons tekenen verwierpen. Zie dus hoe het einde was van degenen die waren gewaarschuwd. (Notitie zie ook 17:3)

ثُمَّ بَعَثۡنَا مِنۡۢ بَعۡدِہٖ رُسُلًا اِلٰی قَوۡمِہِمۡ فَجَآءُوۡہُمۡ بِالۡبَیِّنٰتِ فَمَا کَانُوۡا لِیُؤۡمِنُوۡا بِمَا کَذَّبُوۡا بِہٖ مِنۡ قَبۡلُ ؕ کَذٰلِکَ نَطۡبَعُ عَلٰی قُلُوۡبِ الۡمُعۡتَدِیۡنَ ﴿۷۴﴾
010.074 Thumma baAAathna min baAAdihi rusulan ila qawmihim fajaoohum bialbayyinati fama kanoo liyu/minoo bima kaththaboo bihi min qablu kathalika natbaAAu AAala quloobi almuAAtadeena
10:74 Vervolgens, zonden Wij na hem (Noeh) (andere) boodschappers (voor het waarschuwen) van hun eigen volk. En ze kwamen met duidelijke bewijzen tot hen. Ondanks dat geloofden ze nog steeds niet in datgeen wat ze eerder verworpen hadden. Daarom bezegelen Wij de harten van de overtreders.

ثُمَّ بَعَثۡنَا مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ مُّوۡسٰی وَ ہٰرُوۡنَ اِلٰی فِرۡعَوۡنَ وَ مَلَا۠ئِہٖ بِاٰیٰتِنَا فَاسۡتَکۡبَرُوۡا وَ کَانُوۡا قَوۡمًا مُّجۡرِمِیۡنَ ﴿۷۵﴾
010.075 Thumma baAAathna min baAAdihim moosa waharoona ila firAAawna wamala-ihi bi-ayatina faistakbaroo wakanoo qawman mujrimeena
10:75 Vervolgens zonden Wij na hen Moesa (Mozes) en Haroen (Aaron) met Onze tekenen naar de Farao en zijn ministers. Echter, ze waren hoogmoedig en een zwaar misdadig volk.

فَلَمَّا جَآءَہُمُ الۡحَقُّ مِنۡ عِنۡدِنَا قَالُوۡۤا اِنَّ ہٰذَا لَسِحۡرٌ مُّبِیۡنٌ ﴿۷۶﴾
010.076 Falamma jaahumu alhaqqu min AAindina qaloo inna hatha lasihrun mubeenun
10:76 Toen dus Onze waarheid tot hen kwam, zeiden ze: "Voorzeker, het is duidelijk dat dit magie is."

قَالَ مُوۡسٰۤی اَتَقُوۡلُوۡنَ لِلۡحَقِّ لَمَّا جَآءَکُمۡ ؕ اَسِحۡرٌ ہٰذَا ؕ وَ لَا یُفۡلِحُ السّٰحِرُوۡنَ ﴿۷۷﴾
010.077 Qala moosa ataqooloona lilhaqqi lamma jaakum asihrun hatha wala yuflihu alssahiroona
10:77 Moesa zei: "Zeggen jullie dit over de waarheid als het tot jullie komt? Is dit magie?! Terwijl (iedereen weet dat) magiërs niet zullen slagen?"

قَالُوۡۤا اَجِئۡتَنَا لِتَلۡفِتَنَا عَمَّا وَجَدۡنَا عَلَیۡہِ اٰبَآءَنَا وَ تَکُوۡنَ لَکُمَا الۡکِبۡرِیَآءُ فِی الۡاَرۡضِ ؕ وَ مَا نَحۡنُ لَکُمَا بِمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۷۸﴾
010.078 Qaloo aji/tana litalfitana AAamma wajadna AAalayhi abaana watakoona lakuma alkibriyao fee al-ardi wama nahnu lakuma bimu/mineena
10:78 Ze zeiden: "Ben je tot ons gekomen om ons weg te houden van de pad die onze voorvaders bewandelden? Hebben jullie twee dan macht om iets te zeggen in het land? Wij geloven niet in jullie twee."

وَ قَالَ فِرۡعَوۡنُ ائۡتُوۡنِیۡ بِکُلِّ سٰحِرٍ عَلِیۡمٍ ﴿۷۹﴾
010.079 Waqala firAAawnu i/toonee bikulli sahirin AAaleemin
10:79 En Farao zei: "Breng me alle deskundige magiërs!"

فَلَمَّا جَآءَ السَّحَرَۃُ قَالَ لَہُمۡ مُّوۡسٰۤی اَلۡقُوۡا مَاۤ اَنۡتُمۡ مُّلۡقُوۡنَ ﴿۸۰﴾
010.080 Falamma jaa alssaharatu qala lahum moosa alqoo ma antum mulqoona
10:80 Toen dus de magiërs kwamen, zei Moesa tegen hen: "Werp wat jullie willen werpen."

فَلَمَّاۤ اَلۡقَوۡا قَالَ مُوۡسٰی مَا جِئۡتُمۡ بِہِ ۙ السِّحۡرُ ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَیُبۡطِلُہٗ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُصۡلِحُ عَمَلَ الۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۸۱﴾
010.081 Falamma alqaw qala moosa ma ji/tum bihi alssihru inna Allaha sayubtiluhu inna Allaha la yuslihu AAamala almufsideena
10:81 Nadat ze geworpen hadden, zei Moesa: "Wat jullie gebracht hebben is alleen magie\toverij. Voorzeker, Allah zal jullie magie te niet doen. Voorzeker, Allah keurt het werk van verderfzaaiers af."

وَ یُحِقُّ اللّٰہُ الۡحَقَّ بِکَلِمٰتِہٖ وَ لَوۡ کَرِہَ الۡمُجۡرِمُوۡنَ ﴿٪۸۲﴾
010.082 Wayuhiqqu Allahu alhaqqa bikalimatihi walaw kariha almujrimoona
10:82 "En Allah zal de waarheid met Zijn woord vestigen. Ook al hebben de misdadigers er een hekel aan."

فَمَاۤ اٰمَنَ لِمُوۡسٰۤی اِلَّا ذُرِّیَّۃٌ مِّنۡ قَوۡمِہٖ عَلٰی خَوۡفٍ مِّنۡ فِرۡعَوۡنَ وَ مَلَا۠ئِہِمۡ اَنۡ یَّفۡتِنَہُمۡ ؕ وَ اِنَّ فِرۡعَوۡنَ لَعَالٍ فِی الۡاَرۡضِ ۚ وَ اِنَّہٗ لَمِنَ الۡمُسۡرِفِیۡنَ ﴿۸۳﴾
010.083 Fama amana limoosa illa thurriyyatun min qawmihi AAala khawfin min firAAawna wamala-ihim an yaftinahum wa-inna firAAawna laAAalin fee al-ardi wa-innahu lamina almusrifeena
10:83 En door de vrees voor vervolging door Farao en zijn ministers, geloofde niemand, behalve de jongeren onder zijn volk, in Moesa. En voorzeker, Farao was een tiran op aarde. Hij ging alle grenzen te buiten.

وَ قَالَ مُوۡسٰی یٰقَوۡمِ اِنۡ کُنۡتُمۡ اٰمَنۡتُمۡ بِاللّٰہِ فَعَلَیۡہِ تَوَکَّلُوۡۤا اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّسۡلِمِیۡنَ ﴿۸۴﴾
010.084 Waqala moosa ya qawmi in kuntum amantum biAllahi faAAalayhi tawakkaloo in kuntum muslimeena
10:84 En Moesa zei: "O mijn volk! Als jullie in Allah geloven, stel dan jullie vertrouwen in Hem. Jullie zijn toch moslims (iemand die zich overgeeft aan Allah)?

فَقَالُوۡا عَلَی اللّٰہِ تَوَکَّلۡنَا ۚ رَبَّنَا لَا تَجۡعَلۡنَا فِتۡنَۃً لِّلۡقَوۡمِ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿ۙ۸۵﴾
010.085 Faqaloo AAala Allahi tawakkalna rabbana la tajAAalna fitnatan lilqawmi alththalimeena
10:85 Toen zeiden ze: "Op Allah stellen we onze vertrouwen. Onze heer, maak ons niet als een beproeving voor de misdadigers!"

وَ نَجِّنَا بِرَحۡمَتِکَ مِنَ الۡقَوۡمِ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۸۶﴾
010.086 Wanajjina birahmatika mina alqawmi alkafireena
10:86 "En red ons door Uw Barmhartigheid van het ongelovige volk."

وَ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلٰی مُوۡسٰی وَ اَخِیۡہِ اَنۡ تَبَوَّاٰ لِقَوۡمِکُمَا بِمِصۡرَ بُیُوۡتًا وَّ اجۡعَلُوۡا بُیُوۡتَکُمۡ قِبۡلَۃً وَّ اَقِیۡمُوا الصَّلٰوۃَ ؕ وَ بَشِّرِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۸۷﴾
010.087 Waawhayna ila moosa waakheehi an tabawwaa liqawmikuma bimisra buyootan waijAAaloo buyootakum qiblatan waaqeemoo alssalata wabashshiri almu/mineena
10:87 En Wij openbaarden aan Moesa en zijn broer: "Laat jullie mensen zich (tijdelijk) verblijven in de huizen van Egypte. Maak van jullie huizen een gebedsplaats en onderhoud het gebed. En geef het goede nieuws aan de gelovigen."

وَ قَالَ مُوۡسٰی رَبَّنَاۤ اِنَّکَ اٰتَیۡتَ فِرۡعَوۡنَ وَ مَلَاَہٗ زِیۡنَۃً وَّ اَمۡوَالًا فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ۙ رَبَّنَا لِیُضِلُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِکَ ۚ رَبَّنَا اطۡمِسۡ عَلٰۤی اَمۡوَالِہِمۡ وَ اشۡدُدۡ عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ فَلَا یُؤۡمِنُوۡا حَتّٰی یَرَوُا الۡعَذَابَ الۡاَلِیۡمَ ﴿۸۸﴾
010.088 Waqala moosa rabbana innaka atayta firAAawna wamalaahu zeenatan waamwalan fee alhayati alddunya rabbana liyudilloo AAan sabeelika rabbana itmis AAala amwalihim waoshdud AAala quloobihim fala yu/minoo hatta yarawoo alAAathaba al-aleema
10:88 En Moesa zei: "Onze Heer! Voorzeker, U heeft gedurende het wereldse leven, Farao en zijn ministers pracht en praal gegeven. Onze Heer! Ze lieten de mensen ermee van Uw weg afdwalen. Onze heer! Vernietig hun rijkdom en verhard hun harten, zodat ze niet zullen geloven totdat ze de pijnlijke straf zien."

قَالَ قَدۡ اُجِیۡبَتۡ دَّعۡوَتُکُمَا فَاسۡتَقِیۡمَا وَ لَا تَتَّبِعٰٓنِّ سَبِیۡلَ الَّذِیۡنَ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۸۹﴾
010.089 Qala qad ojeebat daAAwatukuma faistaqeema wala tattabiAAanni sabeela allatheena la yaAAlamoona
10:89 Hij (Allah) zei: "Voorzeker, beiden van jullie smeekbeden zijn verhoord. Bewandel dus de rechte pad. En volg niet de weg van mensen die niet weten (de onwetendheid)." (Notitie: Het smeekgebed werd opgezegd door Moesa, zie vorige vers. Maar door het zeggen van "Amien" door Haroen, wordt het gezien als dat beiden het smeekgebed hebben verricht.)

وَ جٰوَزۡنَا بِبَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ الۡبَحۡرَ فَاَتۡبَعَہُمۡ فِرۡعَوۡنُ وَ جُنُوۡدُہٗ بَغۡیًا وَّ عَدۡوًا ؕ حَتّٰۤی اِذَاۤ اَدۡرَکَہُ الۡغَرَقُ ۙ قَالَ اٰمَنۡتُ اَنَّہٗ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا الَّذِیۡۤ اٰمَنَتۡ بِہٖ بَنُوۡۤا اِسۡرَآءِیۡلَ وَ اَنَا مِنَ الۡمُسۡلِمِیۡنَ ﴿۹۰﴾
010.090 Wajawazna bibanee isra-eela albahra faatbaAAahum firAAawnu wajunooduhu baghyan waAAadwan hatta itha adrakahu algharaqu qala amantu annahu la ilaha illa allathee amanat bihi banoo isra-eela waana mina almuslimeena
10:90 En we lieten de kinderen van Israël de zee oversteken. Echter, gedreven door hoogmoed en haat, achtervolgden de Farao en zijn leger hen. Op het moment van verdrinking zei hij: "Ik geloof dat er geen deïteit is dan de Enige, waarin de kinderen van Israël geloven. En ik behoor tot de moslims."

آٰلۡـٰٔنَ وَ قَدۡ عَصَیۡتَ قَبۡلُ وَ کُنۡتَ مِنَ الۡمُفۡسِدِیۡنَ ﴿۹۱﴾
010.091 Al-ana waqad AAasayta qablu wakunta mina almufsideena
10:91 "Nu?! Terwijl je voorheen ongehoorzaam was en tot een tiran behoorde?" (Notitie, de verklaring van Farao dat hij tot de moslim behoort, wordt niet geaccepteerd. Op het moment dat de dood nadert of dat bijvoorbeeld een groot teken zich voordoet, zoals het opkomen van de zon uit het westen, dan wordt het berouw niet geaccepteerd, zie 6:158.)

فَالۡیَوۡمَ نُنَجِّیۡکَ بِبَدَنِکَ لِتَکُوۡنَ لِمَنۡ خَلۡفَکَ اٰیَۃً ؕ وَ اِنَّ کَثِیۡرًا مِّنَ النَّاسِ عَنۡ اٰیٰتِنَا لَغٰفِلُوۡنَ ﴿٪۹۲﴾
010.092 Faalyawma nunajjeeka bibadanika litakoona liman khalfaka ayatan wa-inna katheeran mina alnnasi AAan ayatina laghafiloona
10:92 Vandaag zullen Wij jouw lichaam preserveren, zodat je een teken zult zijn voor de komende generaties. En voorzeker, een groot gedeelte van de mensheid bekommeren zich niet om Onze tekenen.

وَ لَقَدۡ بَوَّاۡنَا بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ مُبَوَّاَ صِدۡقٍ وَّ رَزَقۡنٰہُمۡ مِّنَ الطَّیِّبٰتِ ۚ فَمَا اخۡتَلَفُوۡا حَتّٰی جَآءَہُمُ الۡعِلۡمُ ؕ اِنَّ رَبَّکَ یَقۡضِیۡ بَیۡنَہُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ فِیۡمَا کَانُوۡا فِیۡہِ یَخۡتَلِفُوۡنَ ﴿۹۳﴾
010.093 Walaqad bawwa/na banee isra-eela mubawwaa sidqin warazaqnahum mina alttayyibati fama ikhtalafoo hatta jaahumu alAAilmu inna rabbaka yaqdee baynahum yawma alqiyamati feema kanoo feehi yakhtalifoona
10:93 En Wij vestigden de kinderen van Israël in een eerwaardige omgeving. En Wij verschaften hen goede voorzieningen. Echter pas nadat hun kennis was gegeven, raakten ze in verdeeldheid\onenigheid. Voorzeker, jouw Heer zal tussen hen oordelen over de onenigheid op de dag des oordeels.

فَاِنۡ کُنۡتَ فِیۡ شَکٍّ مِّمَّاۤ اَنۡزَلۡنَاۤ اِلَیۡکَ فَسۡـَٔلِ الَّذِیۡنَ یَقۡرَءُوۡنَ الۡکِتٰبَ مِنۡ قَبۡلِکَ ۚ لَقَدۡ جَآءَکَ الۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکَ فَلَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡمُمۡتَرِیۡنَ ﴿ۙ۹۴﴾
010.094 Fa-in kunta fee shakkin mimma anzalnna ilayka fais-ali allatheena yaqraoona alkitaba min qablika laqad jaaka alhaqqu min rabbika fala takoonanna mina almumtareena
10:94 Als jij (Mohammed v.z.m.h.) twijfelt over het geen wat Wij aan jou hebben geopenbaard, vraag het dan aan degenen die het boek (de Thora en Indjiel), die voor jou geopenbaard waren, lezen. Waarlijk, de waarheid van jouw heer is tot jou gekomen. Dus twijfel niet.

وَ لَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الَّذِیۡنَ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ فَتَکُوۡنَ مِنَ الۡخٰسِرِیۡنَ ﴿۹۵﴾
010.095 Wala takoonanna mina allatheena kaththaboo bi-ayati Allahi fatakoona mina alkhasireena
10:95 En wees niet als degenen die de tekenen van Allah verwerpen. Anders zal je behoren tot degenen die verliezen.

اِنَّ الَّذِیۡنَ حَقَّتۡ عَلَیۡہِمۡ کَلِمَتُ رَبِّکَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿ۙ۹۶﴾
010.096 Inna allatheena haqqat AAalayhim kalimatu rabbika la yu/minoona
10:96 Voorzeker, degenen waarop het woord (de bezegeling van het hart) van jou heer is bekrachtigd, zullen niet geloven.

وَ لَوۡ جَآءَتۡہُمۡ کُلُّ اٰیَۃٍ حَتّٰی یَرَوُا الۡعَذَابَ الۡاَلِیۡمَ ﴿۹۷﴾
010.097 Walaw jaat-hum kullu ayatin hatta yarawoo alAAathaba al-aleema
10:97 Ook al zouden alle tekenen tot hen komen (dan nog zouden ze niet geloven). Ze zullen ongelovig blijven totdat ze de pijnlijke straf zullen zien.

فَلَوۡ لَا کَانَتۡ قَرۡیَۃٌ اٰمَنَتۡ فَنَفَعَہَاۤ اِیۡمَانُہَاۤ اِلَّا قَوۡمَ یُوۡنُسَ ؕ لَمَّاۤ اٰمَنُوۡا کَشَفۡنَا عَنۡہُمۡ عَذَابَ الۡخِزۡیِ فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ مَتَّعۡنٰہُمۡ اِلٰی حِیۡنٍ ﴿۹۸﴾
010.098 Falawla kanat qaryatun amanat fanafaAAaha eemanuha illa qawma yoonusa lamma amanoo kashafna AAanhum AAathaba alkhizyi fee alhayati alddunya wamattaAAnahum ila heenin
10:98 Is er een stad geweest dat geloofde, zodat het voordeel had door het geloof, behalve dan het volk van Joenoes (Jonas)? Toen ze (het volk van Joenoes) geloofden, verwijderden Wij de vernederde straf en gaven hen genietingen gedurende het wereldse leven.

وَ لَوۡ شَآءَ رَبُّکَ لَاٰمَنَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ کُلُّہُمۡ جَمِیۡعًا ؕ اَفَاَنۡتَ تُکۡرِہُ النَّاسَ حَتّٰی یَکُوۡنُوۡا مُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۹۹﴾
010.099 Walaw shaa rabbuka laamana man fee al-ardi kulluhum jameeAAan afaanta tukrihu alnnasa hatta yakoonoo mu/mineena
10:99 En als jouw Heer het had gewild, dan zou iedereen op de aarde geloofd hebben. Wil jij dan de mensen dwingen totdat ze geloven?

وَ مَا کَانَ لِنَفۡسٍ اَنۡ تُؤۡمِنَ اِلَّا بِاِذۡنِ اللّٰہِ ؕ وَ یَجۡعَلُ الرِّجۡسَ عَلَی الَّذِیۡنَ لَا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۱۰۰﴾
010.100 Wama kana linafsin an tu/mina illa bi-ithni Allahi wayajAAalu alrrijsa AAala allatheena la yaAAqiloona
10:100 En geen mens kan geloven zonder het verlof/toestemming van Allah. En Hij legt straf op, op degenen die niet hun verstand gebruiken. (Notitie: Allah leidt niet degene naar het rechte pad met een ziekte in het hart, zoals hoogmoedigheid, misgunning, gierigheid, hypocrisie, etc, dat veroorzaakt wordt door het begaan van hun eigen onrechtvaardige daden. Mensen met een ziekte in de hart oordelen niet op basis van verstand, maar op basis van de ziekte in het hart. Zie 2:10, 22:53, 24:50, 9:125. De remedie voor de ziektes in het hart is berouw, zie 11:52, 13:27)

قُلِ انۡظُرُوۡا مَاذَا فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ مَا تُغۡنِی الۡاٰیٰتُ وَ النُّذُرُ عَنۡ قَوۡمٍ لَّا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱۰۱﴾
010.101 Quli onthuroo matha fee alssamawati waal-ardi wama tughnee al-ayatu waalnnuthuru AAan qawmin la yu/minoona
10:101 Zeg: "Kijk dan naar de hemelen en de aarde!" Echter, de tekenen en de waarschuwing hebben geen invloed op de ongelovigen.

فَہَلۡ یَنۡتَظِرُوۡنَ اِلَّا مِثۡلَ اَیَّامِ الَّذِیۡنَ خَلَوۡا مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ قُلۡ فَانۡتَظِرُوۡۤا اِنِّیۡ مَعَکُمۡ مِّنَ الۡمُنۡتَظِرِیۡنَ ﴿۱۰۲﴾
010.102 Fahal yantathiroona illa mithla ayyami allatheena khalaw min qablihim qul faintathiroo innee maAAakum mina almuntathireena
10:102 Wachten ze dan alleen (op de straf) net zoals de oude generaties dat deden? Zeg: "Wacht maar! Voorzeker, ik wacht ook."

ثُمَّ نُنَجِّیۡ رُسُلَنَا وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا کَذٰلِکَ ۚ حَقًّا عَلَیۡنَا نُنۡجِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۰۳﴾٪
010.103 Thumma nunajjee rusulana waallatheena amanoo kathalika haqqan AAalayna nunjee almu/mineena
10:103 Vervolgens, zullen Wij Onze boodschappers en degenen die geloven redden. Het is een plicht van Ons (Allah) dat Wij de gelovigen redden.

قُلۡ یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اِنۡ کُنۡتُمۡ فِیۡ شَکٍّ مِّنۡ دِیۡنِیۡ فَلَاۤ اَعۡبُدُ الَّذِیۡنَ تَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ لٰکِنۡ اَعۡبُدُ اللّٰہَ الَّذِیۡ یَتَوَفّٰىکُمۡ ۚۖ وَ اُمِرۡتُ اَنۡ اَکُوۡنَ مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱۰۴﴾ۙ
010.104 Qul ya ayyuha alnnasu in kuntum fee shakkin min deenee fala aAAbudu allatheena taAAbudoona min dooni Allahi walakin aAAbudu Allaha allathee yatawaffakum waomirtu an akoona mina almu/mineena
10:104 Zeg: "O mensheid! Als jullie twijfelen over mijn Dien (geloof/levenswijze), weet dan dat ik niet degene aanbidt die jullie naast Allah aanbidden. Ik aanbidt alleen Allah, degene die jullie doet sterven. Het is mij opgedragen om (dit) te geloven." (Notitie zie Surah Al-Kafirun, de 109ste Surah.)

وَ اَنۡ اَقِمۡ وَجۡہَکَ لِلدِّیۡنِ حَنِیۡفًا ۚ وَ لَا تَکُوۡنَنَّ مِنَ الۡمُشۡرِکِیۡنَ ﴿۱۰۵﴾
010.105 Waan aqim wajhaka lilddeeni haneefan wala takoonanna mina almushrikeena
10:105 En (het is mij opgedragen:) "Wendt jouw gezicht naar de oprechte Dien (geloof/levenswijze) en behoor niet tot de godenaanbidders.

وَ لَا تَدۡعُ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ مَا لَا یَنۡفَعُکَ وَ لَا یَضُرُّکَ ۚ فَاِنۡ فَعَلۡتَ فَاِنَّکَ اِذًا مِّنَ الظّٰلِمِیۡنَ ﴿۱۰۶﴾
010.106 Wala tadAAu min dooni Allahi ma la yanfaAAuka wala yadurruka fa-in faAAalta fa-innaka ithan mina alththalimeena
10:106 En roep niet iets naast Allah aan, wat jou noch voordeel noch nadeel kan brengen. Echter, als je dit wel doet, dan pleeg je een misdaad.

وَ اِنۡ یَّمۡسَسۡکَ اللّٰہُ بِضُرٍّ فَلَا کَاشِفَ لَہٗۤ اِلَّا ہُوَ ۚ وَ اِنۡ یُّرِدۡکَ بِخَیۡرٍ فَلَا رَآدَّ لِفَضۡلِہٖ ؕ یُصِیۡبُ بِہٖ مَنۡ یَّشَآءُ مِنۡ عِبَادِہٖ ؕ وَ ہُوَ الۡغَفُوۡرُ الرَّحِیۡمُ ﴿۱۰۷﴾
010.107 Wa-in yamsaska Allahu bidurrin fala kashifa lahu illa huwa wa-in yuridka bikhayrin fala radda lifadlihi yuseebu bihi man yashao min AAibadihi wahuwa alghafooru alrraheemu
10:107 En wanneer Allah jou met een Doer (ziekte) treft, dan zal er niemand zijn die het weg kan halen, behalve Hij. En als Hij iets goeds voor je wilt, dan is er niemand die Zijn gunst kan tegenhouden. Hij zorgt ervoor dat het toekomt aan degene die Hij wilt. Hij is Gafoer (de meest vergevensgezinde), Rahiem (de meest barmhartige). (Notitie: Hier wordt Doer vertaald als ziekte, omdat Allah de enige is die geneest, zie 21:83-84 en 26:80)

قُلۡ یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ قَدۡ جَآءَکُمُ الۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکُمۡ ۚ فَمَنِ اہۡتَدٰی فَاِنَّمَا یَہۡتَدِیۡ لِنَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ ضَلَّ فَاِنَّمَا یَضِلُّ عَلَیۡہَا ۚ وَ مَاۤ اَنَا عَلَیۡکُمۡ بِوَکِیۡلٍ ﴿۱۰۸﴾ؕ
010.108 Qul ya ayyuha alnnasu qad jaakumu alhaqqu min rabbikum famani ihtada fa-innama yahtadee linafsihi waman dalla fa-innama yadillu AAalayha wama ana AAalaykum biwakeelin
10:108 Zeg: "O mensen! Waarlijk, de waarheid van jullie Heer is tot jullie gekomen. Wie dus (daardoor) geleid wordt, het is alleen ten gunste van hemzelf. En wie dwaalt, dwaalt alleen ten nadele van hemzelf. En ik ben geen Wakiel voor jullie." (Notitie: Wakiel betekent beheerder van zaken. Met andere woorden de vers zegt: ik bemoei niet met jullie zaken).

وَ اتَّبِعۡ مَا یُوۡحٰۤی اِلَیۡکَ وَ اصۡبِرۡ حَتّٰی یَحۡکُمَ اللّٰہُ ۚۖ وَ ہُوَ خَیۡرُ الۡحٰکِمِیۡنَ ﴿۱۰۹﴾٪
010.109 WaittabiAA ma yooha ilayka waisbir hatta yahkuma Allahu wahuwa khayru alhakimeena
10:109 En volg wat aan jou (Mohammed v.z.m.h.) is geopenbaard. Wees geduldig totdat Allah oordeelt. Hij is de beste der rechters.


www.heiligekoran.nl