111 Al-Masad, Al-Lahab
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige
تَبَّتۡ یَدَاۤ اَبِیۡ لَہَبٍ وَّ تَبَّ ؕ﴿۱﴾
111.001 Tabbat yada abee lahabin watabba
1. Verdoemd zijn de handen van Abu Lahab* en verdoemd is hij.

مَاۤ اَغۡنٰی عَنۡہُ مَالُہٗ وَ مَا کَسَبَ ؕ﴿۲﴾
111.002 Ma aghna AAanhu maluhu wama kasaba
2. Zijn rijkdommen en aanwinsten zullen hem niet redden.

سَیَصۡلٰی نَارًا ذَاتَ لَہَبٍ ۚ﴿ۖ۳﴾
111.003 Sayasla naran thata lahabin
3. Hij zal geworpen worden in een vuur met (grote) vlammen.

وَّ امۡرَاَتُہٗ ؕ حَمَّالَۃَ الۡحَطَبِ ۚ﴿۴﴾
111.004 Waimraatuhu hammalata alhatabi
4. En ook zijn vrouw, de draagster van het hout**,

فِیۡ جِیۡدِہَا حَبۡلٌ مِّنۡ مَّسَدٍ ﴿۵﴾
111.005 Fee jeediha hablun min masadin
5. Om haar hals zal een koord van palmvezels hangen***.


www.heiligekoran.nl