13 Ar-Ra'd (De Donder)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige
الٓـمّٓرٰ ۟ تِلۡکَ اٰیٰتُ الۡکِتٰبِ ؕ وَ الَّذِیۡۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ مِنۡ رَّبِّکَ الۡحَقُّ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَ النَّاسِ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۱﴾
013.001 Alif-lam-meem-ra tilka ayatu alkitabi waallathee onzila ilayka min rabbika alhaqqu walakinna akthara alnnasi la yu/minoona
13:1 Alief Laam Miem Ra. Deze zijn de verzen van het boek. datgeen wat van jouw Heer aan jou is geopenbaard, is de waarheid. Maar de meeste mensen geloven niet.

اَللّٰہُ الَّذِیۡ رَفَعَ السَّمٰوٰتِ بِغَیۡرِ عَمَدٍ تَرَوۡنَہَا ثُمَّ اسۡتَوٰی عَلَی الۡعَرۡشِ وَ سَخَّرَ الشَّمۡسَ وَ الۡقَمَرَ ؕ کُلٌّ یَّجۡرِیۡ لِاَجَلٍ مُّسَمًّی ؕ یُدَبِّرُ الۡاَمۡرَ یُفَصِّلُ الۡاٰیٰتِ لَعَلَّکُمۡ بِلِقَآءِ رَبِّکُمۡ تُوۡقِنُوۡنَ ﴿۲﴾
013.002 Allahu allathee rafaAAa alssamawati bighayri AAamadin tarawnaha thumma istawa AAala alAAarshi wasakhkhara alshshamsa waalqamara kullun yajree li-ajalin musamman yudabbiru al-amra yufassilu al-ayati laAAallakum biliqa-i rabbikum tooqinoona
13:2 Allah is Degene Die de hemelen hoog heeft geplaatst, zonder steunpalen die jullie kunnen zien. Vervolgens vestigde Hij boven op de troon en stelde de zon en de maan ten dienste (voor o.a. de mensheid). Elk beweeg voort tot een vastgestelde periode. Hij regelt alle zaken. Hij detailleert/verfijnt Zijn tekenen, zodat jullie met zekerheid overtuigd kunnen zijn van de ontmoeting met jullie Heer.

وَ ہُوَ الَّذِیۡ مَدَّ الۡاَرۡضَ وَ جَعَلَ فِیۡہَا رَوَاسِیَ وَ اَنۡہٰرًا ؕ وَ مِنۡ کُلِّ الثَّمَرٰتِ جَعَلَ فِیۡہَا زَوۡجَیۡنِ اثۡنَیۡنِ یُغۡشِی الَّیۡلَ النَّہَارَ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّتَفَکَّرُوۡنَ ﴿۳﴾
013.003 Wahuwa allathee madda al-arda wajaAAala feeha rawasiya waanharan wamin kulli alththamarati jaAAala feeha zawjayni ithnayni yughshee allayla alnnahara inna fee thalika laayatin liqawmin yatafakkaroona
13:3 Hij is Degene Die de aarde verspreid heeft en daarop stevige bergen en rivieren heeft geplaatst. En alle vruchten erop heeft Hij in twee geslachten/paren gemaakt. Hij doet de nacht bedekken door de dag. Voorzeker, in dat zijn er zeker tekenen voor mensen die nadenken.

وَ فِی الۡاَرۡضِ قِطَعٌ مُّتَجٰوِرٰتٌ وَّ جَنّٰتٌ مِّنۡ اَعۡنَابٍ وَّ زَرۡعٌ وَّ نَخِیۡلٌ صِنۡوَانٌ وَّ غَیۡرُ صِنۡوَانٍ یُّسۡقٰی بِمَآءٍ وَّاحِدٍ ۟ وَ نُفَضِّلُ بَعۡضَہَا عَلٰی بَعۡضٍ فِی الۡاُکُلِ ؕ اِنَّ فِیۡ ذٰلِکَ لَاٰیٰتٍ لِّقَوۡمٍ یَّعۡقِلُوۡنَ ﴿۴﴾
013.004 Wafee al-ardi qitaAAun mutajawiratun wajannatun min aAAnabin wazarAAun wanakheelun sinwanun waghayru sinwanin yusqa bima-in wahidin wanufaddilu baAAdaha AAala baAAdin fee alokuli inna fee thalika laayatin liqawmin yaAAqiloona
13:4 En op de aarde zijn er (verschillende soorten) land die aan elkaar grenzen. En tuinen van druivenstruiken, gewassen, dadelpalmen, bomen met (slechts) één stam en bomen met takken. Allen worden geïrrigeerd met één (en hetzelfde) water. Wij laten sommige meer fruit dragen dan anderen. In dat, zijn er zeker tekenen voor mensen die nadenken.

وَ اِنۡ تَعۡجَبۡ فَعَجَبٌ قَوۡلُہُمۡ ءَ اِذَا کُنَّا تُرٰبًا ءَ اِنَّا لَفِیۡ خَلۡقٍ جَدِیۡدٍ ۬ؕ اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِرَبِّہِمۡ ۚ وَ اُولٰٓئِکَ الۡاَغۡلٰلُ فِیۡۤ اَعۡنَاقِہِمۡ ۚ وَ اُولٰٓئِکَ اَصۡحٰبُ النَّارِ ۚ ہُمۡ فِیۡہَا خٰلِدُوۡنَ ﴿۵﴾
013.005 Wa-in taAAjab faAAajabun qawluhum a-itha kunna turaban a-inna lafee khalqin jadeedin ola-ika allatheena kafaroo birabbihim waola-ika al-aghlalu fee aAAnaqihim waola-ika as-habu alnnari hum feeha khalidoona
13:5 En als je sprakeloos bent (over de creatie), hun woorden zijn ook verbazingwekkend: "Als we stof zijn, zullen we dan zeker opnieuw geschapen worden?" Zij zijn degenen die niet in hun Heer geloven. Zij zullen geketend zijn met ijzeren kettingen om hun nekken. Zij zullen de bewoners van het vuur zijn. Zij zullen er voor altijd in leven.

وَ یَسۡتَعۡجِلُوۡنَکَ بِالسَّیِّئَۃِ قَبۡلَ الۡحَسَنَۃِ وَ قَدۡ خَلَتۡ مِنۡ قَبۡلِہِمُ الۡمَثُلٰتُ ؕ وَ اِنَّ رَبَّکَ لَذُوۡ مَغۡفِرَۃٍ لِّلنَّاسِ عَلٰی ظُلۡمِہِمۡ ۚ وَ اِنَّ رَبَّکَ لَشَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿۶﴾
013.006 WayastaAAjiloonaka bialssayyi-ati qabla alhasanati waqad khalat min qablihimu almathulatu wa-inna rabbaka lathoo maghfiratin lilnnasi AAala thulmihim wa-inna rabbaka lashadeedu alAAiqabi
13:6 Ze vragen het slechte (de straf) te verhaasten in plaats van het goede. Waarlijk, terwijl er soortgelijke straffen op generaties voor hen hebben plaats gevonden. Voorzeker, jou Heer is voor de mensheid vol van vergiffenis ondanks dat ze zonden begaan. Echter, jou Heer is (ook) streng in het straffen.

وَ یَقُوۡلُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَوۡ لَاۤ اُنۡزِلَ عَلَیۡہِ اٰیَۃٌ مِّنۡ رَّبِّہٖ ؕ اِنَّمَاۤ اَنۡتَ مُنۡذِرٌ وَّ لِکُلِّ قَوۡمٍ ہَادٍ ٪﴿۷﴾
013.007 Wayaqoolu allatheena kafaroo lawla onzila AAalayhi ayatun min rabbihi innama anta munthirun walikulli qawmin hadin
13:7 En degenen die niet geloven zeggen: "Waarom is er geen teken tot hem neergezonden van zijn Heer? Jij bent slecht een waarschuwer en voor elk volk is er een leider (profeet).

اَللّٰہُ یَعۡلَمُ مَا تَحۡمِلُ کُلُّ اُنۡثٰی وَ مَا تَغِیۡضُ الۡاَرۡحَامُ وَ مَا تَزۡدَادُ ؕ وَ کُلُّ شَیۡءٍ عِنۡدَہٗ بِمِقۡدَارٍ ﴿۸﴾
013.008 Allahu yaAAlamu ma tahmilu kullu ontha wama tagheedu al-arhamu wama tazdadu wakullu shay-in AAindahu bimiqdarin
13:8 Allah weet wat elke vrouw draagt en wat de baarmoeders tekortschieten of wat ze overschrijden (voor de ontwikkeling van het kind en m.b.t. de draagtijd). En alles bij Hem is in juiste verhouding. (Notitie: Allah is op de hoogte van elke zwangerschap en de ontwikkeling van het kind. Zie ook 77:20-23.)

عٰلِمُ الۡغَیۡبِ وَ الشَّہَادَۃِ الۡکَبِیۡرُ الۡمُتَعَالِ ﴿۹﴾
013.009 AAalimu alghaybi waalshshahadati alkabeeru almutaAAali
13:9 (Hij is) de Kenner van het ongeziene en de Kenner van wat zichtbaar is. (Hij is) Al-Akbar (de Grootste in macht, kracht, wijsheid en barmhartigheid), Muta'ali (De zelf verhevene, degene die buiten de attributen van zijn schepping is).

سَوَآءٌ مِّنۡکُمۡ مَّنۡ اَسَرَّ الۡقَوۡلَ وَ مَنۡ جَہَرَ بِہٖ وَ مَنۡ ہُوَ مُسۡتَخۡفٍۭ بِالَّیۡلِ وَ سَارِبٌۢ بِالنَّہَارِ ﴿۱۰﴾
013.010 Sawaon minkum man asarra alqawla waman jahara bihi waman huwa mustakhfin biallayli wasaribun bialnnahari
13:10 Het is hetzelfde (voor Allah), of iemand zijn gedachten verbergt of openlijk uitspreekt, of dat hij 's nachts verstopt en overdag zich openlijk verplaatst.

لَہٗ مُعَقِّبٰتٌ مِّنۡۢ بَیۡنِ یَدَیۡہِ وَ مِنۡ خَلۡفِہٖ یَحۡفَظُوۡنَہٗ مِنۡ اَمۡرِ اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُغَیِّرُ مَا بِقَوۡمٍ حَتّٰی یُغَیِّرُوۡا مَا بِاَنۡفُسِہِمۡ ؕ وَ اِذَاۤ اَرَادَ اللّٰہُ بِقَوۡمٍ سُوۡٓءًا فَلَا مَرَدَّ لَہٗ ۚ وَ مَا لَہُمۡ مِّنۡ دُوۡنِہٖ مِنۡ وَّالٍ ﴿۱۱﴾
013.011 Lahu muAAaqqibatun min bayni yadayhi wamin khalfihi yahfathoonahu min amri Allahi inna Allaha la yughayyiru ma biqawmin hatta yughayyiroo ma bi-anfusihim wa-itha arada Allahu biqawmin soo-an fala maradda lahu wama lahum min doonihi min walin
13:11 Voor hem (een ieder) zijn er beschermengelen aangesteld die elkaar opvolgen en die hem van voren en achteren bewaken door het bevel van Allah. Allah verandert de toestand van volk niet totdat ze hetgeen veranderen wat in hun zelf is. En wanneer Allah voor een volk kwaad wilt, dan is er geen ontsnapping mogelijk. Er is dan geen beschermer, behalve Hem (Allah). (Notitie, zie ook 86:4)

ہُوَ الَّذِیۡ یُرِیۡکُمُ الۡبَرۡقَ خَوۡفًا وَّ طَمَعًا وَّ یُنۡشِیُٔ السَّحَابَ الثِّقَالَ ﴿ۚ۱۲﴾
013.012 Huwa allathee yureekumu albarqa khawfan watamaAAan wayunshi-o alssahaba alththiqala
13:12 Hij is Degene die de bliksem voor jullie toont, die zowel angst als hoop doet ontstaan, en die de zware wolken voortbrengt.

وَ یُسَبِّحُ الرَّعۡدُ بِحَمۡدِہٖ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ مِنۡ خِیۡفَتِہٖ ۚ وَ یُرۡسِلُ الصَّوَاعِقَ فَیُصِیۡبُ بِہَا مَنۡ یَّشَآءُ وَ ہُمۡ یُجَادِلُوۡنَ فِی اللّٰہِ ۚ وَ ہُوَ شَدِیۡدُ الۡمِحَالِ ﴿ؕ۱۳﴾
013.013 Wayusabbihu alrraAAdu bihamdihi waalmala-ikatu min kheefatihi wayursilu alssawaAAiqa fayuseebu biha man yashao wahum yujadiloona fee Allahi wahuwa shadeedu almihali
13:13 En de donder verheerlijkt Hem met zijn dank en eerbetuiging. En de engelen doen dat ook uit vrees voor Hem. Hij zendt de bliksemschichten en treft ermee wie Hij wilt. Toch twisten ze over Allah. En Hij is zeer machtig in kracht. (Notitie: alles verheerlijkt Allah, zie ook 22:18)

لَہٗ دَعۡوَۃُ الۡحَقِّ ؕ وَ الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِہٖ لَا یَسۡتَجِیۡبُوۡنَ لَہُمۡ بِشَیۡءٍ اِلَّا کَبَاسِطِ کَفَّیۡہِ اِلَی الۡمَآءِ لِیَبۡلُغَ فَاہُ وَ مَا ہُوَ بِبَالِغِہٖ ؕ وَ مَا دُعَآءُ الۡکٰفِرِیۡنَ اِلَّا فِیۡ ضَلٰلٍ ﴿۱۴﴾
013.014 Lahu daAAwatu alhaqqi waallatheena yadAAoona min doonihi la yastajeeboona lahum bishay-in illa kabasiti kaffayhi ila alma-i liyablugha fahu wama huwa bibalighihi wama duAAao alkafireena illa fee dalalin
13:14 Aan Hem is de zuivere smeekgebed gericht. En degenen die ze naast Hem aanroepen beantwoorden hen in niets. Net zoals iemand die zijn handen uitstrekt om water te drinken, maar het (de water) bereikt het (de mond) niet. En het smeekgebed van de ongelovigen zijn slechts dwalingen.

وَ لِلّٰہِ یَسۡجُدُ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ طَوۡعًا وَّ کَرۡہًا وَّ ظِلٰلُہُمۡ بِالۡغُدُوِّ وَ الۡاٰصَالِ ﴿ٛ۱۵﴾
013.015 Walillahi yasjudu man fee alssamawati waal-ardi tawAAan wakarhan wathilaluhum bialghuduwwi waal-asali
13:15 En voor Allah prostreert iedereen die zich in de hemelen en op de aarde bevindt, gewillig of ongewillig. Net zoals hun schaduwen dat doen in de ochtend en in de middag.

قُلۡ مَنۡ رَّبُّ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ قُلِ اللّٰہُ ؕ قُلۡ اَفَاتَّخَذۡتُمۡ مِّنۡ دُوۡنِہٖۤ اَوۡلِیَآءَ لَا یَمۡلِکُوۡنَ لِاَنۡفُسِہِمۡ نَفۡعًا وَّ لَا ضَرًّا ؕ قُلۡ ہَلۡ یَسۡتَوِی الۡاَعۡمٰی وَ الۡبَصِیۡرُ ۬ۙ اَمۡ ہَلۡ تَسۡتَوِی الظُّلُمٰتُ وَ النُّوۡرُ ۬ۚ اَمۡ جَعَلُوۡا لِلّٰہِ شُرَکَآءَ خَلَقُوۡا کَخَلۡقِہٖ فَتَشَابَہَ الۡخَلۡقُ عَلَیۡہِمۡ ؕ قُلِ اللّٰہُ خَالِقُ کُلِّ شَیۡءٍ وَّ ہُوَ الۡوَاحِدُ الۡقَہَّارُ ﴿۱۶﴾
013.016 Qul man rabbu alssamawati waal-ardi quli Allahu qul afaittakhathtum min doonihi awliyaa la yamlikoona li-anfusihim nafAAan wala darran qul hal yastawee al-aAAma waalbaseeru am hal tastawee alththulumatu waalnnooru am jaAAaloo lillahi shurakaa khalaqoo kakhalqihi fatashabaha alkhalqu AAalayhim quli Allahu khaliqu kulli shay-in wahuwa alwahidu alqahharu
13:16 Zeg: "Wie is de Heer van de hemelen en de aarde?" Zeg: "Allah." Zeg: "Hebben jullie dan naast hem beschermers genomen, terwijl ze geen macht hebben om voordeel of nadeel voor zichzelf toe te brengen? Zeg: "is de blinde gelijk aan degene die ziet? Of is de duisternis gelijk aan het licht? Of kennen ze aan Allah partners toe, die iets geschapen zouden hebben net zoals als Zijn schepping, zodat de scheppingen op elkaar lijken? Zeg: "Allah is de Schepper van alles en Hij is Waahid (Hij is de Enige. Hij heeft geen partners of rivaal. Hij is de enige bron waaruit de hele schepping voortkomt.), Kahar (Degene die alles in zijn koninkrijk regelt)."

اَنۡزَلَ مِنَ السَّمَآءِ مَآءً فَسَالَتۡ اَوۡدِیَۃٌۢ بِقَدَرِہَا فَاحۡتَمَلَ السَّیۡلُ زَبَدًا رَّابِیًا ؕ وَ مِمَّا یُوۡقِدُوۡنَ عَلَیۡہِ فِی النَّارِ ابۡتِغَآءَ حِلۡیَۃٍ اَوۡ مَتَاعٍ زَبَدٌ مِّثۡلُہٗ ؕ کَذٰلِکَ یَضۡرِبُ اللّٰہُ الۡحَقَّ وَ الۡبَاطِلَ ۬ؕ فَاَمَّا الزَّبَدُ فَیَذۡہَبُ جُفَآءً ۚ وَ اَمَّا مَا یَنۡفَعُ النَّاسَ فَیَمۡکُثُ فِی الۡاَرۡضِ ؕ کَذٰلِکَ یَضۡرِبُ اللّٰہُ الۡاَمۡثَالَ ﴿ؕ۱۷﴾
013.017 Anzala mina alssama-i maan fasalat awdiyatun biqadariha faihtamala alssaylu zabadan rabiyan wamimma yooqidoona AAalayhi fee alnnari ibtighaa hilyatin aw mataAAin zabadun mithluhu kathalika yadribu Allahu alhaqqa waalbatila faamma alzzabadu fayathhabu jufaan waamma ma yanfaAAu alnnasa fayamkuthu fee al-ardi kathalika yadribu Allahu al-amthala
13:17 Hij zend water vanuit de hemel, dat in de rivierbeddingen volgens hun omvang stroomt. De waterstroom draagt een rijzende schuim (dat dikker en dikker wordt) met zich mee. Een soortgelijke schuim bevindt zich in het vuur wat ze aanwakkeren voor het maken van ornamenten of gebruiksvoorwerpen. Zo beeld Allah de waarheid en de valsheid uit. Wat het schuim betreft, het verdwijnt, terwijl dat wat de mensheid van nut is op aarde blijft. Op deze manier geeft Allah voorbeelden (om uit te leggen). (Notitie: Het schuim, wat op het water ligt en dikker en dikker wordt, lijkt net als de valsheid te overheersen. Echter het verdwijnt en alleen het water en net zo de waarheid, blijft over.)

لِلَّذِیۡنَ اسۡتَجَابُوۡا لِرَبِّہِمُ الۡحُسۡنٰی ؕؔ وَ الَّذِیۡنَ لَمۡ یَسۡتَجِیۡبُوۡا لَہٗ لَوۡ اَنَّ لَہُمۡ مَّا فِی الۡاَرۡضِ جَمِیۡعًا وَّ مِثۡلَہٗ مَعَہٗ لَافۡتَدَوۡا بِہٖ ؕ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ سُوۡٓءُ الۡحِسَابِ ۬ۙ وَ مَاۡوٰىہُمۡ جَہَنَّمُ ؕ وَ بِئۡسَ الۡمِہَادُ ﴿٪۱۸﴾
013.018 Lillatheena istajaboo lirabbihimu alhusna waallatheena lam yastajeeboo lahu law anna lahum ma fee al-ardi jameeAAan wamithlahu maAAahu laiftadaw bihi ola-ika lahum soo-o alhisabi wama/wahum jahannamu wabi/sa almihadu
13:18 Voor degenen die aan hun Heer gehoor geven, is er gelukzaligheid. En wat degenen betreft die geen gehoor aan Hem gaven, al bezaten ze al datgeen wat op de aarde was en nog hetzelfde erbij, dan zouden ze zichzelf ermee vrij willen kopen (op de dag des oordeels). Voor hen is er een verschrikkelijke afrekening en hun verblijfplaats is de Hel, wat een akelige rustplaats! (Notitie zie ook 39:47)

اَفَمَنۡ یَّعۡلَمُ اَنَّمَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ مِنۡ رَّبِّکَ الۡحَقُّ کَمَنۡ ہُوَ اَعۡمٰی ؕ اِنَّمَا یَتَذَکَّرُ اُولُوا الۡاَلۡبَابِ ﴿ۙ۱۹﴾
013.019 Afaman yaAAlamu annama onzila ilayka min rabbika alhaqqu kaman huwa aAAma innama yatathakkaru oloo al-albabi
13:19 Is degene, die weet dat hetgeen van jouw Heer wat aan jou geopenbaard is, de waarheid is, gelijk aan de blinde? Alleen de mensen met begrip denken er over na.

الَّذِیۡنَ یُوۡفُوۡنَ بِعَہۡدِ اللّٰہِ وَ لَا یَنۡقُضُوۡنَ الۡمِیۡثَاقَ ﴿ۙ۲۰﴾
013.020 Allatheena yoofoona biAAahdi Allahi wala yanqudoona almeethaqa
13:20 Dat zijn degenen die het verbond met Allah onderhouden. En ze verbreken hun verbond niet. (Notitie: Het verbond met Allah is niet nieuw. Het was er al voordat de mens geboren werd, zie 7:172.)

وَ الَّذِیۡنَ یَصِلُوۡنَ مَاۤ اَمَرَ اللّٰہُ بِہٖۤ اَنۡ یُّوۡصَلَ وَ یَخۡشَوۡنَ رَبَّہُمۡ وَ یَخَافُوۡنَ سُوۡٓءَ الۡحِسَابِ ﴿ؕ۲۱﴾
013.021 Waallatheena yasiloona ma amara Allahu bihi an yoosala wayakhshawna rabbahum wayakhafoona soo-a alhisabi
13:21 En (dat zijn) degenen die verbinden wat Allah bevolen heeft om verbonden te blijven. Ze vrezen hun Heer en de slechte afrekening. (Notitie: De verbinding met Allah gebeurt op basis van goede daden, het gebed, aalmoezen, dankbaarheid naar Allah, berouw, liefdadigheid, etc. Zie ook 6:151-153)

وَ الَّذِیۡنَ صَبَرُوا ابۡتِغَآءَ وَجۡہِ رَبِّہِمۡ وَ اَقَامُوا الصَّلٰوۃَ وَ اَنۡفَقُوۡا مِمَّا رَزَقۡنٰہُمۡ سِرًّا وَّ عَلَانِیَۃً وَّ یَدۡرَءُوۡنَ بِالۡحَسَنَۃِ السَّیِّئَۃَ اُولٰٓئِکَ لَہُمۡ عُقۡبَی الدَّارِ ﴿ۙ۲۲﴾
013.022 Waallatheena sabaroo ibtighaa wajhi rabbihim waaqamoo alssalata waanfaqoo mimma razaqnahum sirran waAAalaniyatan wayadraoona bialhasanati alssayyi-ata ola-ika lahum AAuqba alddari
13:22 En (dat zijn) degenen die geduldig zijn, zoekende naar de aangezicht van hun Heer, die het gebed (salaat) onderhouden en die in het geheim of openlijk uitgeven van hetgeen waarmee Wij hen voorzien van hebben. Zij weren het slechte af door middel van het goede. Voor hen is het uiteindelijke doel het huis (van vrede).

جَنّٰتُ عَدۡنٍ یَّدۡخُلُوۡنَہَا وَ مَنۡ صَلَحَ مِنۡ اٰبَآئِہِمۡ وَ اَزۡوَاجِہِمۡ وَ ذُرِّیّٰتِہِمۡ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃُ یَدۡخُلُوۡنَ عَلَیۡہِمۡ مِّنۡ کُلِّ بَابٍ ﴿ۚ۲۳﴾
013.023 Jannatu AAadnin yadkhuloonaha waman salaha min aba-ihim waazwajihim wathurriyyatihim waalmala-ikatu yadkhuloona AAalayhim min kulli babin
13:23 Zij zullen de tuinen van Adn (Eden) binnengaan en ook hun vaders, hun echtgenoten en hun nakomelingen die oprecht waren. En de engelen zullen bij hun binnenkomen vanuit elke poort. (Notitie: zie ook 52:21.)

سَلٰمٌ عَلَیۡکُمۡ بِمَا صَبَرۡتُمۡ فَنِعۡمَ عُقۡبَی الدَّارِ ﴿ؕ۲۴﴾
013.024 Salamun AAalaykum bima sabartum faniAAma AAuqba alddari
13:24 (Ze zullen zeggen:) "Vrede zij met jullie voor jullie geduldigheid. En (zie hoe) uitstekend is het uiteindelijke doel van het huis."

وَ الَّذِیۡنَ یَنۡقُضُوۡنَ عَہۡدَ اللّٰہِ مِنۡۢ بَعۡدِ مِیۡثَاقِہٖ وَ یَقۡطَعُوۡنَ مَاۤ اَمَرَ اللّٰہُ بِہٖۤ اَنۡ یُّوۡصَلَ وَ یُفۡسِدُوۡنَ فِی الۡاَرۡضِ ۙ اُولٰٓئِکَ لَہُمُ اللَّعۡنَۃُ وَ لَہُمۡ سُوۡٓءُ الدَّارِ ﴿۲۵﴾
013.025 Waallatheena yanqudoona AAahda Allahi min baAAdi meethaqihi wayaqtaAAoona ma amara Allahu bihi an yoosala wayufsidoona fee al-ardi ola-ika lahumu allaAAnatu walahum soo-o alddari
13:25 En degenen die het verbond met Allah verbreken, nadat ze het bekrachtigd hebben, en breken wat Allah bevolen heeft om te verbinden, en die verderf op aarde zaaien, dat zijn degenen op wie de vloek rust en ze zullen een slechte verblijfplaats hebben.

اَللّٰہُ یَبۡسُطُ الرِّزۡقَ لِمَنۡ یَّشَآءُ وَ یَقۡدِرُ ؕ وَ فَرِحُوۡا بِالۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا ؕ وَ مَا الۡحَیٰوۃُ الدُّنۡیَا فِی الۡاٰخِرَۃِ اِلَّا مَتَاعٌ ﴿٪۲۶﴾
013.026 Allahu yabsutu alrrizqa liman yashao wayaqdiru wafarihoo bialhayati alddunya wama alhayatu alddunya fee al-akhirati illa mataAAun
13:26 Allah vergroot en beperkt de voorzieningen voor wie Hij wilt. En ze genieten van het wereldse leven. Echter het wereldse leven is in vergelijking tot het hiernamaals, slechts een tijdelijke genieting.

وَ یَقُوۡلُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَوۡ لَاۤ اُنۡزِلَ عَلَیۡہِ اٰیَۃٌ مِّنۡ رَّبِّہٖ ؕ قُلۡ اِنَّ اللّٰہَ یُضِلُّ مَنۡ یَّشَآءُ وَ یَہۡدِیۡۤ اِلَیۡہِ مَنۡ اَنَابَ ﴿ۖۚ۲۷﴾
013.027 Wayaqoolu allatheena kafaroo lawla onzila AAalayhi ayatun min rabbihi qul inna Allaha yudillu man yashao wayahdee ilayhi man anaba
13:27 En de ongelovigen zeggen: "Waarom is er geen teken van zijn Heer op hem neergezonden? Zeg: "Voorzeker, Allah laat dwalen wie Hij wilt en leidt wie tot hem keert (in berouw) naar Hem toe."

اَلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ تَطۡمَئِنُّ قُلُوۡبُہُمۡ بِذِکۡرِ اللّٰہِ ؕ اَلَا بِذِکۡرِ اللّٰہِ تَطۡمَئِنُّ الۡقُلُوۡبُ ﴿ؕ۲۸﴾
013.028 Allatheena amanoo watatma-innu quloobuhum bithikri Allahi ala bithikri Allahi tatma-innu alquloobu
13:28 (Zij zijn) degenen die geloven en hun harten raken in rust door het gedenken van Allah. Geen enkele twijfel, in het gedenken van Allah komen de harten tot rust.

اَلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ طُوۡبٰی لَہُمۡ وَ حُسۡنُ مَاٰبٍ ﴿۲۹﴾
013.029 Allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati tooba lahum wahusnu maabin
13:29 Degenen die geloven en goede daden verrichten, voor hen is er gelukzaligheid en een mooie plaats waar ze naar terugkeren.

کَذٰلِکَ اَرۡسَلۡنٰکَ فِیۡۤ اُمَّۃٍ قَدۡ خَلَتۡ مِنۡ قَبۡلِہَاۤ اُمَمٌ لِّتَتۡلُوَا۠ عَلَیۡہِمُ الَّذِیۡۤ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلَیۡکَ وَ ہُمۡ یَکۡفُرُوۡنَ بِالرَّحۡمٰنِ ؕ قُلۡ ہُوَ رَبِّیۡ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ہُوَ ۚ عَلَیۡہِ تَوَکَّلۡتُ وَ اِلَیۡہِ مَتَابِ ﴿۳۰﴾
013.030 Kathalika arsalnaka fee ommatin qad khalat min qabliha omamun litatluwa AAalayhimu allathee awhayna ilayka wahum yakfuroona bialrrahmani qul huwa rabbee la ilaha illa huwa AAalayhi tawakkaltu wa-ilayhi matabi
13:30 We hebben jou naar een gemeenschap gestuurd, waarlijk (velen verschillende) gemeenschappen zijn voor af gegaan, zodat jij datgeen wat Wij aan jou openbaren, tot hen kunt reciteren omdat ze niet geloven in de meest Barmhartige. Zeg Hij is mijn Heer, er is geen deïteit behalve Hem. Op Hem stel ik mijn vertrouwen en tot Hem is mijn terugkeer."

وَ لَوۡ اَنَّ قُرۡاٰنًا سُیِّرَتۡ بِہِ الۡجِبَالُ اَوۡ قُطِّعَتۡ بِہِ الۡاَرۡضُ اَوۡ کُلِّمَ بِہِ الۡمَوۡتٰی ؕ بَلۡ لِّلّٰہِ الۡاَمۡرُ جَمِیۡعًا ؕ اَفَلَمۡ یَایۡـَٔسِ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَنۡ لَّوۡ یَشَآءُ اللّٰہُ لَہَدَی النَّاسَ جَمِیۡعًا ؕ وَ لَا یَزَالُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا تُصِیۡبُہُمۡ بِمَا صَنَعُوۡا قَارِعَۃٌ اَوۡ تَحُلُّ قَرِیۡبًا مِّنۡ دَارِہِمۡ حَتّٰی یَاۡتِیَ وَعۡدُ اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُخۡلِفُ الۡمِیۡعَادَ ﴿٪۳۱﴾
013.031 Walaw anna qur-anan suyyirat bihi aljibalu aw quttiAAat bihi al-ardu aw kullima bihi almawta bal lillahi al-amru jameeAAan afalam yay-asi allatheena amanoo an law yashao Allahu lahada alnnasa jameeAAan wala yazalu allatheena kafaroo tuseebuhum bima sanaAAoo qariAAatun aw tahullu qareeban min darihim hatta ya/tiya waAAdu Allahi inna Allaha la yukhlifu almeeAAada
13:31 En als er een recitatie zou zijn waardoor bergen verzet konden worden of de aarde gespleten kon worden of de doden zouden kunnen spreken, (dan zou het de Koran zijn geweest). Nee! Aan Allah behoort al het bevel. Weten de gelovigen dan niet, dat als Allah het had gewild, dan had Hij allen geleid, de gehele mensheid! En de ongelovigen zullen getroffen worden door rampen voor hetgeen ze doen, dat zal niet stoppen. Of het (de ramp) zal dicht bij hun huizen vestigen totdat de belofte/bevel van Allah komt. Allah faalt niet in het uitvoeren van de belofte.

وَ لَقَدِ اسۡتُہۡزِیَٔ بِرُسُلٍ مِّنۡ قَبۡلِکَ فَاَمۡلَیۡتُ لِلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ثُمَّ اَخَذۡتُہُمۡ ۟ فَکَیۡفَ کَانَ عِقَابِ ﴿۳۲﴾
013.032 Walaqadi istuhzi-a birusulin min qablika faamlaytu lillatheena kafaroo thumma akhathtuhum fakayfa kana AAiqabi
13:32 En voorzeker, de boodschappers die jou vooraf gingen, werden bespot. Maar Ik verleende gratie aan de ongelovigen. Vervolgens, greep ik hen. En zie hoe Mijn straf was.

اَفَمَنۡ ہُوَ قَآئِمٌ عَلٰی کُلِّ نَفۡسٍۭ بِمَا کَسَبَتۡ ۚ وَ جَعَلُوۡا لِلّٰہِ شُرَکَآءَ ؕ قُلۡ سَمُّوۡہُمۡ ؕ اَمۡ تُنَبِّـُٔوۡنَہٗ بِمَا لَا یَعۡلَمُ فِی الۡاَرۡضِ اَمۡ بِظَاہِرٍ مِّنَ الۡقَوۡلِ ؕ بَلۡ زُیِّنَ لِلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مَکۡرُہُمۡ وَ صُدُّوۡا عَنِ السَّبِیۡلِ ؕ وَ مَنۡ یُّضۡلِلِ اللّٰہُ فَمَا لَہٗ مِنۡ ہَادٍ ﴿۳۳﴾
013.033 Afaman huwa qa-imun AAala kulli nafsin bima kasabat wajaAAaloo lillahi shurakaa qul sammoohum am tunabbi-oonahu bima la yaAAlamu fee al-ardi am bithahirin mina alqawli bal zuyyina lillatheena kafaroo makruhum wasuddoo AAani alssabeeli waman yudlili Allahu fama lahu min hadin
13:33 Is Hij Die een onderhouder is van elke persoon en al zijn daden kent, gelijk aan een ander? Toch, kennen ze partners aan Allah toe. Zeg: "Noem hen! Of willen jullie Hem informeren over iets op de aarde waar Hij niets van af weet? Of zijn het (de beelden) een indirecte aanwijzing (van hen bestaan)? Nee! Schoonschijnend zijn de plannen van de ongelovigen gemaakt, ze worden verhinderd van het rechte pad. En wie Allah toestaat om te dwalen dan is er niemand die hem de weg kan wijzen. (Notitie: zie ook 91:10)

لَہُمۡ عَذَابٌ فِی الۡحَیٰوۃِ الدُّنۡیَا وَ لَعَذَابُ الۡاٰخِرَۃِ اَشَقُّ ۚ وَ مَا لَہُمۡ مِّنَ اللّٰہِ مِنۡ وَّاقٍ ﴿۳۴﴾
013.034 Lahum AAathabun fee alhayati alddunya walaAAathabu al-akhirati ashaqqu wama lahum mina Allahi min waqin
13:34 Voor hen is er een straf gedurende het wereldse leven. Echter de straf van het hiernamaals is zwaarder. En ze hebben geen enkel beschermer tegen Allah.

مَثَلُ الۡجَنَّۃِ الَّتِیۡ وُعِدَ الۡمُتَّقُوۡنَ ؕ تَجۡرِیۡ مِنۡ تَحۡتِہَا الۡاَنۡہٰرُ ؕ اُکُلُہَا دَآئِمٌ وَّ ظِلُّہَا ؕ تِلۡکَ عُقۡبَی الَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا ٭ۖ وَّ عُقۡبَی الۡکٰفِرِیۡنَ النَّارُ ﴿۳۵﴾
013.035 Mathalu aljannati allatee wuAAida almuttaqoona tajree min tahtiha al-anharu okuluha da-imun wathilluha tilka AAuqba allatheena ittaqaw waAAuqba alkafireena alnnaru
13:35 De beeltenis van het paradijs, welke beloofd is aan de Moettaqoen (degenen die godvrezend zijn, zie 2:2-5), is dat er rivieren zijn die eronder stromen. Het voedsel en de schaduwen zullen nooit opraken. Dit is het einde van degenen die oprecht zijn. En het einde van de ongelovigen is het vuur. (Notitie:, zie ook 56:28-32)

وَ الَّذِیۡنَ اٰتَیۡنٰہُمُ الۡکِتٰبَ یَفۡرَحُوۡنَ بِمَاۤ اُنۡزِلَ اِلَیۡکَ وَ مِنَ الۡاَحۡزَابِ مَنۡ یُّنۡکِرُ بَعۡضَہٗ ؕ قُلۡ اِنَّمَاۤ اُمِرۡتُ اَنۡ اَعۡبُدَ اللّٰہَ وَ لَاۤ اُشۡرِکَ بِہٖ ؕ اِلَیۡہِ اَدۡعُوۡا وَ اِلَیۡہِ مَاٰبِ ﴿۳۶﴾
013.036 Waallatheena ataynahumu alkitaba yafrahoona bima onzila ilayka wamina al-ahzabi man yunkiru baAAdahu qul innama omirtu an aAAbuda Allaha wala oshrika bihi ilayhi adAAoo wa-ilayhi maabi
13:36 En degenen aan wie Wij het boek (Thora, Indjeel) hebben gegeven, zijn verblijd door datgeen wat aan jou is geopenbaard. Echter onder de verschillende partijen (godenaanbidders, Joden, Christenen, etc) zijn er mensen die een deel ervan verwerpen (zie 61:6). Zeg:" Het is mij slechts opgedragen dat ik Allah aanbid en dat ik geen partners aan Hem toe ken. Tot Hem wend ik mij en tot Hem is mijn terugkeer."

وَ کَذٰلِکَ اَنۡزَلۡنٰہُ حُکۡمًا عَرَبِیًّا ؕ وَ لَئِنِ اتَّبَعۡتَ اَہۡوَآءَہُمۡ بَعۡدَ مَا جَآءَکَ مِنَ الۡعِلۡمِ ۙ مَا لَکَ مِنَ اللّٰہِ مِنۡ وَّلِیٍّ وَّ لَا وَاقٍ ﴿٪۳۷﴾
013.037 Wakathalika anzalnahu hukman AAarabiyyan wala-ini ittabaAAta ahwaahum baAAda ma jaaka mina alAAilmi ma laka mina Allahi min waliyyin wala waqin
13:37 En zo hebben Wij het geopenbaard als een wetgeving in het Arabisch (zie 14:4). En als jij hun verlangens volgt, nadat de kennis tot jou gekomen is, dan is er geen beschermer noch een verdediger tegen Allah voor jou.

وَ لَقَدۡ اَرۡسَلۡنَا رُسُلًا مِّنۡ قَبۡلِکَ وَ جَعَلۡنَا لَہُمۡ اَزۡوَاجًا وَّ ذُرِّیَّۃً ؕ وَ مَا کَانَ لِرَسُوۡلٍ اَنۡ یَّاۡتِیَ بِاٰیَۃٍ اِلَّا بِاِذۡنِ اللّٰہِ ؕ لِکُلِّ اَجَلٍ کِتَابٌ ﴿۳۸﴾
013.038 Walaqad arsalna rusulan min qablika wajaAAalna lahum azwajan wathurriyyatan wama kana lirasoolin an ya/tiya bi-ayatin illa bi-ithni Allahi likulli ajalin kitabun
13:38 En voorzeker, Wij hebben Boodschappers gezonden die jou vooraf gingen. En Wij hebben voor hen vrouwen en nakomelingen gemaakt. Het was niet voor een boodschapper toegestaan om een teken te brengen zonder de toestemming van Allah. Voor alles is er een tijd vast gesteld.

یَمۡحُوا اللّٰہُ مَا یَشَآءُ وَ یُثۡبِتُ ۚۖ وَ عِنۡدَہٗۤ اُمُّ الۡکِتٰبِ ﴿۳۹﴾
013.039 Yamhoo Allahu ma yashao wayuthbitu waAAindahu ommu alkitabi
13:39 Allah alleen verwijdert en voeg toe wat Hij wilt. Bij Hem is de moeder der boeken (Lawh Al-Mahfuz).

وَ اِنۡ مَّا نُرِیَنَّکَ بَعۡضَ الَّذِیۡ نَعِدُہُمۡ اَوۡ نَتَوَفَّیَنَّکَ فَاِنَّمَا عَلَیۡکَ الۡبَلٰغُ وَ عَلَیۡنَا الۡحِسَابُ ﴿۴۰﴾
013.040 Wa-in ma nuriyannaka baAAda allathee naAAiduhum aw natawaffayannaka fa-innama AAalayka albalaghu waAAalayna alhisabu
13:40 Of Wij jou een deel laten zien van wat Wij hen beloofd hebben (de straf), of dat Wij jou doen sterven, op jou rust slechts het verkondigen en op Ons de afrekening.

اَوَ لَمۡ یَرَوۡا اَنَّا نَاۡتِی الۡاَرۡضَ نَنۡقُصُہَا مِنۡ اَطۡرَافِہَا ؕ وَ اللّٰہُ یَحۡکُمُ لَا مُعَقِّبَ لِحُکۡمِہٖ ؕ وَ ہُوَ سَرِیۡعُ الۡحِسَابِ ﴿۴۱﴾
013.041 Awa lam yaraw anna na/tee al-arda nanqusuha min atrafiha waAllahu yahkumu la muAAaqqiba lihukmihi wahuwa sareeAAu alhisabi
13:41 Zien ze niet dat Wij tot het land komen en het verminderen vanaf de buitenzijde. En Allah oordeelt en er is geen tegenspraak in Zijn oordeel. Hij is snel in (het uitvoeren van) de afrekening. (Notitie: Het verminderen van land is een gelijkenis dat de macht van de ongelovigen steeds minder wordt, zie ook 7:128)

وَ قَدۡ مَکَرَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ فَلِلّٰہِ الۡمَکۡرُ جَمِیۡعًا ؕ یَعۡلَمُ مَا تَکۡسِبُ کُلُّ نَفۡسٍ ؕ وَ سَیَعۡلَمُ الۡکُفّٰرُ لِمَنۡ عُقۡبَی الدَّارِ ﴿۴۲﴾
013.042 Waqad makara allatheena min qablihim falillahi almakru jameeAAan yaAAlamu ma taksibu kullu nafsin wasayaAAlamu alkuffaru liman AAuqba alddari
13:42 En voorwaar, de generaties voor hen bedachten complotten. Echter Allah kent alle plannen. Hij weet wat elke persoon verdient. De ongelovigen zullen te weten komen wat hun eindbestemming is.

وَ یَقُوۡلُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لَسۡتَ مُرۡسَلًا ؕ قُلۡ کَفٰی بِاللّٰہِ شَہِیۡدًۢا بَیۡنِیۡ وَ بَیۡنَکُمۡ ۙ وَ مَنۡ عِنۡدَہٗ عِلۡمُ الۡکِتٰبِ ﴿٪۴۳﴾
013.043 Wayaqoolu allatheena kafaroo lasta mursalan qul kafa biAllahi shaheedan baynee wabaynakum waman AAindahu AAilmu alkitabi
13:43 En de ongelovigen zeggen: "Jij bent geen boodschapper." Zeg: "Allah is voldoende als getuige tussen mij, jullie en degenen die kennis hebben van het boek (Thora, Indjiel)."


www.heiligekoran.nl