17 Al-Israa, Banie Israil
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige
سُبۡحٰنَ الَّذِیۡۤ اَسۡرٰی بِعَبۡدِہٖ لَیۡلًا مِّنَ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ اِلَی الۡمَسۡجِدِ الۡاَقۡصَا الَّذِیۡ بٰرَکۡنَا حَوۡلَہٗ لِنُرِیَہٗ مِنۡ اٰیٰتِنَا ؕ اِنَّہٗ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡبَصِیۡرُ ﴿۱﴾
017.001 Subhana allathee asra biAAabdihi laylan mina almasjidi alharami ila almasjidi al-aqsa allathee barakna hawlahu linuriyahu min ayatina innahu huwa alssameeAAu albaseeru
17:1 Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is Hij (Allah) Die 's nachts Zijn dienaar (Mohammed) van de Masdjid al Haram (de heilige moskee te Mekka) naar de verste moskee (de heilige moskee al Aqsha) heeft gebracht, waarvan Wij de omgeving hebben gezegend. Dit zodat Wij hem van Onze tekenen kunnen laten zien. Voorwaar, Hij is As-Samie (de alles Horende), Al-Basier (de al-Ziende).

وَ اٰتَیۡنَا مُوۡسَی الۡکِتٰبَ وَ جَعَلۡنٰہُ ہُدًی لِّبَـنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ اَلَّا تَتَّخِذُوۡا مِنۡ دُوۡنِیۡ وَکِیۡلًا ؕ﴿۲﴾
017.002 Waatayna moosa alkitaba wajaAAalnahu hudan libanee isra-eela alla tattakhithoo min doonee wakeelan
17:2 En Wij hebben aan Moesa het boek (de Thora) gegeven en Wij maakten dit tot leiding voor de kinderen van Israël (Israëlieten): "Neem in plaats van mij geen andere Wakiel (beheerder van jullie zaken)."

ذُرِّیَّۃَ مَنۡ حَمَلۡنَا مَعَ نُوۡحٍ ؕ اِنَّہٗ کَانَ عَبۡدًا شَکُوۡرًا ﴿۳﴾
017.003 Thurriyyata man hamalna maAAa noohin innahu kana AAabdan shakooran
17:3 O nakomelingen van degenen die Wij met Noeh (Noach) (in de ark) gedragen hebben, voorwaar, hij (Noeh) was een dankbare dienaar.

وَ قَضَیۡنَاۤ اِلٰی بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ فِی الۡکِتٰبِ لَتُفۡسِدُنَّ فِی الۡاَرۡضِ مَرَّتَیۡنِ وَ لَتَعۡلُنَّ عُلُوًّا کَبِیۡرًا ﴿۴﴾
017.004 Waqadayna ila banee isra-eela fee alkitabi latufsidunna fee al-ardi marratayni walataAAlunna AAuluwwan kabeeran
17:4 En Wij hebben aan de de kinderen van Israël in het boek aangekondigd: "Jullie zullen tweemaal verderf zaaien op aarde en jullie zullen je hoogmoedig gedragen, met veel hoogmoed."

فَاِذَا جَآءَ وَعۡدُ اُوۡلٰىہُمَا بَعَثۡنَا عَلَیۡکُمۡ عِبَادًا لَّنَاۤ اُولِیۡ بَاۡسٍ شَدِیۡدٍ فَجَاسُوۡا خِلٰلَ الدِّیَارِ ؕ وَ کَانَ وَعۡدًا مَّفۡعُوۡلًا ﴿۵﴾
017.005 Fa-itha jaa waAAdu oolahuma baAAathna AAalaykum AAibadan lana olee ba/sin shadeedin fajasoo khilala alddiyari wakana waAAdan mafAAoolan
17:5 En toen (de vervulling) van de eerste van de twee beloften kwam, stuurden Wij onze dienaren tegen jullie, bezitters van verschrikkelijke macht, die daarop de huizen binnendrongen. Het was een vervulde belofte.

ثُمَّ رَدَدۡنَا لَکُمُ الۡکَرَّۃَ عَلَیۡہِمۡ وَ اَمۡدَدۡنٰکُمۡ بِاَمۡوَالٍ وَّ بَنِیۡنَ وَ جَعَلۡنٰکُمۡ اَکۡثَرَ نَفِیۡرًا ﴿۶﴾
017.006 Thumma radadna lakumu alkarrata AAalayhim waamdadnakum bi-amwalin wabaneena wajaAAalnakum akthara nafeeran
17:6 Vervolgens, gaven Wij jullie weer de overhand over hen. En Wij versterkten jullie met bezittingen en zonen. En Wij maakten jullie tot de grootste troepenmacht.

اِنۡ اَحۡسَنۡتُمۡ اَحۡسَنۡتُمۡ لِاَنۡفُسِکُمۡ ۟ وَ اِنۡ اَسَاۡتُمۡ فَلَہَا ؕ فَاِذَا جَآءَ وَعۡدُ الۡاٰخِرَۃِ لِیَسُوۡٓءٗا وُجُوۡہَکُمۡ وَ لِیَدۡخُلُوا الۡمَسۡجِدَ کَمَا دَخَلُوۡہُ اَوَّلَ مَرَّۃٍ وَّ لِیُتَبِّرُوۡا مَا عَلَوۡا تَتۡبِیۡرًا ﴿۷﴾
017.007 In ahsantum ahsantum li-anfusikum wa-in asa/tum falaha fa-itha jaa waAAdu al-akhirati liyasoo-oo wujoohakum waliyadkhuloo almasjida kama dakhaloohu awwala marratin waliyutabbiroo ma AAalaw tatbeeran
17:7 Als jullie goed doen, doen jullie goed voor jullie eigen voordeel. En als jullie kwaad doen, dan is het in jullie eigen nadeel. En wanneer de laatste belofte wordt vervuld (sturen wij onze dienaren) om jullie gezichten te verminken en de gebedsruimte binnen te gaan, zoals ze daar de eerste keer binnen gingen. En om datgeen volledig te vernietigen wat ze verheven hadden gemaakt (hoge gebouwen, en de zogenaamde hoge standaard van leven, politieke en sociale structuur). (Notitie: de waarheid zal zich altijd manifesteren en de valsheid zal altijd ten ondergaan, zie 17:81.)

عَسٰی رَبُّکُمۡ اَنۡ یَّرۡحَمَکُمۡ ۚ وَ اِنۡ عُدۡتُّمۡ عُدۡنَا ۘ وَ جَعَلۡنَا جَہَنَّمَ لِلۡکٰفِرِیۡنَ حَصِیۡرًا ﴿۸﴾
017.008 AAasa rabbukum an yarhamakum wa-in AAudtum AAudna wajaAAalna jahannama lilkafireena haseeran
17:8 Moge jullie Heer jullie begenadigen. En als jullie terugkeren (naar jullie zonden) zullen Wij terugkeren (naar het bestraffen van jullie). En Wij maakten de hel als een verblijfplaats voor de ongelovigen.

اِنَّ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنَ یَہۡدِیۡ لِلَّتِیۡ ہِیَ اَقۡوَمُ وَ یُبَشِّرُ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ الَّذِیۡنَ یَعۡمَلُوۡنَ الصّٰلِحٰتِ اَنَّ لَہُمۡ اَجۡرًا کَبِیۡرًا ۙ﴿۹﴾
017.009 Inna hatha alqur-ana yahdee lillatee hiya aqwamu wayubashshiru almu/mineena allatheena yaAAmaloona alssalihati anna lahum ajran kabeeran
17:9 Voorzeker, deze Koran leidt naar wat het meest rechtvaardig is en verkondig goede tijdingen aan de gelovigen die goede werken verrichten. Voorzeker, er is voor hen een grote beloning.

وَّ اَنَّ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ اَعۡتَدۡنَا لَہُمۡ عَذَابًا اَلِیۡمًا ﴿٪۱۰﴾
017.010 Waanna allatheena la yu/minoona bial-akhirati aAAtadna lahum AAathaban aleeman
17:10 En voor degenen die niet in het hiernamaals geloven, voor hen hebben Wij een pijnlijke straf voorbereid.

وَ یَدۡعُ الۡاِنۡسَانُ بِالشَّرِّ دُعَآءَہٗ بِالۡخَیۡرِ ؕ وَ کَانَ الۡاِنۡسَانُ عَجُوۡلًا ﴿۱۱﴾
017.011 WayadAAu al-insanu bialshsharri duAAaahu bialkhayri wakana al-insanu AAajoolan
17:11 En de mens smeekt om het kwade, net zoals hij om het goede smeekt. En de mens is haastig (van aard).

وَ جَعَلۡنَا الَّیۡلَ وَ النَّہَارَ اٰیَتَیۡنِ فَمَحَوۡنَاۤ اٰیَۃَ الَّیۡلِ وَ جَعَلۡنَاۤ اٰیَۃَ النَّہَارِ مُبۡصِرَۃً لِّتَبۡتَغُوۡا فَضۡلًا مِّنۡ رَّبِّکُمۡ وَ لِتَعۡلَمُوۡا عَدَدَ السِّنِیۡنَ وَ الۡحِسَابَ ؕ وَ کُلَّ شَیۡءٍ فَصَّلۡنٰہُ تَفۡصِیۡلًا ﴿۱۲﴾
017.012 WajaAAalna allayla waalnnahara ayatayni famahawna ayata allayli wajaAAalna ayata alnnahari mubsiratan litabtaghoo fadlan min rabbikum walitaAAlamoo AAadada alssineena waalhisaba wakulla shay-in fassalnahu tafseelan
17:12 En Wij hebben de nacht en de dag als twee tekenen gemaakt. Vervolgens hebben Wij de teken van de nacht donker gemaakt en de teken van de dag zichtbaar, zodat jullie de gunsten van jullie Heer kunnen zoeken en dat jullie de jaartelling en de berekening ervan kennen. En Wij hebben alles in details uitgelegd.

وَ کُلَّ اِنۡسَانٍ اَلۡزَمۡنٰہُ طٰٓئِرَہٗ فِیۡ عُنُقِہٖ ؕ وَ نُخۡرِجُ لَہٗ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ کِتٰبًا یَّلۡقٰىہُ مَنۡشُوۡرًا ﴿۱۳﴾
017.013 Wakulla insanin alzamnahu ta-irahu fee AAunuqihi wanukhriju lahu yawma alqiyamati kitaban yalqahu manshooran
17:13 En voor elk mens hebben Wij zijn handelingen om zijn nek vastgemaakt. En Wij zullen hem op de dag van de wederopstanding voorzien van een boek (met al zijn verrichtten daden) dat hij open geslagen zal aantreffen.

اِقۡرَاۡ کِتٰبَکَ ؕ کَفٰی بِنَفۡسِکَ الۡیَوۡمَ عَلَیۡکَ حَسِیۡبًا ﴿ؕ۱۴﴾
017.014 Iqra/ kitabaka kafa binafsika alyawma AAalayka haseeban
17:14 (Er zal tegen hem worden gezegd:) "Lees jouw boek! Vandaag ben jezelf in staat om jouw (eigen) afrekening op te maken."

مَنِ اہۡتَدٰی فَاِنَّمَا یَہۡتَدِیۡ لِنَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ ضَلَّ فَاِنَّمَا یَضِلُّ عَلَیۡہَا ؕ وَ لَا تَزِرُ وَازِرَۃٌ وِّزۡرَ اُخۡرٰی ؕ وَ مَا کُنَّا مُعَذِّبِیۡنَ حَتّٰی نَبۡعَثَ رَسُوۡلًا ﴿۱۵﴾
017.015 Mani ihtada fa-innama yahtadee linafsihi waman dalla fa-innama yadillu AAalayha wala taziru waziratun wizra okhra wama kunna muAAaththibeena hatta nabAAatha rasoolan
17:15 Wie kiest om geleid te worden, dan wordt hij geleid alleen ten behoeve van hemzelf. En wie kiest voor dwaling, dan dwaalt hij alleen ten nadele van hemzelf. Niemand zal de lasten van iemand anders dragen. En Wij bestraffen niet voordat Wij een boodschapper hebben gestuurd. (Notitie: de vruchten van leiding zullen zowel gedurende het wereldse leven als het hiernamaals voor de individu zichtbaar zijn. Zie ook 16:25.)

وَ اِذَاۤ اَرَدۡنَاۤ اَنۡ نُّہۡلِکَ قَرۡیَۃً اَمَرۡنَا مُتۡرَفِیۡہَا فَفَسَقُوۡا فِیۡہَا فَحَقَّ عَلَیۡہَا الۡقَوۡلُ فَدَمَّرۡنٰہَا تَدۡمِیۡرًا ﴿۱۶﴾
017.016 Wa-itha aradna an nuhlika qaryatan amarna mutrafeeha fafasaqoo feeha fahaqqa AAalayha alqawlu fadammarnaha tadmeeran
17:16 En wanneer Wij voornemen om (de inwoners van) een stad te vernietigen, dan bevelen Wij eerst de leiders (om Allah zuiver te aanbidden en afstand te nemen van de onrechtvaardigheid en verderf door Allah te gehoorzamen, zie 98:5). Echter, ze zijn uitdagend ongehoorzaam ervoor, zodat het bewezen is dat het woord (de opdracht voor het bestraffen) terecht is. En vervolgens vernietigen Wij het met volledige destructie.

وَ کَمۡ اَہۡلَکۡنَا مِنَ الۡقُرُوۡنِ مِنۡۢ بَعۡدِ نُوۡحٍ ؕ وَ کَفٰی بِرَبِّکَ بِذُنُوۡبِ عِبَادِہٖ خَبِیۡرًۢا بَصِیۡرًا ﴿۱۷﴾
017.017 Wakam ahlakna mina alqurooni min baAAdi noohin wakafa birabbika bithunoobi AAibadihi khabeeran baseeran
17:17 En zie hoeveel generaties Wij na Noeh (Noach) hebben vernietigd! En jouw Heer alleen is voldoende (als getuige) tegen de zonden van Zijn dienaren, Hij is Al-Ghabier (de Al-Bewuste), Al-Basier (de Al-Ziende).

مَنۡ کَانَ یُرِیۡدُ الۡعَاجِلَۃَ عَجَّلۡنَا لَہٗ فِیۡہَا مَا نَشَآءُ لِمَنۡ نُّرِیۡدُ ثُمَّ جَعَلۡنَا لَہٗ جَہَنَّمَ ۚ یَصۡلٰىہَا مَذۡمُوۡمًا مَّدۡحُوۡرًا ﴿۱۸﴾
017.018 Man kana yureedu alAAajilata AAajjalna lahu feeha ma nashao liman nureedu thumma jaAAalna lahu jahannama yaslaha mathmooman madhooran
17:18 Wie het vergankelijke (van de wereld) wenst, Wij verhaasten voor hem in het voorzien van wat Wij willen en voor wie Wij het willen. Daaropvolgend hebben Wij voor hem de hel toegewezen. Hij zal branden, vernederd en verstoten.

وَ مَنۡ اَرَادَ الۡاٰخِرَۃَ وَ سَعٰی لَہَا سَعۡیَہَا وَ ہُوَ مُؤۡمِنٌ فَاُولٰٓئِکَ کَانَ سَعۡیُہُمۡ مَّشۡکُوۡرًا ﴿۱۹﴾
017.019 Waman arada al-akhirata wasaAAa laha saAAyaha wahuwa mu/minun faola-ika kana saAAyuhum mashkooran
17:19 En wie het hiernamaals wenst en er moeite voor doet met de nodige inspanning en gelovig is, weet dan dat zij degenen zijn waarvan hun inspanning gewaardeerd wordt (door Allah).

کُلًّا نُّمِدُّ ہٰۤؤُلَآءِ وَ ہٰۤؤُلَآءِ مِنۡ عَطَآءِ رَبِّکَ ؕ وَ مَا کَانَ عَطَـآءُ رَبِّکَ مَحۡظُوۡرًا ﴿۲۰﴾
017.020 Kullan numiddu haola-i wahaola-i min AAata-i rabbika wama kana AAatao rabbika mahthooran
17:20 Aan elk, zowel de eerste als de laatste, voorzien Wij van de giften van jouw Heer. En het schenken van jouw Heer wordt niet (voor iemand) afgehouden.

اُنۡظُرۡ کَیۡفَ فَضَّلۡنَا بَعۡضَہُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ ؕ وَ لَلۡاٰخِرَۃُ اَکۡبَرُ دَرَجٰتٍ وَّ اَکۡبَرُ تَفۡضِیۡلًا ﴿۲۱﴾
017.021 Onthur kayfa faddalna baAAdahum AAala baAAdin walal-akhiratu akbaru darajatin waakbaru tafdeelan
17:21 Zie hoe Wij sommigen van hen bevoorrecht hebben boven anderen (gedurende deze wereld). Echter, in het hiernamaals zijn de rangen en de gunsten (op iemand) veel groter.

لَا تَجۡعَلۡ مَعَ اللّٰہِ اِلٰـہًا اٰخَرَ فَتَقۡعُدَ مَذۡمُوۡمًا مَّخۡذُوۡلًا ﴿٪۲۲﴾
017.022 La tajAAal maAAa Allahi ilahan akhara fataqAAuda mathmooman makhthoolan
17:22 En ken geen andere deïteit\god aan Allah toe, anders zal je vernederd en verlaten zitten (in de hel).

وَ قَضٰی رَبُّکَ اَلَّا تَعۡبُدُوۡۤا اِلَّاۤ اِیَّاہُ وَ بِالۡوَالِدَیۡنِ اِحۡسَانًا ؕ اِمَّا یَبۡلُغَنَّ عِنۡدَکَ الۡکِبَرَ اَحَدُہُمَاۤ اَوۡ کِلٰہُمَا فَلَا تَقُلۡ لَّہُمَاۤ اُفٍّ وَّ لَا تَنۡہَرۡہُمَا وَ قُلۡ لَّہُمَا قَوۡلًا کَرِیۡمًا ﴿۲۳﴾
017.023 Waqada rabbuka alla taAAbudoo illa iyyahu wabialwalidayni ihsanan imma yablughanna AAindaka alkibara ahaduhuma aw kilahuma fala taqul lahuma offin wala tanharhuma waqul lahuma qawlan kareeman
17:23 En jouw Heer heeft bevolen om niets anders dan Hem alleen te aanbidden, en om goed te zijn voor de ouders. Als één van hen of beiden de ouderdom bereiken tijdens jouw leven, zeg dan nooit "oef" (een lelijk woord) tegen hen en snauw hen niet af, maar spreek een vriendelijk woord tot hen.

وَ اخۡفِضۡ لَہُمَا جَنَاحَ الذُّلِّ مِنَ الرَّحۡمَۃِ وَ قُلۡ رَّبِّ ارۡحَمۡہُمَا کَمَا رَبَّیٰنِیۡ صَغِیۡرًا ﴿ؕ۲۴﴾
017.024 Waikhfid lahuma janaha alththulli mina alrrahmati waqul rabbi irhamhuma kama rabbayanee sagheeran
17:24 En spreid nederig de vleugels van jouw zachtheid over hen uit en zeg: "Mijn Heer! Wees barmhartig op beide van hen omdat ze mij opgevoed hebben toen ik klein was."

رَبُّکُمۡ اَعۡلَمُ بِمَا فِیۡ نُفُوۡسِکُمۡ ؕ اِنۡ تَکُوۡنُوۡا صٰلِحِیۡنَ فَاِنَّہٗ کَانَ لِلۡاَوَّابِیۡنَ غَفُوۡرًا ﴿۲۵﴾
017.025 Rabbukum aAAlamu bima fee nufoosikum in takoonoo saliheena fa-innahu kana lil-awwabeena ghafooran
17:25 Jullie Heer is het meest wetend over wat in jullie (harten) bevindt. Als jullie rechtvaardig zijn, dan, voorzeker, Hij is voor degenen die vaak naar hem keren (voor vergiffenis) meest vergevensgezind.

وَ اٰتِ ذَاالۡقُرۡبٰی حَقَّہٗ وَ الۡمِسۡکِیۡنَ وَ ابۡنَ السَّبِیۡلِ وَ لَا تُبَذِّرۡ تَبۡذِیۡرًا ﴿۲۶﴾
017.026 Waati tha alqurba haqqahu waalmiskeena waibna alssabeeli wala tubaththir tabtheeran
17:26 En geef aan de bloedverwant datgeen waar hij recht op heeft en aan de arme en aan de reiziger (in nood). En geef niet uit aan verspilling.

اِنَّ الۡمُبَذِّرِیۡنَ کَانُوۡۤا اِخۡوَانَ الشَّیٰطِیۡنِ ؕ وَ کَانَ الشَّیۡطٰنُ لِرَبِّہٖ کَفُوۡرًا ﴿۲۷﴾
017.027 Inna almubaththireena kanoo ikhwana alshshayateeni wakana alshshaytanu lirabbihi kafooran
17:27 Voorzeker, de verspillers zijn broeders van de satans. De satan is ondankbaar tegen zijn Heer. (Notitie: Zie 25:67 m.b.t. verspilling.)

وَ اِمَّا تُعۡرِضَنَّ عَنۡہُمُ ابۡتِغَآءَ رَحۡمَۃٍ مِّنۡ رَّبِّکَ تَرۡجُوۡہَا فَقُلۡ لَّہُمۡ قَوۡلًا مَّیۡسُوۡرًا ﴿۲۸﴾
017.028 Wa-imma tuAAridanna AAanhumu ibtighaa rahmatin min rabbika tarjooha faqul lahum qawlan maysooran
17:28 En als jij je van hen afwendt (verwanten, armen, reizigers en andere mensen die in nood verkeren en je kan ze er niet van voorzien en daarom wendt je naar Allah) zoekende naar de barmhartigheid van jouw Heer, die je verwacht te krijgen, zeg dan een vriendelijke woord tegen hen.

وَ لَا تَجۡعَلۡ یَدَکَ مَغۡلُوۡلَۃً اِلٰی عُنُقِکَ وَ لَا تَبۡسُطۡہَا کُلَّ الۡبَسۡطِ فَتَقۡعُدَ مَلُوۡمًا مَّحۡسُوۡرًا ﴿۲۹﴾
017.029 Wala tajAAal yadaka maghloolatan ila AAunuqika wala tabsutha kulla albasti fataqAAuda malooman mahsooran
17:29 En maak je hand niet vastgebonden aan uw nek (wees niet gierig). En strek haar ook niet helemaal uit (wees niet spilzuchtig), zodat je jezelf niet kan beschuldigen en dat je spijt zult krijgen. (Zie ook 25:67)

اِنَّ رَبَّکَ یَبۡسُطُ الرِّزۡقَ لِمَنۡ یَّشَآءُ وَ یَقۡدِرُ ؕ اِنَّہٗ کَانَ بِعِبَادِہٖ خَبِیۡرًۢا بَصِیۡرًا ﴿٪۳۰﴾
017.030 Inna rabbaka yabsutu alrrizqa liman yashao wayaqdiru innahu kana biAAibadihi khabeeran baseeran
17:30 Voorzeker, jouw Heer verruimt en beperkt de voorziening van wie Hij wilt. Hij is Al-Ghabier (degene die alles kent, zowel innerlijk als uiterlijk), Al-Basier (Al-ziende) over Zijn dienaren. (Notitie: De vers zegt dat de verantwoording van voorzieningen bij Allah ligt en niet bij de mens. Allah beperkt en verruimt de voorzieningen van wie hij wilt, op basis van Zijn wijsheid, want Hij is Al-Ghabier. Alle voorzieningen is voor ieder mens op maat gemaakt, zie 54:49. Hij geeft volgens een vastgestelde maat zie 15:21. Allah geeft ons ook een aanwijzing om dankbaar te zijn, zodat Hij de voorzieningen voor ons verruimt zie 14:7.)

وَ لَا تَقۡتُلُوۡۤا اَوۡلَادَکُمۡ خَشۡیَۃَ اِمۡلَاقٍ ؕ نَحۡنُ نَرۡزُقُہُمۡ وَ اِیَّاکُمۡ ؕ اِنَّ قَتۡلَہُمۡ کَانَ خِطۡاً کَبِیۡرًا ﴿۳۱﴾
017.031 Wala taqtuloo awladakum khashyata imlaqin nahnu narzuquhum wa-iyyakum inna qatlahum kana khit-an kabeeran
17:31 Doodt jullie kinderen niet uit vrees voor armoede. Wij voorzien hun en jullie (van levensonderhoud). Voorzeker, het doden van hen is een zeer grote zonde. (Notitie: zie ook vers 6:151.)

وَ لَا تَقۡرَبُوا الزِّنٰۤی اِنَّہٗ کَانَ فَاحِشَۃً ؕ وَ سَآءَ سَبِیۡلًا ﴿۳۲﴾
017.032 Wala taqraboo alzzina innahu kana fahishatan wasaa sabeelan
17:32 En nader niet tot "Zina". Voorzeker, het is immoreel en een kwade weg. (Notitie: Zina zijn alle handelingen m.b.t. geslachtsgemeenschap die buiten het huwelijk plaatsvinden. Een zwangerschap dat via Zina verkregen is, leidt meestal tot abortus. Naast abortus, "doodt" Zina ook gezinnen en andere familiebanden. In een gemeenschap waarbij Zina geaccepteerd wordt, wordt een huwelijk als iets overbodig gezien. Seksuele verlangens worden met gemak vervult en verantwoordelijkheden met betrekking tot kinderen worden niet genomen. Een gezonde thuisbasis voor kinderen, waarbij zowel vader als moeder de verantwoordelijkheden nemen voor de kinderen, is er niet. Met andere woorden Zina is verderf voor de gemeenschap.)

وَ لَا تَقۡتُلُوا النَّفۡسَ الَّتِیۡ حَرَّمَ اللّٰہُ اِلَّا بِالۡحَقِّ ؕ وَ مَنۡ قُتِلَ مَظۡلُوۡمًا فَقَدۡ جَعَلۡنَا لِوَلِیِّہٖ سُلۡطٰنًا فَلَا یُسۡرِفۡ فِّی الۡقَتۡلِ ؕ اِنَّہٗ کَانَ مَنۡصُوۡرًا ﴿۳۳﴾
017.033 Wala taqtuloo alnnafsa allatee harrama Allahu illa bialhaqqi waman qutila mathlooman faqad jaAAalna liwaliyyihi sultanan fala yusrif fee alqatli innahu kana mansooran
17:33 En doodt niemand die Allah verboden heeft (om te doden), behalve voor (het nastreven van) gerechtigheid. En als iemand onrechtmatig gedood is, dan hebben Wij zijn erfgenaam de machtiging gegeven (te doden, te vergeven of het bloedgeld te accepteren). Maar hij (de gemachtigde) moet niet overtreden in het (nastreven van de gerechtigheid van het) doden. Voorwaar, hij (de veroordeelde) wordt geholpen (door het islamitische recht). (Notitie: zie ook 2:178 en 4:92.)

وَ لَا تَقۡرَبُوۡا مَالَ الۡیَتِیۡمِ اِلَّا بِالَّتِیۡ ہِیَ اَحۡسَنُ حَتّٰی یَبۡلُغَ اَشُدَّہٗ ۪ وَ اَوۡفُوۡا بِالۡعَہۡدِ ۚ اِنَّ الۡعَہۡدَ کَانَ مَسۡـُٔوۡلًا ﴿۳۴﴾
017.034 Wala taqraboo mala alyateemi illa biallatee hiya ahsanu hatta yablugha ashuddahu waawfoo bialAAahdi inna alAAahda kana mas-oolan
17:34 En benader niet het bezit van de wees, behalve om het te vermeerderen (door het te investeren), totdat hij volwassen is. En kom de overeenkomst volledig na. Voorwaar, over de overeenkomst worden jullie (op de dag des oordeels) ondervraagd. (Notitie: zie ook 4:2)

وَ اَوۡفُوا الۡکَیۡلَ اِذَا کِلۡتُمۡ وَ زِنُوۡا بِالۡقِسۡطَاسِ الۡمُسۡتَقِیۡمِ ؕ ذٰلِکَ خَیۡرٌ وَّ اَحۡسَنُ تَاۡوِیۡلًا ﴿۳۵﴾
017.035 Waawfoo alkayla itha kiltum wazinoo bialqistasi almustaqeemi thalika khayrun waahsanu ta/weelan
17:35 En geef de volledige maat wanneer jullie wegen en weeg rechtvaardig. Dat is het meest passend en uiteindelijk beter.

وَ لَا تَقۡفُ مَا لَیۡسَ لَکَ بِہٖ عِلۡمٌ ؕ اِنَّ السَّمۡعَ وَ الۡبَصَرَ وَ الۡفُؤَادَ کُلُّ اُولٰٓئِکَ کَانَ عَنۡہُ مَسۡـُٔوۡلًا ﴿۳۶﴾
017.036 Wala taqfu ma laysa laka bihi AAilmun inna alssamAAa waalbasara waalfu-ada kullu ola-ika kana AAanhu mas-oolan
17:36 En ga datgene niet achterna waar je geen enkel kennis van hebt. Voorzeker, de oren, de ogen, en het hart allen zullen ondervraagd worden (op de dag des oordeels). (Notitie: Deze vers geeft aan dat niets geoorloofd is op basis van vermoedens, bijgeloof, mystiek, etc. Alles moet gebeuren op basis van duidelijkheid en rechtvaardigheid, omdat je verantwoordelijk bent voor je daden.)

وَ لَا تَمۡشِ فِی الۡاَرۡضِ مَرَحًا ۚ اِنَّکَ لَنۡ تَخۡرِقَ الۡاَرۡضَ وَ لَنۡ تَبۡلُغَ الۡجِبَالَ طُوۡلًا ﴿۳۷﴾
017.037 Wala tamshi fee al-ardi marahan innaka lan takhriqa al-arda walan tablugha aljibala toolan
17:37 En loop niet met hoogmoed op de aarde. Voorzeker, Jij kan de aarde niet uiteen scheuren, noch kun je de hoogte van de bergen evenaren.

کُلُّ ذٰلِکَ کَانَ سَیِّئُہٗ عِنۡدَ رَبِّکَ مَکۡرُوۡہًا ﴿۳۸﴾
017.038 Kullu thalika kana sayyi-ohu AAinda rabbika makroohan
17:38 Al datgeen is slecht. Het wordt verafschuwt door jouw Heer. (Notitie: Zie verzen 17:22-37 welke handelingen verafschuwd worden.)

ذٰلِکَ مِمَّاۤ اَوۡحٰۤی اِلَیۡکَ رَبُّکَ مِنَ الۡحِکۡمَۃِ ؕ وَ لَا تَجۡعَلۡ مَعَ اللّٰہِ اِلٰـہًا اٰخَرَ فَتُلۡقٰی فِیۡ جَہَنَّمَ مَلُوۡمًا مَّدۡحُوۡرًا ﴿۳۹﴾
017.039 Thalika mimma awha ilayka rabbuka mina alhikmati wala tajAAal maAAa Allahi ilahan akhara fatulqa fee jahannama malooman madhooran
17:39 Dat is (een deel) van de Al-Hikmah (islamitische weten, ethiek, de Sunnah, de praktisatie van aanbidding) die Allah aan jou heeft geopenbaard. En verzin geen andere deïteit/god naast Allah, anders wordt je in de hel geworpen, vol met spijt en helemaal verstoten.

اَفَاَصۡفٰىکُمۡ رَبُّکُمۡ بِالۡبَنِیۡنَ وَ اتَّخَذَ مِنَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ اِنَاثًا ؕ اِنَّکُمۡ لَتَقُوۡلُوۡنَ قَوۡلًا عَظِیۡمًا ﴿٪۴۰﴾
017.040 Afaasfakum rabbukum bialbaneena waittakhatha mina almala-ikati inathan innakum lataqooloona qawlan AAatheeman
17:40 Heeft jullie Heer zonen voor jullie gekozen en heeft Hij voor Zichzelf dochters vanuit de Engelen genomen?! Voorwaar, jullie zeggen werkelijk iets vreselijks! (Notitie: zie ook 16:57.)

وَ لَقَدۡ صَرَّفۡنَا فِیۡ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنِ لِیَذَّکَّرُوۡا ؕ وَ مَا یَزِیۡدُہُمۡ اِلَّا نُفُوۡرًا ﴿۴۱﴾
017.041 Walaqad sarrafna fee hatha alqur-ani liyaththakkaroo wama yazeeduhum illa nufooran
17:41 En Wij hebben in deze Koran (alle zaken) uitgelegd zodat ze zich zelf kunnen verbeteren. Echter, ze krijgen alleen maar meer afkeer ervan.

قُلۡ لَّوۡ کَانَ مَعَہٗۤ اٰلِـہَۃٌ کَمَا یَقُوۡلُوۡنَ اِذًا لَّابۡتَغَوۡا اِلٰی ذِی الۡعَرۡشِ سَبِیۡلًا ﴿۴۲﴾
017.042 Qul law kana maAAahu alihatun kama yaqooloona ithan laibtaghaw ila thee alAAarshi sabeelan
17:42 Zeg: "Als er goden waren met Hem (Allah), zoals ze beweren, dan zouden ze zeker een weg naar de eigenaar van de troon (Allah) zoeken."

سُبۡحٰنَہٗ وَ تَعٰلٰی عَمَّا یَقُوۡلُوۡنَ عُلُوًّا کَبِیۡرًا ﴿۴۳﴾
017.043 Subhanahu wataAAala AAamma yaqooloona AAuluwwan kabeeran
17:43 Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) en Hoogverheven is Hij boven al hetgeen ze zeggen.

تُسَبِّحُ لَہُ السَّمٰوٰتُ السَّبۡعُ وَ الۡاَرۡضُ وَ مَنۡ فِیۡہِنَّ ؕ وَ اِنۡ مِّنۡ شَیۡءٍ اِلَّا یُسَبِّحُ بِحَمۡدِہٖ وَ لٰکِنۡ لَّا تَفۡقَہُوۡنَ تَسۡبِیۡحَہُمۡ ؕ اِنَّہٗ کَانَ حَلِیۡمًا غَفُوۡرًا ﴿۴۴﴾
017.044 Tusabbihu lahu alssamawatu alssabAAu waal-ardu waman feehinna wa-in min shay-in illa yusabbihu bihamdihi walakin la tafqahoona tasbeehahum innahu kana haleeman ghafooran
17:44 De zeven hemels en de aarde en alles wat erin is, verheerlijken Hem. En er is geen ding dat Hem niet verheerlijkt. Echter, jullie begrijpen hun manier van lofprijzen niet. Voorzeker, Hij is Al-Haleem (de meest Verdraagzame), Al-Gafoer (de meest vergevensgezinde). (Notitie: er is niets wat stil staat, alles beweegt en kent zijn manier van lofprijzen, van een elektron\proton\neutron of zelfs kleiner dan dat tot aan de grootste objecten zoals planeten en sterren. Zie ook 16:49.)

وَ اِذَا قَرَاۡتَ الۡقُرۡاٰنَ جَعَلۡنَا بَیۡنَکَ وَ بَیۡنَ الَّذِیۡنَ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ بِالۡاٰخِرَۃِ حِجَابًا مَّسۡتُوۡرًا ﴿ۙ۴۵﴾
017.045 Wa-itha qara/ta alqur-ana jaAAalna baynaka wabayna allatheena la yu/minoona bial-akhirati hijaban mastooran
17:45 En wanneer je de Koran reciteert, brengen Wij tussen jou en degenen die niet in het Hiernamaals geloven een verborgen afscheiding aan. (Notitie: zie ook 36:9)

وَّ جَعَلۡنَا عَلٰی قُلُوۡبِہِمۡ اَکِنَّۃً اَنۡ یَّفۡقَہُوۡہُ وَ فِیۡۤ اٰذَانِہِمۡ وَقۡرًا ؕ وَ اِذَا ذَکَرۡتَ رَبَّکَ فِی الۡقُرۡاٰنِ وَحۡدَہٗ وَلَّوۡا عَلٰۤی اَدۡبَارِہِمۡ نُفُوۡرًا ﴿۴۶﴾
017.046 WajaAAalna AAala quloobihim akinnatan an yafqahoohu wafee athanihim waqran wa-itha thakarta rabbaka fee alqur-ani wahdahu wallaw AAala adbarihim nufooran
17:46 En Wij hebben over hun harten bedekkingen aangebracht, zodat ze het niet begrijpen en in hun oren doofheid. En wanneer jij tijdens de Koran recitatie jouw Heer alleen noemt, dan wenden ze zich in afkeer van je af.

نَحۡنُ اَعۡلَمُ بِمَا یَسۡتَمِعُوۡنَ بِہٖۤ اِذۡ یَسۡتَمِعُوۡنَ اِلَیۡکَ وَ اِذۡ ہُمۡ نَجۡوٰۤی اِذۡ یَقُوۡلُ الظّٰلِمُوۡنَ اِنۡ تَتَّبِعُوۡنَ اِلَّا رَجُلًا مَّسۡحُوۡرًا ﴿۴۷﴾
017.047 Nahnu aAAlamu bima yastamiAAoona bihi ith yastamiAAoona ilayka wa-ith hum najwa ith yaqoolu alththalimoona in tattabiAAoona illa rajulan mashooran
17:47 Wij weten het beste van wat ze luisteren wanneer ze jou aanhoren. En wanneer ze een privégesprek voeren, dan zeggen de misdadigers (onder hen): "Jullie volgen slechts een betoverde man!"

اُنۡظُرۡ کَیۡفَ ضَرَبُوۡا لَکَ الۡاَمۡثَالَ فَضَلُّوۡا فَلَا یَسۡتَطِیۡعُوۡنَ سَبِیۡلًا ﴿۴۸﴾
017.048 Onthur kayfa daraboo laka al-amthala fadalloo fala yastateeAAoona sabeelan
17:48 Zie met wat ze jou vergelijken (een betoverde man)! Ze dwalen, dus kunnen ze niet een weg vinden (in het geven van een rationele argument).

وَ قَالُوۡۤاءَ اِذَا کُنَّا عِظَامًا وَّ رُفَاتًاءَ اِنَّا لَمَبۡعُوۡثُوۡنَ خَلۡقًا جَدِیۡدًا ﴿۴۹﴾
017.049 Waqaloo a-itha kunna AAithaman warufatan a-inna lamabAAoothoona khalqan jadeedan
17:49 En ze vragen: "Wanneer we botten en verbrokkelde delen zijn, zullen wij dan echt opgewekt worden als een nieuwe schepsel?"

قُلۡ کُوۡنُوۡا حِجَارَۃً اَوۡ حَدِیۡدًا ﴿ۙ۵۰﴾
017.050 Qul koonoo hijaratan aw hadeedan
17:50 Zeg: "Wees (zelfs) steen of ijzer,

اَوۡ خَلۡقًا مِّمَّا یَکۡبُرُ فِیۡ صُدُوۡرِکُمۡ ۚ فَسَیَقُوۡلُوۡنَ مَنۡ یُّعِیۡدُنَا ؕ قُلِ الَّذِیۡ فَطَرَکُمۡ اَوَّلَ مَرَّۃٍ ۚ فَسَیُنۡغِضُوۡنَ اِلَیۡکَ رُءُوۡسَہُمۡ وَ یَقُوۡلُوۡنَ مَتٰی ہُوَ ؕ قُلۡ عَسٰۤی اَنۡ یَّکُوۡنَ قَرِیۡبًا ﴿۵۱﴾
017.051 Aw khalqan mimma yakburu fee sudoorikum fasayaqooloona man yuAAeeduna quli allathee fatarakum awwala marratin fasayunghidoona ilayka ruoosahum wayaqooloona mata huwa qul AAasa an yakoona qareeban
17:51 of een schepping dat voor jullie harten het moeilijkst lijkt." Ze zullen dan zeggen: "Wie zal ons herstellen?" Zeg: "Degene Die jullie de eerste keer schiep." Ze zullen vervolgens hun hoofden voor jouw schudden (van ongeloof) en zeggen: "Wanneer gebeurt het?" Zeg: "Misschien zal het binnenkort gebeuren."

یَوۡمَ یَدۡعُوۡکُمۡ فَتَسۡتَجِیۡبُوۡنَ بِحَمۡدِہٖ وَ تَظُنُّوۡنَ اِنۡ لَّبِثۡتُمۡ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿٪۵۲﴾
017.052 Yawma yadAAookum fatastajeeboona bihamdihi watathunnoona in labithtum illa qaleelan
17:52 Op de dag dat Hij jullie roept, zullen jullie Hem met eer en dank beantwoorden. En jullie zullen denken dat jullie maar heel kort (op aarde) hebben verbleven.

وَ قُلۡ لِّعِبَادِیۡ یَقُوۡلُوا الَّتِیۡ ہِیَ اَحۡسَنُ ؕ اِنَّ الشَّیۡطٰنَ یَنۡزَغُ بَیۡنَہُمۡ ؕ اِنَّ الشَّیۡطٰنَ کَانَ لِلۡاِنۡسَانِ عَدُوًّا مُّبِیۡنًا ﴿۵۳﴾
017.053 Waqul liAAibadee yaqooloo allatee hiya ahsanu inna alshshaytana yanzaghu baynahum inna alshshaytana kana lil-insani AAaduwwan mubeenan
17:53 En zeg tegen Mijn (gelovige) dienaren dat ze altijd datgeen wat het beste is, (tegen elkaar) moeten zeggen, want de satan zaait verdeeldheid onder hen. De satan is voor de mensen een duidelijke vijand.

رَبُّکُمۡ اَعۡلَمُ بِکُمۡ ؕ اِنۡ یَّشَاۡ یَرۡحَمۡکُمۡ اَوۡ اِنۡ یَّشَاۡ یُعَذِّبۡکُمۡ ؕ وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنٰکَ عَلَیۡہِمۡ وَکِیۡلًا ﴿۵۴﴾
017.054 Rabbukum aAAlamu bikum in yasha/ yarhamkum aw in yasha/ yuAAaththibkum wama arsalnaka AAalayhim wakeelan
17:54 Jullie Heer kent jullie het best. Indien Hij het wilt, begenadigt Hij jullie. Of indien Hij het wilt, bestraft Hij jullie. En Wij hebben jou niet gezonden om te bemoeien met hun zaken.

وَ رَبُّکَ اَعۡلَمُ بِمَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ ؕ وَ لَقَدۡ فَضَّلۡنَا بَعۡضَ النَّبِیّٖنَ عَلٰی بَعۡضٍ وَّ اٰتَیۡنَا دَاوٗدَ زَبُوۡرًا ﴿۵۵﴾
017.055 Warabbuka aAAlamu biman fee alssamawati waal-ardi walaqad faddalna baAAda alnnabiyyeena AAala baAAdin waatayna dawooda zabooran
17:55 En jouw Heer is Alwetend over wie in hemelen en de aarde is. En waarlijk, Wij hebben sommige profeten boven andere profeten bevoorrecht. (Bijvoorbeeld) Wij gaven Dawoed (David) de Zaboer (de Psalmen).

قُلِ ادۡعُوا الَّذِیۡنَ زَعَمۡتُمۡ مِّنۡ دُوۡنِہٖ فَلَا یَمۡلِکُوۡنَ کَشۡفَ الضُّرِّ عَنۡکُمۡ وَ لَا تَحۡوِیۡلًا ﴿۵۶﴾
017.056 Quli odAAu allatheena zaAAamtum min doonihi fala yamlikoona kashfa alddurri AAankum wala tahweelan
17:56 Zeg: "Roep degenen die jullie naast Allah als god/deïteit veronderstellen maar aan! Ze hebben geen enkel macht om het kwade van jullie weg te nemen of om het te veranderen."

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ یَدۡعُوۡنَ یَبۡتَغُوۡنَ اِلٰی رَبِّہِمُ الۡوَسِیۡلَۃَ اَیُّہُمۡ اَقۡرَبُ وَ یَرۡجُوۡنَ رَحۡمَتَہٗ وَ یَخَافُوۡنَ عَذَابَہٗ ؕ اِنَّ عَذَابَ رَبِّکَ کَانَ مَحۡذُوۡرًا ﴿۵۷﴾
017.057 Ola-ika allatheena yadAAoona yabtaghoona ila rabbihimu alwaseelata ayyuhum aqrabu wayarjoona rahmatahu wayakhafoona AAathabahu inna AAathaba rabbika kana mahthooran
17:57 Degenen die ze aanroepen (de afgoden), zoeken zelf naar een directe middel om nader tot hun Heer te komen. Ze hopen op Zijn barmhartigheid en ze vrezen zijn straf. Voorzeker, de straf van jouw Heer, dat wordt gevreesd.

وَ اِنۡ مِّنۡ قَرۡیَۃٍ اِلَّا نَحۡنُ مُہۡلِکُوۡہَا قَبۡلَ یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ اَوۡ مُعَذِّبُوۡہَا عَذَابًا شَدِیۡدًا ؕ کَانَ ذٰلِکَ فِی الۡکِتٰبِ مَسۡطُوۡرًا ﴿۵۸﴾
017.058 Wa-in min qaryatin illa nahnu muhlikooha qabla yawmi alqiyamati aw muAAaththibooha AAathaban shadeedan kana thalika fee alkitabi mastooran
17:58 En er is geen stad, of Wij hebben het vernietigd of zwaar gestraft voordat de dag des oordeels zal plaats vinden. Dat staat al genoteerd in het boek (Lawh Al-Mahfuz). (Notitie: Voordat een stad vernietigd of gestraft wordt, wordt eerst de boodschap verkondigt, zie 15:4. Verder, het lot wordt niet bepaald, maar de mens bepaald zijn eigen lot, zie vers 17:13. De moeder der boeken Lawh Al-Mahfuz is niet gebonden aan tijd, daarom heeft het alles al genoteerd.)

وَ مَا مَنَعَنَاۤ اَنۡ نُّرۡسِلَ بِالۡاٰیٰتِ اِلَّاۤ اَنۡ کَذَّبَ بِہَا الۡاَوَّلُوۡنَ ؕ وَ اٰتَیۡنَا ثَمُوۡدَ النَّاقَۃَ مُبۡصِرَۃً فَظَلَمُوۡا بِہَا ؕ وَ مَا نُرۡسِلُ بِالۡاٰیٰتِ اِلَّا تَخۡوِیۡفًا ﴿۵۹﴾
017.059 Wama manaAAana an nursila bial-ayati illa an kaththaba biha al-awwaloona waatayna thamooda alnnaqata mubsiratan fathalamoo biha wama nursilu bial-ayati illa takhweefan
17:59 En niets heeft Ons gestopt om tekenen te sturen behalve dat ze constant verworpen werden door de voormalige generaties. (Bijvoorbeeld) Wij gaven het volk Thamoed een vrouwelijke kameel als een zichtbare teken, maar ze deden haar onrecht aan. En weet dat, Wij de tekenen alleen sturen als een waarschuwing.

وَ اِذۡ قُلۡنَا لَکَ اِنَّ رَبَّکَ اَحَاطَ بِالنَّاسِ ؕ وَ مَا جَعَلۡنَا الرُّءۡیَا الَّتِیۡۤ اَرَیۡنٰکَ اِلَّا فِتۡنَۃً لِّلنَّاسِ وَ الشَّجَرَۃَ الۡمَلۡعُوۡنَۃَ فِی الۡقُرۡاٰنِ ؕ وَ نُخَوِّفُہُمۡ ۙ فَمَا یَزِیۡدُہُمۡ اِلَّا طُغۡیَانًا کَبِیۡرًا ﴿٪۶۰﴾
017.060 Wa-ith qulna laka inna rabbaka ahata bialnnasi wama jaAAalna alrru/ya allatee araynaka illa fitnatan lilnnasi waalshshajarata almalAAoonata fee alqur-ani wanukhawwifuhum fama yazeeduhum illa tughyanan kabeeran
17:60 En (gedenk) toen Wij tot jou zeiden: "Voorzeker, jouw Heer heeft de gehele mensheid in zijn macht." En Wij maakten de visioen die Wij aan jouw lieten zien als een beproeving voor de mensen. En zo ook de vervloekte boom dat beschreven staat in de Koran (zie 44:43, 37:62, 56:52). Wij hebben hen gewaarschuwd, ondanks dat nemen ze alleen maar toe in provocerend gedrag.

وَ اِذۡ قُلۡنَا لِلۡمَلٰٓئِکَۃِ اسۡجُدُوۡا لِاٰدَمَ فَسَجَدُوۡۤا اِلَّاۤ اِبۡلِیۡسَ ؕ قَالَ ءَاَسۡجُدُ لِمَنۡ خَلَقۡتَ طِیۡنًا ﴿ۚ۶۱﴾
017.061 Wa-ith qulna lilmala-ikati osjudoo li-adama fasajadoo illa ibleesa qala aasjudu liman khalaqta teenan
17:61 En (gedenk) toen Wij tot de Engelen zeiden: "Prostreer voor Adam!" Dus prostreerde ze, behalve Iblies. Hij zei: "Zal ik prostreren voor iemand die U uit klei gemaakt heeft?"

قَالَ اَرَءَیۡتَکَ ہٰذَا الَّذِیۡ کَرَّمۡتَ عَلَیَّ ۫ لَئِنۡ اَخَّرۡتَنِ اِلٰی یَوۡمِ الۡقِیٰمَۃِ لَاَحۡتَنِکَنَّ ذُرِّیَّتَہٗۤ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۶۲﴾
017.062 Qala araaytaka hatha allathee karramta AAalayya la-in akhkhartani ila yawmi alqiyamati laahtanikanna thurriyyatahu illa qaleelan
17:62 Hij (Iblies) zei (tegen Allah): "Ziet U deze, die U boven mij geëerd heeft!? Als U mij uitstel geeft tot de dag van de wederopstanding, dan zal ik zeker zijn nakomelingen berijden/manoeuvreren, behalve enkele (van uw dienaren)."

قَالَ اذۡہَبۡ فَمَنۡ تَبِعَکَ مِنۡہُمۡ فَاِنَّ جَہَنَّمَ جَزَآؤُکُمۡ جَزَآءً مَّوۡفُوۡرًا ﴿۶۳﴾
017.063 Qala ithhab faman tabiAAaka minhum fa-inna jahannama jazaokum jazaan mawfooran
17:63 Hij (Allah) zei: "Ga heen en wie van hen jou volgt, dan voorzeker, de hel is jullie vergelding, als een ruime beloning!"

وَ اسۡتَفۡزِزۡ مَنِ اسۡتَطَعۡتَ مِنۡہُمۡ بِصَوۡتِکَ وَ اَجۡلِبۡ عَلَیۡہِمۡ بِخَیۡلِکَ وَ رَجِلِکَ وَ شَارِکۡہُمۡ فِی الۡاَمۡوَالِ وَ الۡاَوۡلَادِ وَ عِدۡہُمۡ ؕ وَ مَا یَعِدُہُمُ الشَّیۡطٰنُ اِلَّا غُرُوۡرًا ﴿۶۴﴾
017.064 Waistafziz mani istataAAta minhum bisawtika waajlib AAalayhim bikhaylika warajlika washarik-hum fee al-amwali waal-awladi waAAidhum wama yaAAiduhumu alshshaytanu illa ghurooran
17:64 "En misleid hen met jou stem, wie dan ook je wilt. En val hen aan met jouw soldaten op paarden en te voet. En deel met hen rijkdom en kinderen en doe hen beloftes." En de satan belooft hen niets anders dan bedrog.

اِنَّ عِبَادِیۡ لَیۡسَ لَکَ عَلَیۡہِمۡ سُلۡطٰنٌ ؕ وَ کَفٰی بِرَبِّکَ وَکِیۡلًا ﴿۶۵﴾
017.065 Inna AAibadee laysa laka AAalayhim sultanun wakafa birabbika wakeelan
17:65 "Voorzeker, jij hebt geen enkel bevoegdheid\autoriteit over Mijn dienaren. En weet dat jouw Heer voldoende is als Beheerder van alle zaken."

رَبُّکُمُ الَّذِیۡ یُزۡجِیۡ لَکُمُ الۡفُلۡکَ فِی الۡبَحۡرِ لِتَبۡتَغُوۡا مِنۡ فَضۡلِہٖ ؕ اِنَّہٗ کَانَ بِکُمۡ رَحِیۡمًا ﴿۶۶﴾
017.066 Rabbukumu allathee yuzjee lakumu alfulka fee albahri litabtaghoo min fadlihi innahu kana bikum raheeman
17:66 Jullie Heer is Degene Die voor jullie de schepen op zee doet varen, zodat jullie Zijn gunsten kunnen zoeken. Voorzeker, Hij is zeer Barmhartig naar jullie toe.

وَ اِذَا مَسَّکُمُ الضُّرُّ فِی الۡبَحۡرِ ضَلَّ مَنۡ تَدۡعُوۡنَ اِلَّاۤ اِیَّاہُ ۚ فَلَمَّا نَجّٰىکُمۡ اِلَی الۡبَرِّ اَعۡرَضۡتُمۡ ؕ وَ کَانَ الۡاِنۡسَانُ کَفُوۡرًا ﴿۶۷﴾
017.067 Wa-itha massakumu alddurru fee albahri dalla man tadAAoona illa iyyahu falamma najjakum ila albarri aAAradtum wakana al-insanu kafooran
17:67 En wanneer jullie problemen krijgen op zee, dan roepen jullie Hem (Allah) alleen aan en degene die jullie normaal gesproken aanroepen (de afgoden) verdwijnen dan in jullie aanroeping. Echter, wanneer Hij jullie vervolgens aan land brengt, keren jullie je van Hem af. De mens is zeer ondankbaar.

اَفَاَمِنۡتُمۡ اَنۡ یَّخۡسِفَ بِکُمۡ جَانِبَ الۡبَرِّ اَوۡ یُرۡسِلَ عَلَیۡکُمۡ حَاصِبًا ثُمَّ لَا تَجِدُوۡا لَکُمۡ وَکِیۡلًا ﴿ۙ۶۸﴾
017.068 Afaamintum an yakhsifa bikum janiba albarri aw yursila AAalaykum hasiban thumma la tajidoo lakum wakeelan
17:68 Voelen jullie je dan veilig op het moment dat Hij jullie door een gedeelte van de aarde laat opslikken of dat Hij een storm van stenen tegen jullie stuurt? Jullie zullen dan niemand vinden die bereid is om jullie te helpen.

اَمۡ اَمِنۡتُمۡ اَنۡ یُّعِیۡدَکُمۡ فِیۡہِ تَارَۃً اُخۡرٰی فَیُرۡسِلَ عَلَیۡکُمۡ قَاصِفًا مِّنَ الرِّیۡحِ فَیُغۡرِقَکُمۡ بِمَا کَفَرۡتُمۡ ۙ ثُمَّ لَا تَجِدُوۡا لَکُمۡ عَلَیۡنَا بِہٖ تَبِیۡعًا ﴿۶۹﴾
017.069 Am amintum an yuAAeedakum feehi taratan okhra fayursila AAalaykum qasifan mina alrreehi fayughriqakum bima kafartum thumma la tajidoo lakum AAalayna bihi tabeeAAan
17:69 Of voelen jullie je veilig op het moment dat Hij jullie weer (naar zee) terugstuurt en dan een tornado tegen jullie stuurt en vervolgens jullie doet zinken vanwege jullie ongeloof? Jullie zullen dan niemand vinden die tegen ons in gaat.

وَ لَقَدۡ کَرَّمۡنَا بَنِیۡۤ اٰدَمَ وَ حَمَلۡنٰہُمۡ فِی الۡبَرِّ وَ الۡبَحۡرِ وَ رَزَقۡنٰہُمۡ مِّنَ الطَّیِّبٰتِ وَ فَضَّلۡنٰہُمۡ عَلٰی کَثِیۡرٍ مِّمَّنۡ خَلَقۡنَا تَفۡضِیۡلًا ﴿٪۷۰﴾
017.070 Walaqad karramna banee adama wahamalnahum fee albarri waalbahri warazaqnahum mina alttayyibati wafaddalnahum AAala katheerin mimman khalaqna tafdeelan
17:70 En voorzeker, Wij hebben de kinderen van Adam geëerd. Wij hebben hen op het vasteland en op de zee gedragen. En Wij hebben hen van goede levensonderhoud voorzien. En Wij hebben hen de voorkeur gegeven over vele creaties van Ons.

یَوۡمَ نَدۡعُوۡا کُلَّ اُنَاسٍۭ بِاِمَامِہِمۡ ۚ فَمَنۡ اُوۡتِیَ کِتٰبَہٗ بِیَمِیۡنِہٖ فَاُولٰٓئِکَ یَقۡرَءُوۡنَ کِتٰبَہُمۡ وَ لَا یُظۡلَمُوۡنَ فَتِیۡلًا ﴿۷۱﴾
017.071 Yawma nadAAoo kulla onasin bi-imamihim faman ootiya kitabahu biyameenihi faola-ika yaqraoona kitabahum wala yuthlamoona fateelan
17:71 Op de dag (dag des oordeels) zullen Wij de gehele mensheid roepen, ieder met zijn (eigen) boek. Wie dan zijn boek in zijn rechterhand krijgt, zal zijn boek lezen. En geen enkel onrecht zal hen aangedaan worden, zelfs niet iets wat gelijk is aan een haar van een dadelpit. (Notitie: Alle daden van een persoon worden door engelen opgeschreven, zie 50:17. Op de dag des oordeels wordt dit boek aan de desbetreffende persoon overhandigt.)

وَ مَنۡ کَانَ فِیۡ ہٰذِہٖۤ اَعۡمٰی فَہُوَ فِی الۡاٰخِرَۃِ اَعۡمٰی وَ اَضَلُّ سَبِیۡلًا ﴿۷۲﴾
017.072 Waman kana fee hathihi aAAma fahuwa fee al-akhirati aAAma waadallu sabeelan
17:72 En wie blind is (van hart voor de tekenen van Allah, zie 22:46) gedurende het wereldse leven, zal dan in het hiernamaals blind zijn en daardoor totaal verdwaald zijn van het pad (As-Sirat).

وَ اِنۡ کَادُوۡا لَیَفۡتِنُوۡنَکَ عَنِ الَّذِیۡۤ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلَیۡکَ لِتَفۡتَرِیَ عَلَیۡنَا غَیۡرَہٗ ٭ۖ وَ اِذًا لَّاتَّخَذُوۡکَ خَلِیۡلًا ﴿۷۳﴾
017.073 Wa-in kadoo layaftinoonaka AAani allathee awhayna ilayka litaftariya AAalayna ghayrahu wa-ithan laittakhathooka khaleelan
17:73 En voorzeker, ze hadden jou bijna doen afwenden van wat Wij aan jou geopenbaard hadden, zodat jij iets zou verzinnen over Ons. Ze zouden dan jou zeker als boezemvriend hebben genomen.

وَ لَوۡ لَاۤ اَنۡ ثَبَّتۡنٰکَ لَقَدۡ کِدۡتَّ تَرۡکَنُ اِلَیۡہِمۡ شَیۡئًا قَلِیۡلًا ﴿٭ۙ۷۴﴾
017.074 Walawla an thabbatnaka laqad kidta tarkanu ilayhim shay-an qaleelan
17:74 En als Wij jou niet sterk hadden gemaakt, voorzeker, dan zou jij je bijna tot hen hebben geneigd.

اِذًا لَّاَذَقۡنٰکَ ضِعۡفَ الۡحَیٰوۃِ وَ ضِعۡفَ الۡمَمَاتِ ثُمَّ لَا تَجِدُ لَکَ عَلَیۡنَا نَصِیۡرًا ﴿۷۵﴾
017.075 Ithan laathaqnaka diAAfa alhayati wadiAAfa almamati thumma la tajidu laka AAalayna naseeran
17:75 Dan zouden Wij jou een dubbele (straf) in dit leven en een dubbele (straf) na de dood laten proeven. Jij zult dan tegen ons geen helper vinden.

وَ اِنۡ کَادُوۡا لَیَسۡتَفِزُّوۡنَکَ مِنَ الۡاَرۡضِ لِیُخۡرِجُوۡکَ مِنۡہَا وَ اِذًا لَّا یَلۡبَثُوۡنَ خِلٰفَکَ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۷۶﴾
017.076 Wa-in kadoo layastafizzoonaka mina al-ardi liyukhrijooka minha wa-ithan la yalbathoona khilafaka illa qaleelan
17:76 En voorzeker, ze stonden op het punt om jou uit het land te verdrijven. (Wanneer je er uitwas gegaan,) dan zouden ze er niet lang erin gebleven zijn (ze zouden vernietigd worden).

سُنَّۃَ مَنۡ قَدۡ اَرۡسَلۡنَا قَبۡلَکَ مِنۡ رُّسُلِنَا وَ لَا تَجِدُ لِسُنَّتِنَا تَحۡوِیۡلًا ﴿٪۷۷﴾
017.077 Sunnata man qad arsalna qablaka min rusulina wala tajidu lisunnatina tahweelan
17:77 (Dit was) de handelwijze van de boodschappers die Wij vóór jou hebben gezonden. Je zult in Onze handelwijze geen verandering vinden.

اَقِمِ الصَّلٰوۃَ لِدُلُوۡکِ الشَّمۡسِ اِلٰی غَسَقِ الَّیۡلِ وَ قُرۡاٰنَ الۡفَجۡرِ ؕ اِنَّ قُرۡاٰنَ الۡفَجۡرِ کَانَ مَشۡہُوۡدًا ﴿۷۸﴾
017.078 Aqimi alssalata lidulooki alshshamsi ila ghasaqi allayli waqur-ana alfajri inna qur-ana alfajri kana mashhoodan
17:78 Onderhoud het gebed na het hoogtepunt van de zon (het Zohr gebed) tot aan de duisternis van de nacht (tot het Isa gebed). En verricht het ochtendgebed (Fadjr-gebed). Voorwaar, de Koran recitatie gedurende de ochtend wordt getuigd (door engelen).

وَ مِنَ الَّیۡلِ فَتَہَجَّدۡ بِہٖ نَافِلَۃً لَّکَ ٭ۖ عَسٰۤی اَنۡ یَّبۡعَثَکَ رَبُّکَ مَقَامًا مَّحۡمُوۡدًا ﴿۷۹﴾
017.079 Wamina allayli fatahajjad bihi nafilatan laka AAasa an yabAAathaka rabbuka maqaman mahmoodan
17:79 En gedurende de nacht, wordt wakker voor het Tahjud (nacht-) gebed, als een extra (gebed) voor jou. Misschien zal jouw Heer jou tot een prijzenswaardige plek verhogen.

وَ قُلۡ رَّبِّ اَدۡخِلۡنِیۡ مُدۡخَلَ صِدۡقٍ وَّ اَخۡرِجۡنِیۡ مُخۡرَجَ صِدۡقٍ وَّ اجۡعَلۡ لِّیۡ مِنۡ لَّدُنۡکَ سُلۡطٰنًا نَّصِیۡرًا ﴿۸۰﴾
017.080 Waqul rabbi adkhilnee mudkhala sidqin waakhrijnee mukhraja sidqin waijAAal lee min ladunka sultanan naseeran
17:80 En zeg: "Mijn Heer! Doe mij binnentreden op een oprechte manier en doe mij uittreden op een oprechte manier. En schenk me een helpende macht van Uw Zijde."

وَ قُلۡ جَآءَ الۡحَقُّ وَ زَہَقَ الۡبَاطِلُ ؕ اِنَّ الۡبَاطِلَ کَانَ زَہُوۡقًا ﴿۸۱﴾
017.081 Waqul jaa alhaqqu wazahaqa albatilu inna albatila kana zahooqan
17:81 En zeg: "De waarheid is gekomen en de valsheid is ten onder gegaan. Voorwaar, de valsheid gaat (altijd) ten onder."

وَ نُنَزِّلُ مِنَ الۡقُرۡاٰنِ مَا ہُوَ شِفَآءٌ وَّ رَحۡمَۃٌ لِّلۡمُؤۡمِنِیۡنَ ۙ وَ لَا یَزِیۡدُ الظّٰلِمِیۡنَ اِلَّا خَسَارًا ﴿۸۲﴾
017.082 Wanunazzilu mina alqur-ani ma huwa shifaon warahmatun lilmu/mineena wala yazeedu alththalimeena illa khasaran
17:82 En Wij openbaren van de Koran datgeen wat een genezing en een barmhartigheid is voor de gelovigen. Echter, voor de misdadigers draagt het alleen maar bij aan hun ondergang.

وَ اِذَاۤ اَنۡعَمۡنَا عَلَی الۡاِنۡسَانِ اَعۡرَضَ وَ نَاٰ بِجَانِبِہٖ ۚ وَ اِذَا مَسَّہُ الشَّرُّ کَانَ یَــُٔوۡسًا ﴿۸۳﴾
017.083 Wa-itha anAAamna AAala al-insani aAArada wanaa bijanibihi wa-itha massahu alshsharru kana yaoosan
17:83 En wanneer Wij de mens begunstigen dan wendt hij zich af (van o.a. dankbetuiging, gedenken van Allah, het hiernamaals, etc) en distantieert hij zich (van Allah). Echter, als het kwaad hem treft dan wordt hij wanhopig.

قُلۡ کُلٌّ یَّعۡمَلُ عَلٰی شَاکِلَتِہٖ ؕ فَرَبُّکُمۡ اَعۡلَمُ بِمَنۡ ہُوَ اَہۡدٰی سَبِیۡلًا ﴿٪۸۴﴾
017.084 Qul kullun yaAAmalu AAala shakilatihi farabbukum aAAlamu biman huwa ahda sabeelan
17:84 Zeg: "Iedereen werkt op zijn eigen manier. Maar jullie Heer weet (alleen) wie het beste geleid is naar het rechte pad."

وَ یَسۡـَٔلُوۡنَکَ عَنِ الرُّوۡحِ ؕ قُلِ الرُّوۡحُ مِنۡ اَمۡرِ رَبِّیۡ وَ مَاۤ اُوۡتِیۡتُمۡ مِّنَ الۡعِلۡمِ اِلَّا قَلِیۡلًا ﴿۸۵﴾
017.085 Wayas-aloonaka AAani alrroohi quli alrroohu min amri rabbee wama ooteetum mina alAAilmi illa qaleelan
17:85 En ze vragen jou over de ziel. Zeg: "De ziel behoort tot de zaken van mijn Heer. Jullie hebben er geen kennis over gekregen. En jullie hebben alleen een beetje aan (algemene) kennis gekregen."

وَ لَئِنۡ شِئۡنَا لَنَذۡہَبَنَّ بِالَّذِیۡۤ اَوۡحَیۡنَاۤ اِلَیۡکَ ثُمَّ لَا تَجِدُ لَکَ بِہٖ عَلَیۡنَا وَکِیۡلًا ﴿ۙ۸۶﴾
017.086 Wala-in shi/na lanathhabanna biallathee awhayna ilayka thumma la tajidu laka bihi AAalayna wakeelan
17:86 En indien Wij het wilden, dan zouden Wij datgeen wat Wij aan jou geopenbaard hebben (de Koran), wegnemen. Jij zou dan niemand vinden die namens jou ervoor bij Ons pleit (om het terug te krijgen).

اِلَّا رَحۡمَۃً مِّنۡ رَّبِّکَ ؕ اِنَّ فَضۡلَہٗ کَانَ عَلَیۡکَ کَبِیۡرًا ﴿۸۷﴾
017.087 Illa rahmatan min rabbika inna fadlahu kana AAalayka kabeeran
17:87 (Je zou het alleen kunnen terug krijgen) door de barmhartigheid van jouw Heer. Voorzeker, Zijn gunst op jou is enorm.

قُلۡ لَّئِنِ اجۡتَمَعَتِ الۡاِنۡسُ وَ الۡجِنُّ عَلٰۤی اَنۡ یَّاۡتُوۡا بِمِثۡلِ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنِ لَا یَاۡتُوۡنَ بِمِثۡلِہٖ وَ لَوۡ کَانَ بَعۡضُہُمۡ لِبَعۡضٍ ظَہِیۡرًا ﴿۸۸﴾
017.088 Qul la-ini ijtamaAAati al-insu waaljinnu AAala an ya/too bimithli hatha alqur-ani la ya/toona bimithlihi walaw kana baAAduhum libaAAdin thaheeran
17:88 Zeg: "Als de mensen en de djiens zich zouden verzamelen om het gelijke van deze Koran te brengen, dan zouden ze er niet toe in staat zijn. Zelfs al zouden ze elkaar helpen."

وَ لَقَدۡ صَرَّفۡنَا لِلنَّاسِ فِیۡ ہٰذَا الۡقُرۡاٰنِ مِنۡ کُلِّ مَثَلٍ ۫ فَاَبٰۤی اَکۡثَرُ النَّاسِ اِلَّا کُفُوۡرًا ﴿۸۹﴾
017.089 Walaqad sarrafna lilnnasi fee hatha alqur-ani min kulli mathalin faaba aktharu alnnasi illa kufooran
17:89 En waarlijk, Wij hebben voor de mensen alle voorbeelden in deze Koran uitgelegd. Echter, de meeste mensen weigeren (de Koran) en accepteren alleen het ongeloof.

وَ قَالُوۡا لَنۡ نُّؤۡمِنَ لَکَ حَتّٰی تَفۡجُرَ لَنَا مِنَ الۡاَرۡضِ یَنۡۢبُوۡعًا ﴿ۙ۹۰﴾
017.090 Waqaloo lan nu/mina laka hatta tafjura lana mina al-ardi yanbooAAan
17:90 En ze zeggen: "Nooit, zullen wij in jou geloven, totdat jij voor ons een bron uit de aarde doet ontspringen."

اَوۡ تَکُوۡنَ لَکَ جَنَّۃٌ مِّنۡ نَّخِیۡلٍ وَّ عِنَبٍ فَتُفَجِّرَ الۡاَنۡہٰرَ خِلٰلَہَا تَفۡجِیۡرًا ﴿ۙ۹۱﴾
017.091 Aw takoona laka jannatun min nakheelin waAAinabin fatufajjira al-anhara khilalaha tafjeeran
17:91 "Of totdat jij pas een tuin met dadelpalmen en druivenstruiken hebt. En dan rivieren in overvloed erdoor laat stromen."

اَوۡ تُسۡقِطَ السَّمَآءَ کَمَا زَعَمۡتَ عَلَیۡنَا کِسَفًا اَوۡ تَاۡتِیَ بِاللّٰہِ وَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ قَبِیۡلًا ﴿ۙ۹۲﴾
017.092 Aw tusqita alssamaa kama zaAAamta AAalayna kisafan aw ta/tiya biAllahi waalmala-ikati qabeelan
17:92 "Of totdat jij de hemel in stukken op ons neer laat vallen, zoals je het tegen ons beweert. Of totdat jij Allah en de Engelen voor ons brengt."

اَوۡ یَکُوۡنَ لَکَ بَیۡتٌ مِّنۡ زُخۡرُفٍ اَوۡ تَرۡقٰی فِی السَّمَآءِ ؕ وَ لَنۡ نُّؤۡمِنَ لِرُقِیِّکَ حَتّٰی تُنَزِّلَ عَلَیۡنَا کِتٰبًا نَّقۡرَؤُہٗ ؕ قُلۡ سُبۡحَانَ رَبِّیۡ ہَلۡ کُنۡتُ اِلَّا بَشَرًا رَّسُوۡلًا ﴿٪۹۳﴾
017.093 Aw yakoona laka baytun min zukhrufin aw tarqa fee alssama-i walan nu/mina liruqiyyika hatta tunazzila AAalayna kitaban naqraohu qul subhana rabbee hal kuntu illa basharan rasoolan
17:93 "Of totdat jij een huis van goud hebt. Of totdat jij naar de hemel (voor ons ogen) opstijgt. En nooit zullen wij in jouw opstijging geloven totdat jij een fysieke boek voor ons brengt, zodat we het kunnen lezen." Zeg: "Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is mijn Heer! Ik ben alleen een mens, een boodschapper."

وَ مَا مَنَعَ النَّاسَ اَنۡ یُّؤۡمِنُوۡۤا اِذۡ جَآءَہُمُ الۡہُدٰۤی اِلَّاۤ اَنۡ قَالُوۡۤا اَبَعَثَ اللّٰہُ بَشَرًا رَّسُوۡلًا ﴿۹۴﴾
017.094 Wama manaAAa alnnasa an yu/minoo ith jaahumu alhuda illa an qaloo abaAAatha Allahu basharan rasoolan
17:94 En wat hield de mens tegen om te geloven op het het moment dat de leiding tot hen kwam? Ze zeiden alleen maar: "Heeft Allah een menselijke boodschapper gestuurd?"

قُلۡ لَّوۡ کَانَ فِی الۡاَرۡضِ مَلٰٓئِکَۃٌ یَّمۡشُوۡنَ مُطۡمَئِنِّیۡنَ لَنَزَّلۡنَا عَلَیۡہِمۡ مِّنَ السَّمَآءِ مَلَکًا رَّسُوۡلًا ﴿۹۵﴾
017.095 Qul law kana fee al-ardi mala-ikatun yamshoona mutma-inneena lanazzalna AAalayhim mina alssama-i malakan rasoolan
17:95 Zeg: "Als er op de aarde gebruikelijk engelen rondliepen, dan zouden Wij zeker voor hen een engel uit de hemel als boodschapper hebben neergezonden." (Notitie zie ook 6:8-9, 15:8, 25:21-22.)

قُلۡ کَفٰی بِاللّٰہِ شَہِیۡدًۢا بَیۡنِیۡ وَ بَیۡنَکُمۡ ؕ اِنَّہٗ کَانَ بِعِبَادِہٖ خَبِیۡرًۢا بَصِیۡرًا ﴿۹۶﴾
017.096 Qul kafa biAllahi shaheedan baynee wabaynakum innahu kana biAAibadihi khabeeran baseeran
17:96 Zeg: "Allah is voldoende als een Getuige tussen mij en jullie. Voorzeker, Hij is Alwetend, Alziend over Zijn dienaren."

وَ مَنۡ یَّہۡدِ اللّٰہُ فَہُوَ الۡمُہۡتَدِ ۚ وَ مَنۡ یُّضۡلِلۡ فَلَنۡ تَجِدَ لَہُمۡ اَوۡلِیَآءَ مِنۡ دُوۡنِہٖ ؕ وَ نَحۡشُرُہُمۡ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ عَلٰی وُجُوۡہِہِمۡ عُمۡیًا وَّ بُکۡمًا وَّ صُمًّا ؕ مَاۡوٰىہُمۡ جَہَنَّمُ ؕ کُلَّمَا خَبَتۡ زِدۡنٰہُمۡ سَعِیۡرًا ﴿۹۷﴾
017.097 Waman yahdi Allahu fahuwa almuhtadi waman yudlil falan tajida lahum awliyaa min doonihi wanahshuruhum yawma alqiyamati AAala wujoohihim AAumyan wabukman wasumman ma/wahum jahannamu kullama khabat zidnahum saAAeeran
17:97 En wie Allah leidt, dan wordt hij juist geleid. Maar wie (door Hem) tot dwaling gebracht wordt, voor hem zal er geen helper zijn buiten Hem om. En Wij zullen hen op de dag van de wederopstanding op hun gezichten verzamelen. Ze zullen blind, stom en doof zijn. Hun verblijfplaats is de hel. Iedere keer als (het vuur) minder wordt, dan wakkeren Wij het laaiende vuur voor hen weer aan.

ذٰلِکَ جَزَآؤُہُمۡ بِاَنَّہُمۡ کَفَرُوۡا بِاٰیٰتِنَا وَ قَالُوۡۤاءَ اِذَا کُنَّا عِظَامًا وَّ رُفَاتًاءَ اِنَّا لَمَبۡعُوۡثُوۡنَ خَلۡقًا جَدِیۡدًا ﴿۹۸﴾
017.098 Thalika jazaohum bi-annahum kafaroo bi-ayatina waqaloo a-itha kunna AAithaman warufatan a-inna lamabAAoothoona khalqan jadeedan
17:98 Dat is hun vergelding, omdat ze Onze tekenen verwierpen en zeiden: "Wanneer Wij botten en verbrokkelde delen zijn geworden, zullen we dan opgewekt worden tot een nieuwe schepping?"

اَوَ لَمۡ یَرَوۡا اَنَّ اللّٰہَ الَّذِیۡ خَلَقَ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضَ قَادِرٌ عَلٰۤی اَنۡ یَّخۡلُقَ مِثۡلَہُمۡ وَ جَعَلَ لَہُمۡ اَجَلًا لَّا رَیۡبَ فِیۡہِ ؕ فَاَبَی الظّٰلِمُوۡنَ اِلَّا کُفُوۡرًا ﴿۹۹﴾
017.099 Awa lam yaraw anna Allaha allathee khalaqa alssamawati waal-arda qadirun AAala an yakhluqa mithlahum wajaAAala lahum ajalan la rayba feehi faaba alththalimoona illa kufooran
17:99 Zien ze dan niet dat Allah, degene die de hemelen en de aarde geschapen heeft, instaat is om iets te scheppen wat daaraan gelijk is? En Hij heeft voor beide (de hemel en aarde) een termijn bepaald waaraan geen twijfel is. Echter, de misdadigers weigeren (de tekenen) en accepteren alleen ongeloof.

قُلۡ لَّوۡ اَنۡتُمۡ تَمۡلِکُوۡنَ خَزَآئِنَ رَحۡمَۃِ رَبِّیۡۤ اِذًا لَّاَمۡسَکۡتُمۡ خَشۡیَۃَ الۡاِنۡفَاقِ ؕ وَ کَانَ الۡاِنۡسَانُ قَتُوۡرًا ﴿۱۰۰﴾٪
017.100 Qul law antum tamlikoona khaza-ina rahmati rabbee ithan laamsaktum khashyata al-infaqi wakana al-insanu qatooran
17:100 Zeg: "Als jullie de schatten van de Barmhartigheid van mijn Heer zouden bezitten, dan zouden jullie het zeker vasthouden uit vrees om het uit te geven." De mens is gierig.

وَ لَقَدۡ اٰتَیۡنَا مُوۡسٰی تِسۡعَ اٰیٰتٍۭ بَیِّنٰتٍ فَسۡـَٔلۡ بَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ اِذۡ جَآءَہُمۡ فَقَالَ لَہٗ فِرۡعَوۡنُ اِنِّیۡ لَاَظُنُّکَ یٰمُوۡسٰی مَسۡحُوۡرًا ﴿۱۰۱﴾
017.101 Walaqad atayna moosa tisAAa ayatin bayyinatin fais-al banee isra-eela ith jaahum faqala lahu firAAawnu innee laathunnuka ya moosa mashooran
17:101 En Voorzeker, Wij hadden Moesa negen duidelijke tekenen gegeven. Dus vraag de kinderen van Israël erover. Toen hij tot hen kwam, zei de Farao tot hem: "Voorwaar, Ik denk dat jij, O Moesa, betoverd bent."

قَالَ لَقَدۡ عَلِمۡتَ مَاۤ اَنۡزَلَ ہٰۤؤُلَآءِ اِلَّا رَبُّ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ بَصَآئِرَ ۚ وَ اِنِّیۡ لَاَظُنُّکَ یٰفِرۡعَوۡنُ مَثۡبُوۡرًا ﴿۱۰۲﴾
017.102 Qala laqad AAalimta ma anzala haola-i illa rabbu alssamawati waal-ardi basa-ira wa-innee laathunnuka ya firAAawnu mathbooran
17:102 Hij (Moesa) zei: "Jij weet dat niemand anders dan de Heer van de hemelen en de aarde, deze gestuurd heeft als duidelijk bewijs. Waarlijk, o Farao! Ik weet zeker dat jij, ten ondergang gedoemd bent."

فَاَرَادَ اَنۡ یَّسۡتَفِزَّہُمۡ مِّنَ الۡاَرۡضِ فَاَغۡرَقۡنٰہُ وَ مَنۡ مَّعَہٗ جَمِیۡعًا ﴿۱۰۳﴾ۙ
017.103 Faarada an yastafizzahum mina al-ardi faaghraqnahu waman maAAahu jameeAAan
17:103 Vervolgens was hij van plan om hen uit het land te verdrijven, maar Wij verdronken hem en al degenen die met hem waren.

وَّ قُلۡنَا مِنۡۢ بَعۡدِہٖ لِبَنِیۡۤ اِسۡرَآءِیۡلَ اسۡکُنُوا الۡاَرۡضَ فَاِذَا جَآءَ وَعۡدُ الۡاٰخِرَۃِ جِئۡنَا بِکُمۡ لَفِیۡفًا ﴿۱۰۴﴾ؕ
017.104 Waqulna min baAAdihi libanee isra-eela oskunoo al-arda fa-itha jaa waAAdu al-akhirati ji/na bikum lafeefan
17:104 Na zijn heengaan, zeiden Wij tot de kinderen van Israël: "Vestig je op de aarde. (Echter,) Wanneer de gebeurtenissen met betrekking tot het hiernamaals nadert, dan zullen Wij jullie gemend (weer) bij elkaar brengen."

وَ بِالۡحَقِّ اَنۡزَلۡنٰہُ وَ بِالۡحَقِّ نَزَلَ ؕ وَ مَاۤ اَرۡسَلۡنٰکَ اِلَّا مُبَشِّرًا وَّ نَذِیۡرًا ﴿۱۰۵﴾ۘ
017.105 Wabialhaqqi anzalnahu wabialhaqqi nazala wama arsalnaka illa mubashshiran wanatheeran
17:105 En met de waarheid hebben Wij het (de Koran) neergezonden en met de waarheid is het neergedaald. En Wij hebben jou alleen als een verkondiger van goede tijdingen en als een waarschuwer gezonden.

وَ قُرۡاٰنًا فَرَقۡنٰہُ لِتَقۡرَاَہٗ عَلَی النَّاسِ عَلٰی مُکۡثٍ وَّ نَزَّلۡنٰہُ تَنۡزِیۡلًا ﴿۱۰۶﴾
017.106 Waqur-anan faraqnahu litaqraahu AAala alnnasi AAala mukthin wanazzalnahu tanzeelan
17:106 En de Koran hebben Wij opgedeeld zodat jij het in gedeeltes aan de mensen kan oplezen. (Daarom) hebben Wij het in fases geopenbaard.

قُلۡ اٰمِنُوۡا بِہٖۤ اَوۡ لَا تُؤۡمِنُوۡا ؕ اِنَّ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡعِلۡمَ مِنۡ قَبۡلِہٖۤ اِذَا یُتۡلٰی عَلَیۡہِمۡ یَخِرُّوۡنَ لِلۡاَذۡقَانِ سُجَّدًا ﴿۱۰۷﴾ۙ
017.107 Qul aminoo bihi aw la tu/minoo inna allatheena ootoo alAAilma min qablihi itha yutla AAalayhim yakhirroona lil-athqani sujjadan
17:107 Zeg: "Geloof erin of geloof er niet in." Voorzeker, degenen die voorheen kennis (van de openbaring) hebben gekregen vallen in prostratie met hun gezichten naar de grond wanneer het gereciteerd tot hen wordt.

وَّ یَقُوۡلُوۡنَ سُبۡحٰنَ رَبِّنَاۤ اِنۡ کَانَ وَعۡدُ رَبِّنَا لَمَفۡعُوۡلًا ﴿۱۰۸﴾
017.108 Wayaqooloona subhana rabbina in kana waAAdu rabbina lamafAAoolan
17:108 En ze zeggen: "Soebhaan (de ultieme perfectie, zonder enige tekortkoming) is onze Heer! Waarlijk, de belofte van onze Heer is zeker vervuld." (Notitie: het gaat om de belofte dat er een laatste profeet, Mohammed v.z.m.h., zou komen.)

وَ یَخِرُّوۡنَ لِلۡاَذۡقَانِ یَبۡکُوۡنَ وَ یَزِیۡدُہُمۡ خُشُوۡعًا ﴿۱۰۹﴾ٛ
017.109 Wayakhirroona lil-athqani yabkoona wayazeeduhum khushooAAan
17:109 En ze vallen huilend neer (in prostratie) met hun gezichten naar de grond. Het laat hun nederigheid toenemen." (Notitie: Prostratie/Sadja Tilawat is vereist.)

قُلِ ادۡعُوا اللّٰہَ اَوِ ادۡعُوا الرَّحۡمٰنَ ؕ اَیًّامَّا تَدۡعُوۡا فَلَہُ الۡاَسۡمَآءُ الۡحُسۡنٰی ۚ وَ لَا تَجۡہَرۡ بِصَلَاتِکَ وَ لَا تُخَافِتۡ بِہَا وَ ابۡتَغِ بَیۡنَ ذٰلِکَ سَبِیۡلًا ﴿۱۱۰﴾
017.110 Quli odAAoo Allaha awi odAAoo alrrahmana ayyan ma tadAAoo falahu al-asmao alhusna wala tajhar bisalatika wala tukhafit biha waibtaghi bayna thalika sabeelan
17:110 Zeg: "Roep Allah aan of roep de meest Barmhartige aan, met welke namen jullie Hem ook aanroepen, tot Hem behoren de meest mooie namen. En verricht je gebeden niet met een luide stem of met een fluisterende stem, maar zoek een weg daar tussen in."

وَ قُلِ الۡحَمۡدُ لِلّٰہِ الَّذِیۡ لَمۡ یَتَّخِذۡ وَلَدًا وَّ لَمۡ یَکُنۡ لَّہٗ شَرِیۡکٌ فِی الۡمُلۡکِ وَ لَمۡ یَکُنۡ لَّہٗ وَلِیٌّ مِّنَ الذُّلِّ وَ کَبِّرۡہُ تَکۡبِیۡرًا ﴿۱۱۱﴾٪
017.111 Waquli alhamdu lillahi allathee lam yattakhith waladan walam yakun lahu shareekun fee almulki walam yakun lahu waliyyun mina alththulli wakabbirhu takbeeran
17:111 En zeg: "Alhamdoe Liellah (alle eer en dank behoort aan Allah toe), Degene Die zichzelf geen zoon heeft toegekend, noch is er een partner voor Hem in het koninkrijk, noch heeft Hij behoefte aan een helper van zijn creatie (engelen, profeten, etc). En verheerlijk Zijn grootheid!


www.heiligekoran.nl