19 Marjam (Maria)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige
کٓہٰیٰعٓصٓ ۟﴿ۚ۱﴾
019.001 Kaf-ha-ya-AAayn-sad
19:1 Kaaf Haa Yaa 'Ain Sod,

ذِکۡرُ رَحۡمَتِ رَبِّکَ عَبۡدَہٗ زَکَرِیَّا ۖ﴿ۚ۲﴾
019.002 Thikru rahmati rabbika AAabdahu zakariyya
19:2 (Dit is) een kennisgeving van de barmhartigheid van uw Heer (die Hij) aan Zijn dienaar Zakaria (gaf),

اِذۡ نَادٰی رَبَّہٗ نِدَآءً خَفِیًّا ﴿۳﴾
019.003 Ith nada rabbahu nidaan khafiyyan
19:3 toen hij zijn Heer in het geheim aanriep.

قَالَ رَبِّ اِنِّیۡ وَہَنَ الۡعَظۡمُ مِنِّیۡ وَ اشۡتَعَلَ الرَّاۡسُ شَیۡبًا وَّ لَمۡ اَکُنۡۢ بِدُعَآئِکَ رَبِّ شَقِیًّا ﴿۴﴾
019.004 Qala rabbi innee wahana alAAathmu minnee waishtaAAala alrra/su shayban walam akun biduAAa-ika rabbi shaqiyyan
19:4 Hij zei: "Mijn Heer! Voorwaar, mijn botten zijn zwak geworden en mijn hoofd glinsterend wit, en nooit ben ik teleurgesteld geraakt in de smeekgebeden tot U.

وَ اِنِّیۡ خِفۡتُ الۡمَوَالِیَ مِنۡ وَّرَآءِیۡ وَ کَانَتِ امۡرَاَتِیۡ عَاقِرًا فَہَبۡ لِیۡ مِنۡ لَّدُنۡکَ وَلِیًّا ۙ﴿۵﴾
019.005 Wa-innee khiftu almawaliya min wara-ee wakanati imraatee AAaqiran fahab lee min ladunka waliyyan
19:5 En voorwaar, ik vrees (het beleid van) de mensen die mij opvolgen. En mijn vrouw is onvruchtbaar. Geef me daarom een nakomeling van Uw zijde,

یَّرِثُنِیۡ وَ یَرِثُ مِنۡ اٰلِ یَعۡقُوۡبَ ٭ۖ وَ اجۡعَلۡہُ رَبِّ رَضِیًّا ﴿۶﴾
019.006 Yarithunee wayarithu min ali yaAAqooba waijAAalhu rabbi radiyyan
19:6 die (de kennis) van mij zal erven en van de familie van Jakob (het profeetschap). Mijn Heer, maak hem U welgevallig."

یٰزَکَرِیَّاۤ اِنَّا نُبَشِّرُکَ بِغُلٰمِۣ اسۡمُہٗ یَحۡیٰی ۙ لَمۡ نَجۡعَلۡ لَّہٗ مِنۡ قَبۡلُ سَمِیًّا ﴿۷﴾
019.007 Ya zakariyya inna nubashshiruka bighulamin ismuhu yahya lam najAAal lahu min qablu samiyyan
19:7 "O Zakaria! Voorzeker, Wij geven u het goede nieuws van een jongen, zijn naam is Yahya (Johannes). Wij hadden niemand eerder deze naam gegeven."

قَالَ رَبِّ اَنّٰی یَکُوۡنُ لِیۡ غُلٰمٌ وَّ کَانَتِ امۡرَاَتِیۡ عَاقِرًا وَّ قَدۡ بَلَغۡتُ مِنَ الۡکِبَرِ عِتِیًّا ﴿۸﴾
019.008 Qala rabbi anna yakoonu lee ghulamun wakanati imraatee AAaqiran waqad balaghtu mina alkibari AAitiyyan
19:8 Hij zei: "Mijn Heer! Hoe kan ik een jongen krijgen terwijl mijn vrouw onvruchtbaar is? En waarlijk, ik heb een zeer oude leeftijd bereikt."

قَالَ کَذٰلِکَ ۚ قَالَ رَبُّکَ ہُوَ عَلَیَّ ہَیِّنٌ وَّ قَدۡ خَلَقۡتُکَ مِنۡ قَبۡلُ وَ لَمۡ تَکُ شَیۡئًا ﴿۹﴾
019.009 Qala kathalika qala rabbuka huwa AAalayya hayyinun waqad khalaqtuka min qablu walam taku shay-an
19:9 Hij zei: "Zo zal het zijn." Uw Heer heeft gezegd: "Het is makkelijk voor Mij. En zonder enige twijfel, Ik heb jou eerder geschapen terwijl jij niets was."

قَالَ رَبِّ اجۡعَلۡ لِّیۡۤ اٰیَۃً ؕ قَالَ اٰیَتُکَ اَلَّا تُکَلِّمَ النَّاسَ ثَلٰثَ لَیَالٍ سَوِیًّا ﴿۱۰﴾
019.010 Qala rabbi ijAAal lee ayatan qala ayatuka alla tukallima alnnasa thalatha layalin sawiyyan
19:10 Hij zei: "Mijn Heer! Geef me een teken." Hij zei: "Jouw teken is dat je gedurende drie nachten niet in staat bent om te spreken met de mensen terwijl je gezond bent." (Notitie: zie ook 3:41)

فَخَرَجَ عَلٰی قَوۡمِہٖ مِنَ الۡمِحۡرَابِ فَاَوۡحٰۤی اِلَیۡہِمۡ اَنۡ سَبِّحُوۡا بُکۡرَۃً وَّ عَشِیًّا ﴿۱۱﴾
019.011 Fakharaja AAala qawmihi mina almihrabi faawha ilayhim an sabbihoo bukratan waAAashiyyan
19:11 Vervolgens kwam hij uit de gebedskamer en ging naar zijn volk. Hij gebaarde hen om Allah in de ochtend en in de avond te verheerlijken.

یٰیَحۡیٰی خُذِ الۡکِتٰبَ بِقُوَّۃٍ ؕ وَ اٰتَیۡنٰہُ الۡحُکۡمَ صَبِیًّا ﴿ۙ۱۲﴾
019.012 Ya yahya khuthi alkitaba biquwwatin waataynahu alhukma sabiyyan
19:12 (Allah zei:) "O Yahya! Hou het heilige schrift stevig vast." En Wij gaven hem wijsheid toen hij een kind was,

وَّ حَنَانًا مِّنۡ لَّدُنَّا وَ زَکٰوۃً ؕ وَ کَانَ تَقِیًّا ﴿ۙ۱۳﴾
019.013 Wahananan min ladunna wazakatan wakana taqiyyan
19:13 meelevendheid van Ons (naar de mensen toe) en reinheid. Hij was godvrezend, en

وَّ بَرًّۢا بِوَالِدَیۡہِ وَ لَمۡ یَکُنۡ جَبَّارًا عَصِیًّا ﴿۱۴﴾
019.014 Wabarran biwalidayhi walam yakun jabbaran AAasiyyan
19:14 plichtsgetrouw naar zijn ouders toe. Hij was geen ongehoorzame tiran.

وَ سَلٰمٌ عَلَیۡہِ یَوۡمَ وُلِدَ وَ یَوۡمَ یَمُوۡتُ وَ یَوۡمَ یُبۡعَثُ حَیًّا ﴿٪۱۵﴾
019.015 Wasalamun AAalayhi yawma wulida wayawma yamootu wayawma yubAAathu hayyan
19:15 Vrede zij met hem op de dag dat hij werd geboren, op de dag dat hij stierf, en op de dag dat hij weer tot leven wordt gebracht.

وَ اذۡکُرۡ فِی الۡکِتٰبِ مَرۡیَمَ ۘ اِذِ انۡتَبَذَتۡ مِنۡ اَہۡلِہَا مَکَانًا شَرۡقِیًّا ﴿ۙ۱۶﴾
019.016 Waothkur fee alkitabi maryama ithi intabathat min ahliha makanan sharqiyyan
19:16 En vertel over Marjam (Maria) (wat er vermeld staat) in het boek, dat ze zich terugtrok van haar familie naar een oostelijke plaats.

فَاتَّخَذَتۡ مِنۡ دُوۡنِہِمۡ حِجَابًا ۪۟ فَاَرۡسَلۡنَاۤ اِلَیۡہَا رُوۡحَنَا فَتَمَثَّلَ لَہَا بَشَرًا سَوِیًّا ﴿۱۷﴾
019.017 Faittakhathat min doonihim hijaban faarsalna ilayha roohana fatamaththala laha basharan sawiyyan
19:17 Vervolgens zonderde ze zich van hun af. Daarna zonden Wij tot haar Onze geest (Djibril/Gabriël). Hij verscheen voor haar als een goed gevormde man.

قَالَتۡ اِنِّیۡۤ اَعُوۡذُ بِالرَّحۡمٰنِ مِنۡکَ اِنۡ کُنۡتَ تَقِیًّا ﴿۱۸﴾
019.018 Qalat innee aAAoothu bialrrahmani minka in kunta taqiyyan
19:18 Ze zei: "Ik zoek mijn toevlucht tot de meest Barmhartige tegen u, als u godvrezend bent."

قَالَ اِنَّمَاۤ اَنَا رَسُوۡلُ رَبِّکِ ٭ۖ لِاَہَبَ لَکِ غُلٰمًا زَکِیًّا ﴿۱۹﴾
019.019 Qala innama ana rasoolu rabbiki li-ahaba laki ghulaman zakiyyan
19:19 Hij zei: "Ik ben slechts een boodschapper van uw Heer, om u (het nieuws van) een reine zoon te schenken."

قَالَتۡ اَنّٰی یَکُوۡنُ لِیۡ غُلٰمٌ وَّ لَمۡ یَمۡسَسۡنِیۡ بَشَرٌ وَّ لَمۡ اَکُ بَغِیًّا ﴿۲۰﴾
019.020 Qalat anna yakoonu lee ghulamun walam yamsasnee basharun walam aku baghiyyan
19:20 Ze zei: "Hoe kan er een zoon voor mij zijn, terwijl geen man mij heeft aangeraakt (niet gehuwd), en ik geen onzedelijke vrouw ben?"

قَالَ کَذٰلِکِ ۚ قَالَ رَبُّکِ ہُوَ عَلَیَّ ہَیِّنٌ ۚ وَ لِنَجۡعَلَہٗۤ اٰیَۃً لِّلنَّاسِ وَ رَحۡمَۃً مِّنَّا ۚ وَ کَانَ اَمۡرًا مَّقۡضِیًّا ﴿۲۱﴾
019.021 Qala kathaliki qala rabbuki huwa AAalayya hayyinun walinajAAalahu ayatan lilnnasi warahmatan minna wakana amran maqdiyyan
19:21 Hij zei: "Zo zal het zijn." Uw Heer heeft gezegd: "Het is makkelijk voor Mij. Zodat Wij hem als een teken en als een Barmhartigheid van Ons voor de mensheid maken. Het is een zaak dat al vastgesteld staat."

فَحَمَلَتۡہُ فَانۡتَبَذَتۡ بِہٖ مَکَانًا قَصِیًّا ﴿۲۲﴾
019.022 Fahamalat-hu faintabathat bihi makanan qasiyyan
19:22 Dus droeg ze hem en ze trok zich terug naar een afgelegen plaats.

فَاَجَآءَہَا الۡمَخَاضُ اِلٰی جِذۡعِ النَّخۡلَۃِ ۚ قَالَتۡ یٰلَیۡتَنِیۡ مِتُّ قَبۡلَ ہٰذَا وَ کُنۡتُ نَسۡیًا مَّنۡسِیًّا ﴿۲۳﴾
019.023 Faajaaha almakhadu ila jithAAi alnnakhlati qalat ya laytanee mittu qabla hatha wakuntu nasyan mansiyyan
19:23 Vervolgens dreven de pijn van de geboorte-weeën haar naar de stam van een dadelpalm. Ze zei: "O was ik maar gestorven en totaal vergeten (door de mensen)."

فَنَادٰىہَا مِنۡ تَحۡتِہَاۤ اَلَّا تَحۡزَنِیۡ قَدۡ جَعَلَ رَبُّکِ تَحۡتَکِ سَرِیًّا ﴿۲۴﴾
019.024 Fanadaha min tahtiha alla tahzanee qad jaAAala rabbuki tahtaki sariyyan
19:24 Toen riep hij (Isa) haar van beneden: "Treur niet! Waarlijk, uw Heer heeft stromend water onder u geplaatst."

وَ ہُزِّیۡۤ اِلَیۡکِ بِجِذۡعِ النَّخۡلَۃِ تُسٰقِطۡ عَلَیۡکِ رُطَبًا جَنِیًّا ﴿۫۲۵﴾
019.025 Wahuzzee ilayki bijithAAi alnnakhlati tusaqit AAalayki rutaban janiyyan
19:25 "En schudt de stam van de palmboom naar jou toe, dan zullen er verse dadels op jou vallen."

فَکُلِیۡ وَ اشۡرَبِیۡ وَ قَرِّیۡ عَیۡنًا ۚ فَاِمَّا تَرَیِنَّ مِنَ الۡبَشَرِ اَحَدًا ۙ فَقُوۡلِیۡۤ اِنِّیۡ نَذَرۡتُ لِلرَّحۡمٰنِ صَوۡمًا فَلَنۡ اُکَلِّمَ الۡیَوۡمَ اِنۡسِیًّا ﴿ۚ۲۶﴾
019.026 Fakulee waishrabee waqarree AAaynan fa-imma tarayinna mina albashari ahadan faqoolee innee nathartu lilrrahmani sawman falan okallima alyawma insiyyan
19:26 Dus eet en drink en verkoel uw ogen. Maar als u iemand ziet, zeg dan: "Voorwaar, ik heb de Barmhartige belooft te vasten, dus zal ik vandaag tot geen mens spreken."

فَاَتَتۡ بِہٖ قَوۡمَہَا تَحۡمِلُہٗ ؕ قَالُوۡا یٰمَرۡیَمُ لَقَدۡ جِئۡتِ شَیۡئًا فَرِیًّا ﴿۲۷﴾
019.027 Faatat bihi qawmaha tahmiluhu qaloo ya maryamu laqad ji/ti shay-an fariyyan
19:27 Vervolgens kwam ze met hem bij haar mensen, hem dragend (in de armen). Ze zeiden: "O Marjam! Waarlijk, Je hebt iets afschuwelijks gedaan!"

یٰۤاُخۡتَ ہٰرُوۡنَ مَا کَانَ اَبُوۡکِ امۡرَ اَ سَوۡءٍ وَّ مَا کَانَتۡ اُمُّکِ بَغِیًّا ﴿ۖۚ۲۸﴾
019.028 Ya okhta haroona ma kana abooki imraa saw-in wama kanat ommuki baghiyyan
19:28 "O zuster van Haroen! Jouw vader was geen slechte man, noch was jouw moeder een onzedelijke vrouw!"

فَاَشَارَتۡ اِلَیۡہِ ؕ قَالُوۡا کَیۡفَ نُکَلِّمُ مَنۡ کَانَ فِی الۡمَہۡدِ صَبِیًّا ﴿۲۹﴾
019.029 Faasharat ilayhi qaloo kayfa nukallimu man kana fee almahdi sabiyyan
19:29 Daarop wees ze naar hem. Ze zeiden: "Hoe kunnen wij spreken met iemand die in de wieg ligt, een baby!?"

قَالَ اِنِّیۡ عَبۡدُ اللّٰہِ ۟ؕ اٰتٰنِیَ الۡکِتٰبَ وَ جَعَلَنِیۡ نَبِیًّا ﴿ۙ۳۰﴾
019.030 Qala innee AAabdu Allahi ataniya alkitaba wajaAAalanee nabiyyan
19:30 Hij (Isa) zei: "Voorzeker, ik ben een dienaar van Allah. Hij heeft mij het schrift gegeven en mij tot een profeet gemaakt." (Notitie: Volgens de overlevering kreeg hij het profeetschap op de leeftijd van 30 jaar. Vers nummer 30.)

وَّ جَعَلَنِیۡ مُبٰرَکًا اَیۡنَ مَا کُنۡتُ ۪ وَ اَوۡصٰنِیۡ بِالصَّلٰوۃِ وَ الزَّکٰوۃِ مَا دُمۡتُ حَیًّا ﴿۪ۖ۳۱﴾
019.031 WajaAAalanee mubarakan aynama kuntu waawsanee bialssalati waalzzakati ma dumtu hayyan
19:31 "Hij heeft mij gezegend waar ik me ook bevind. En Hij heeft mij bevolen de salaat te verrichten en de zakaat (te betalen), zolang ik leef,"

وَّ بَرًّۢا بِوَالِدَتِیۡ ۫ وَ لَمۡ یَجۡعَلۡنِیۡ جَبَّارًا شَقِیًّا ﴿۳۲﴾
019.032 Wabarran biwalidatee walam yajAAalnee jabbaran shaqiyyan
19:32 "en om plichtsgetrouw te zijn naar mijn moeder. Hij heeft mij niet als een ongezegende tiran gemaakt."

وَ السَّلٰمُ عَلَیَّ یَوۡمَ وُلِدۡتُّ وَ یَوۡمَ اَمُوۡتُ وَ یَوۡمَ اُبۡعَثُ حَیًّا ﴿۳۳﴾
019.033 Waalssalamu AAalayya yawma wulidtu wayawma amootu wayawma obAAathu hayyan
19:33 Vrede zij met mij op de dag dat ik geboren werd, op de dag dat ik sterf en op de dag dat ik weer tot leven word opgewekt." (Notitie: Toen hij 33 jaar werd heeft Allah hem naar boven verheven.)

ذٰلِکَ عِیۡسَی ابۡنُ مَرۡیَمَ ۚ قَوۡلَ الۡحَقِّ الَّذِیۡ فِیۡہِ یَمۡتَرُوۡنَ ﴿۳۴﴾
019.034 Thalika AAeesa ibnu maryama qawla alhaqqi allathee feehi yamtaroona
19:34 Dat is Isa, zoon van Marjam. (Dit is) een verklaring van de waarheid van hetgeen waar ze over disputeren.

مَا کَانَ لِلّٰہِ اَنۡ یَّتَّخِذَ مِنۡ وَّلَدٍ ۙ سُبۡحٰنَہٗ ؕ اِذَا قَضٰۤی اَمۡرًا فَاِنَّمَا یَقُوۡلُ لَہٗ کُنۡ فَیَکُوۡنُ ﴿ؕ۳۵﴾
019.035 Ma kana lillahi an yattakhitha min waladin subhanahu itha qada amran fa-innama yaqoolu lahu kun fayakoonu
19:35 Het past (de Majesteit van) Allah niet dat Hij een zoon heeft. Heilig is Allah en Verheven is Hij boven alles! Wanneer Hij iets bepaalt, zegt Hij er slechts tegen: "Wees!" en vervolgens is het gebeurt.

وَ اِنَّ اللّٰہَ رَبِّیۡ وَ رَبُّکُمۡ فَاعۡبُدُوۡہُ ؕ ہٰذَا صِرَاطٌ مُّسۡتَقِیۡمٌ ﴿۳۶﴾
019.036 Wa-inna Allaha rabbee warabbukum faoAAbudoohu hatha siratun mustaqeemun
19:36 (Zeg:) "En waarlijk, Allah is mijn Heer en jullie Heer, dus aanbidt Hem. Dit is het rechte Pad."

فَاخۡتَلَفَ الۡاَحۡزَابُ مِنۡۢ بَیۡنِہِمۡ ۚ فَوَیۡلٌ لِّلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا مِنۡ مَّشۡہَدِ یَوۡمٍ عَظِیۡمٍ ﴿۳۷﴾
019.037 Faikhtalafa al-ahzabu min baynihim fawaylun lillatheena kafaroo min mashhadi yawmin AAatheemin
19:37 Maar de groepen verschilden onderling van mening. Dus wee hen die niet geloven dat ze een heftige dag (dag des oordeel) zullen getuigen.

اَسۡمِعۡ بِہِمۡ وَ اَبۡصِرۡ ۙ یَوۡمَ یَاۡتُوۡنَنَا لٰکِنِ الظّٰلِمُوۡنَ الۡیَوۡمَ فِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ ﴿۳۸﴾
019.038 AsmiAA bihim waabsir yawma ya/toonana lakini alththalimoona alyawma fee dalalin mubeenin
19:38 (Zie o profeet,) Hoe ze zullen horen en hoe ze zullen kijken, op de dag dat ze naar Ons komen! Echter, de onrechtvaardigen verkeren vandaag de dag in dwaling. (Notitie de onrechtplegers verkeren vandaag de dag in dwaling en zullen op de dag des oordeels ook verdwaald zijn, zie 17:72.)

وَ اَنۡذِرۡہُمۡ یَوۡمَ الۡحَسۡرَۃِ اِذۡ قُضِیَ الۡاَمۡرُ ۘ وَ ہُمۡ فِیۡ غَفۡلَۃٍ وَّ ہُمۡ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿۳۹﴾
019.039 Waanthirhum yawma alhasrati ith qudiya al-amru wahum fee ghaflatin wahum la yu/minoona
19:39 En waarschuw hen voor de dag van de spijt, wanneer de zaken bepaald zullen worden. (Waarschuw hen,) Zij die onachtzaam zijn en niet geloven!

اِنَّا نَحۡنُ نَرِثُ الۡاَرۡضَ وَ مَنۡ عَلَیۡہَا وَ اِلَیۡنَا یُرۡجَعُوۡنَ ﴿٪۴۰﴾
019.040 Inna nahnu narithu al-arda waman AAalayha wa-ilayna yurjaAAoona
19:40 Voorzeker, Wij zullen de aarde en een ieder die zich erop bevindt, erven. En tot Ons zullen ze allen terugkeren.

وَ اذۡکُرۡ فِی الۡکِتٰبِ اِبۡرٰہِیۡمَ ۬ؕ اِنَّہٗ کَانَ صِدِّیۡقًا نَّبِیًّا ﴿۴۱﴾
019.041 Waothkur fee alkitabi ibraheema innahu kana siddeeqan nabiyyan
19:41 En vertel over Ibrahiem (Abraham) (wat vermeld staat) in het boek. Hij was een man van waarheid, een Profeet.

اِذۡ قَالَ لِاَبِیۡہِ یٰۤاَبَتِ لِمَ تَعۡبُدُ مَا لَا یَسۡمَعُ وَ لَا یُبۡصِرُ وَ لَا یُغۡنِیۡ عَنۡکَ شَیۡئًا ﴿۴۲﴾
019.042 Ith qala li-abeehi ya abati lima taAAbudu ma la yasmaAAu wala yubsiru wala yughnee AAanka shay-an
19:42 (Gedenk) toen hij tot zijn oom zei: "O mijn oom! Waarom aanbidt je iets dat niet hoort, noch ziet en geen enkel voordeel aan jou biedt? (Notitie: Wanneer er in het Arabisch een naam vermeld word bij het Arabische woord vader, wordt er oom bedoeld en niet de eigen vader. Zie de volgende verzen 12:3, 2:133, 6:74).

یٰۤاَبَتِ اِنِّیۡ قَدۡ جَآءَنِیۡ مِنَ الۡعِلۡمِ مَا لَمۡ یَاۡتِکَ فَاتَّبِعۡنِیۡۤ اَہۡدِکَ صِرَاطًا سَوِیًّا ﴿۴۳﴾
019.043 Ya abati innee qad jaanee mina alAAilmi ma lam ya/tika faittabiAAnee ahdika siratan sawiyyan
19:43 O mijn oom! Zonder enige twijfel, er is aan mij kennis gegeven die u niet heeft gekregen. Dus volg mij, dan leid ik u naar het rechte pad.

یٰۤاَبَتِ لَا تَعۡبُدِ الشَّیۡطٰنَ ؕ اِنَّ الشَّیۡطٰنَ کَانَ لِلرَّحۡمٰنِ عَصِیًّا ﴿۴۴﴾
019.044 Ya abati la taAAbudi alshshaytana inna alshshaytana kana lilrrahmani AAasiyyan
19:44 O mijn oom! Aanbid niet de satan! Voorzeker, de satan is opstandig tegen de Barmhartige.

یٰۤاَبَتِ اِنِّیۡۤ اَخَافُ اَنۡ یَّمَسَّکَ عَذَابٌ مِّنَ الرَّحۡمٰنِ فَتَکُوۡنَ لِلشَّیۡطٰنِ وَلِیًّا ﴿۴۵﴾
019.045 Ya abati innee akhafu an yamassaka AAathabun mina alrrahmani fatakoona lilshshyatani waliyyan
19:45 O mijn oom! Ik ben bang dat een bestraffing van de Barmhartige u zult treffen, en dat u een dienaar van de satan wordt."

قَالَ اَرَاغِبٌ اَنۡتَ عَنۡ اٰلِہَتِیۡ یٰۤـاِبۡرٰہِیۡمُ ۚ لَئِنۡ لَّمۡ تَنۡتَہِ لَاَرۡجُمَنَّکَ وَ اہۡجُرۡنِیۡ مَلِیًّا ﴿۴۶﴾
019.046 Qala araghibun anta AAan alihatee ya ibraheemu la-in lam tantahi laarjumannaka waohjurnee maliyyan
19:46 Hij zei: "Haat je mijn goden, O Ibrahiem?! Waarlijk, als je niet ophoudt, dan zal ik jou zeker stenigen. Dus ga van me weg, voor een lange tijd."

قَالَ سَلٰمٌ عَلَیۡکَ ۚ سَاَسۡتَغۡفِرُ لَکَ رَبِّیۡ ؕ اِنَّہٗ کَانَ بِیۡ حَفِیًّا ﴿۴۷﴾
019.047 Qala salamun AAalayka saastaghfiru laka rabbee innahu kana bee hafiyyan
19:47 Hij (Ibrahiem) zei: "Vrede zij met u, ik zal vergeving bij mijn Heer voor u vragen. Voorzeker, Hij is altijd mild voor me." (Notitie: zie ook 9:114)

وَ اَعۡتَزِلُکُمۡ وَ مَا تَدۡعُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ وَ اَدۡعُوۡا رَبِّیۡ ۫ۖ عَسٰۤی اَلَّاۤ اَکُوۡنَ بِدُعَآءِ رَبِّیۡ شَقِیًّا ﴿۴۸﴾
019.048 WaaAAtazilukum wama tadAAoona min dooni Allahi waadAAoo rabbee AAasa alla akoona biduAAa-i rabbee shaqiyyan
19:48 "Ik zal van jullie weggaan en van wat jullie naast Allah aanbidden. En ik zal bij mijn Heer smeken (voor standvastigheid in mijn geloof). Ik hoop dat ik niet ongezegend zal zijn in de aanbidding van mijn Heer."

فَلَمَّا اعۡتَزَلَہُمۡ وَ مَا یَعۡبُدُوۡنَ مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ ۙ وَہَبۡنَا لَہٗۤ اِسۡحٰقَ وَ یَعۡقُوۡبَ ؕ وَ کُلًّا جَعَلۡنَا نَبِیًّا ﴿۴۹﴾
019.049 Falamma iAAtazalahum wama yaAAbudoona min dooni Allahi wahabna lahu ishaqa wayaAAqooba wakullan jaAAalna nabiyyan
19:49 Toen hij dus weg van hen ging en van wat ze naast Allah aanbaden, schonken Wij hem Izaak en Jakob. Elk van hen maakten Wij een profeet.

وَ وَہَبۡنَا لَہُمۡ مِّنۡ رَّحۡمَتِنَا وَ جَعَلۡنَا لَہُمۡ لِسَانَ صِدۡقٍ عَلِیًّا ﴿٪۵۰﴾
019.050 Wawahabna lahum min rahmatina wajaAAalna lahum lisana sidqin AAaliyyan
19:50 En Wij schonken hen van Onze Barmhartigheid en Wij maakten hen geëerd, verheven.

وَ اذۡکُرۡ فِی الۡکِتٰبِ مُوۡسٰۤی ۫ اِنَّہٗ کَانَ مُخۡلَصًا وَّ کَانَ رَسُوۡلًا نَّبِیًّا ﴿۵۱﴾
019.051 Waothkur fee alkitabi moosa innahu kana mukhlasan wakana rasoolan nabiyyan
19:51 En vertel over Moesa (Mozes) (wat er vermeld staat) in het Boek. Voorzeker, hij was gekozen, en hij was een Boodschapper, een Profeet.

وَ نَادَیۡنٰہُ مِنۡ جَانِبِ الطُّوۡرِ الۡاَیۡمَنِ وَ قَرَّبۡنٰہُ نَجِیًّا ﴿۵۲﴾
019.052 Wanadaynahu min janibi alttoori al-aymani waqarrabnahu najiyyan
19:52 En Wij riepen hem van de rechterzijde van (de berg) Thoer en Wij brachten hem dichterbij om met hem te praten.

وَ وَہَبۡنَا لَہٗ مِنۡ رَّحۡمَتِنَاۤ اَخَاہُ ہٰرُوۡنَ نَبِیًّا ﴿۵۳﴾
019.053 Wawahabna lahu min rahmatina akhahu haroona nabiyyan
19:53 En van Onze Barmhartigheid schonken Wij hem zijn broer Haroen (Aaron), een Profeet.

وَ اذۡکُرۡ فِی الۡکِتٰبِ اِسۡمٰعِیۡلَ ۫ اِنَّہٗ کَانَ صَادِقَ الۡوَعۡدِ وَ کَانَ رَسُوۡلًا نَّبِیًّا ﴿ۚ۵۴﴾
019.054 Waothkur fee alkitabi ismaAAeela innahu kana sadiqa alwaAAdi wakana rasoolan nabiyyan
19:54 En vertel over Ismaël (wat er vermeld staat) in het boek. Voorzeker, hij was trouw aan zijn beloften en hij was een Boodschapper, een Profeet.

وَ کَانَ یَاۡمُرُ اَہۡلَہٗ بِالصَّلٰوۃِ وَ الزَّکٰوۃِ ۪ وَ کَانَ عِنۡدَ رَبِّہٖ مَرۡضِیًّا ﴿۵۵﴾
019.055 Wakana ya/muru ahlahu bialssalati waalzzakati wakana AAinda rabbihi mardiyyan
19:55 En hij beval zijn familie op (het onderhouden van) de salaat en (het betalen van) de zakaat. En hij was bij zijn Heer behaagd.

وَ اذۡکُرۡ فِی الۡکِتٰبِ اِدۡرِیۡسَ ۫ اِنَّہٗ کَانَ صِدِّیۡقًا نَّبِیًّا ﴿٭ۙ۵۶﴾
019.056 Waothkur fee alkitabi idreesa innahu kana siddeeqan nabiyyan
19:56 En vertel over Idris (wat er vermeld staat) in het boek. Voorzeker, hij was een oprechte (man en), een Profeet.

وَّ رَفَعۡنٰہُ مَکَانًا عَلِیًّا ﴿۵۷﴾
019.057 WarafaAAnahu makanan AAaliyyan
19:57 En Wij verhieven hem tot een hoge positie.

اُولٰٓئِکَ الَّذِیۡنَ اَنۡعَمَ اللّٰہُ عَلَیۡہِمۡ مِّنَ النَّبِیّٖنَ مِنۡ ذُرِّیَّۃِ اٰدَمَ ٭ وَ مِمَّنۡ حَمَلۡنَا مَعَ نُوۡحٍ ۫ وَّ مِنۡ ذُرِّیَّۃِ اِبۡرٰہِیۡمَ وَ اِسۡرَآءِیۡلَ ۫ وَ مِمَّنۡ ہَدَیۡنَا وَ اجۡتَبَیۡنَا ؕ اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتُ الرَّحۡمٰنِ خَرُّوۡا سُجَّدًا وَّ بُکِیًّا ﴿ٛ۵۸﴾
019.058 Ola-ika allatheena anAAama Allahu AAalayhim mina alnnabiyyeena min thurriyyati adama wamimman hamalna maAAa noohin wamin thurriyyati ibraheema wa-isra-eela wamimman hadayna waijtabayna itha tutla AAalayhim ayatu alrrahmani kharroo sujjadan wabukiyyan
19:58 Zij waren degenen die Allah begunstigd heeft, behorend tot de profeten. Het waren nakomelingen van Adam en van degenen die Wij met Noeh (Noach) (in de ark) droegen en van de nakomelingen van Ibrahiem en Israël (Jakob) en van degenen die Wij leidden en kozen. Wanneer de verzen van de meest Barmhartige voor hen werden voorgedragen, vielen ze in prostratie en huilden neer. (Notitie: Sidja tilawat)

فَخَلَفَ مِنۡۢ بَعۡدِہِمۡ خَلۡفٌ اَضَاعُوا الصَّلٰوۃَ وَ اتَّبَعُوا الشَّہَوٰتِ فَسَوۡفَ یَلۡقَوۡنَ غَیًّا ﴿ۙ۵۹﴾
019.059 Fakhalafa min baAAdihim khalfun adaAAoo alssalata waittabaAAoo alshshahawati fasawfa yalqawna ghayyan
19:59 Vervolgens is er na hen een nageslacht opgevolgd dat de salaat (de gebeden) verwaarloosden en de lusten navolgden. Dus spoedig zullen ze het kwaad tegemoet zien.

اِلَّا مَنۡ تَابَ وَ اٰمَنَ وَ عَمِلَ صَالِحًا فَاُولٰٓئِکَ یَدۡخُلُوۡنَ الۡجَنَّۃَ وَ لَا یُظۡلَمُوۡنَ شَیۡئًا ﴿ۙ۶۰﴾
019.060 Illa man taba waamana waAAamila salihan faola-ika yadkhuloona aljannata wala yuthlamoona shay-an
19:60 Behalve wie berouw toonde, geloofde en goede daden verrichtte. Zij zijn het die het Paradijs zullen betreden en er zal hen geen onrecht aangedaan worden.

جَنّٰتِ عَدۡنِۣ الَّتِیۡ وَعَدَ الرَّحۡمٰنُ عِبَادَہٗ بِالۡغَیۡبِ ؕ اِنَّہٗ کَانَ وَعۡدُہٗ مَاۡتِیًّا ﴿۶۱﴾
019.061 Jannati AAadnin allatee waAAada alrrahmanu AAibadahu bialghaybi innahu kana waAAduhu ma/tiyyan
19:61 (De) Tuinen van Adn (Eden, het Paradijs) zijn beloofd aan Zijn slaven vanuit het ongeziene door de Barmhartige. Voorzeker, (de vervulling van) Zijn belofte vindt zeker plaats.

لَا یَسۡمَعُوۡنَ فِیۡہَا لَغۡوًا اِلَّا سَلٰمًا ؕ وَ لَہُمۡ رِزۡقُہُمۡ فِیۡہَا بُکۡرَۃً وَّ عَشِیًّا ﴿۶۲﴾
019.062 La yasmaAAoona feeha laghwan illa salaman walahum rizquhum feeha bukratan waAAashiyyan
19:62 Ze zullen daarin geen onzinnige gesprekken horen, maar alleen vrede. Voor hen bevinden zich daar hun voorzieningen voor de dag en de nacht.

تِلۡکَ الۡجَنَّۃُ الَّتِیۡ نُوۡرِثُ مِنۡ عِبَادِنَا مَنۡ کَانَ تَقِیًّا ﴿۶۳﴾
019.063 Tilka aljannatu allatee noorithu min AAibadina man kana taqiyyan
19:63 Dit is het Paradijs die Wij geven als een erfenis aan Onze dienaren die godvrezend zijn.

وَ مَا نَتَنَزَّلُ اِلَّا بِاَمۡرِ رَبِّکَ ۚ لَہٗ مَا بَیۡنَ اَیۡدِیۡنَا وَ مَا خَلۡفَنَا وَ مَا بَیۡنَ ذٰلِکَ ۚ وَ مَا کَانَ رَبُّکَ نَسِیًّا ﴿ۚ۶۴﴾
019.064 Wama natanazzalu illa bi-amri rabbika lahu ma bayna aydeena wama khalfana wama bayna thalika wama kana rabbuka nasiyyan
19:64 En wij (engelen) dalen alleen op bevel van uw Heer neer. Tot Hem behoort alles wat voor ons is en wat achter ons is en wat ertussen is. En uw Heer is niet vergeetachtig.

رَبُّ السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ وَ مَا بَیۡنَہُمَا فَاعۡبُدۡہُ وَ اصۡطَبِرۡ لِعِبَادَتِہٖ ؕ ہَلۡ تَعۡلَمُ لَہٗ سَمِیًّا ﴿٪۶۵﴾
019.065 Rabbu alssamawati waal-ardi wama baynahuma faoAAbudhu waistabir liAAibadatihi hal taAAlamu lahu samiyyan
19:65 (Hij is de) Heer van de hemelen en de aarde, en alles wat er tussen beide bevindt. Dus aanbid Hem en wees standvastig in het aanbidden van Hem. Ken je een iemand of iets dat gelijkwaardig is aan Hem?"

وَ یَقُوۡلُ الۡاِنۡسَانُ ءَ اِذَا مَا مِتُّ لَسَوۡفَ اُخۡرَجُ حَیًّا ﴿۶۶﴾
019.066 Wayaqoolu al-insanu a-itha ma mittu lasawfa okhraju hayyan
19:66 En de mens zegt: "Wat!? Als ik sterf zal ik daarna zeker tot leven worden gewekt?!"

اَوَ لَا یَذۡکُرُ الۡاِنۡسَانُ اَنَّا خَلَقۡنٰہُ مِنۡ قَبۡلُ وَ لَمۡ یَکُ شَیۡئًا ﴿۶۷﴾
019.067 Awa la yathkuru al-insanu anna khalaqnahu min qablu walam yaku shay-an
19:67 Herinnert de mens zich (dan) niet dat Wij hem geschapen hebben, terwijl hij eerst niets was?

فَوَ رَبِّکَ لَنَحۡشُرَنَّہُمۡ وَ الشَّیٰطِیۡنَ ثُمَّ لَنُحۡضِرَنَّہُمۡ حَوۡلَ جَہَنَّمَ جِثِیًّا ﴿ۚ۶۸﴾
019.068 Fawarabbika lanahshurannahum waalshshayateena thumma lanuhdirannahum hawla jahannama jithiyyan
19:68 Dus bij jouw Heer, zonder enige twijfel, Wij zullen hen en de satans verzamelen. Vervolgens, zullen Wij hen met gebogen knieën rondom de hel brengen.

ثُمَّ لَنَنۡزِعَنَّ مِنۡ کُلِّ شِیۡعَۃٍ اَیُّہُمۡ اَشَدُّ عَلَی الرَّحۡمٰنِ عِتِیًّا ﴿ۚ۶۹﴾
019.069 Thumma lananziAAanna min kulli sheeAAatin ayyuhum ashaddu AAala alrrahmani AAitiyyan
19:69 Dan zullen Wij vanuit elke groep degenen die het ergst in opstand waren tegen de Barmhartige, eruit slepen.

ثُمَّ لَنَحۡنُ اَعۡلَمُ بِالَّذِیۡنَ ہُمۡ اَوۡلٰی بِہَا صِلِیًّا ﴿۷۰﴾
019.070 Thumma lanahnu aAAlamu biallatheena hum awla biha siliyyan
19:70 Nogmaals, zonder enige twijfel, Wij weten het beste wie van hen het meest waardig zijn om daarin verbrand te worden.

وَ اِنۡ مِّنۡکُمۡ اِلَّا وَارِدُہَا ۚ کَانَ عَلٰی رَبِّکَ حَتۡمًا مَّقۡضِیًّا ﴿ۚ۷۱﴾
019.071 Wa-in minkum illa wariduha kana AAala rabbika hatman maqdiyyan
19:71 En iedereen zal erover (de hel) oversteken. Dit is een onvermijdelijke besluit van jouw Heer.

ثُمَّ نُنَجِّی الَّذِیۡنَ اتَّقَوۡا وَّ نَذَرُ الظّٰلِمِیۡنَ فِیۡہَا جِثِیًّا ﴿۷۲﴾
019.072 Thumma nunajjee allatheena ittaqaw wanatharu alththalimeena feeha jithiyyan
19:72 Vervolgens, zullen Wij hen beschermen die (Allah) vreesden. En Wij zullen de onrechtplegers met gebogen knieën erin achterlaten.

وَ اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتُنَا بَیِّنٰتٍ قَالَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لِلَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا ۙ اَیُّ الۡفَرِیۡقَیۡنِ خَیۡرٌ مَّقَامًا وَّ اَحۡسَنُ نَدِیًّا ﴿۷۳﴾
019.073 Wa-itha tutla AAalayhim ayatuna bayyinatin qala allatheena kafaroo lillatheena amanoo ayyu alfareeqayni khayrun maqaman waahsanu nadiyyan
19:73 En wanneer Onze duidelijke verzen aan hen worden voorgedragen, dan zeggen de ongelovigen tegen gelovigen: "Welke van de twee groepen (d.w.z. gelovigen en ongelovigen) bevindt zich in een betere positie en is superieur als gemeenschap?" <-----

وَ کَمۡ اَہۡلَکۡنَا قَبۡلَہُمۡ مِّنۡ قَرۡنٍ ہُمۡ اَحۡسَنُ اَثَاثًا وَّ رِءۡیًا ﴿۷۴﴾
019.074 Wakam ahlakna qablahum min qarnin hum ahsanu athathan wari/yan
19:74 En hoeveel generaties hebben Wij niet vóór hen vernietigd, die beter waren op het gebied van bezit en uiterlijk?

قُلۡ مَنۡ کَانَ فِی الضَّلٰلَۃِ فَلۡیَمۡدُدۡ لَہُ الرَّحۡمٰنُ مَدًّا ۬ۚ حَتّٰۤی اِذَا رَاَوۡا مَا یُوۡعَدُوۡنَ اِمَّا الۡعَذَابَ وَ اِمَّا السَّاعَۃَ ؕ فَسَیَعۡلَمُوۡنَ مَنۡ ہُوَ شَرٌّ مَّکَانًا وَّ اَضۡعَفُ جُنۡدًا ﴿۷۵﴾
019.075 Qul man kana fee alddalalati falyamdud lahu alrrahmanu maddan hatta itha raaw ma yooAAadoona imma alAAathaba wa-imma alssaAAata fasayaAAlamoona man huwa sharrun makanan waadAAafu jundan
19:75 Zeg: "Als iemand in dwaling verkeert, dan zal de Barmhartige zijn (levens-)periode verlengen totdat ze datgeen zien wat beloofd is, hetzij de straf of hetzij het uur (dag des oordeel). Dan zullen ze weten wie zich in een slechtste positie bevindt en zwakker in kracht is."

وَ یَزِیۡدُ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اہۡتَدَوۡا ہُدًی ؕ وَ الۡبٰقِیٰتُ الصّٰلِحٰتُ خَیۡرٌ عِنۡدَ رَبِّکَ ثَوَابًا وَّ خَیۡرٌ مَّرَدًّا ﴿۷۶﴾
019.076 Wayazeedu Allahu allatheena ihtadaw hudan waalbaqiyatu alssalihatu khayrun AAinda rabbika thawaban wakhayrun maraddan
19:76 En Allah vermeerdert de leiding voor degenen die de leiding accepteren. De blijvende goede daden zijn beter voor (het verkregen van) beloning en voor de terugkeer naar jouw Heer. (Notitie: "baqiyat as salaat" is hier vertaald als goede daden, zie ook 18:46.)

اَفَرَءَیۡتَ الَّذِیۡ کَفَرَ بِاٰیٰتِنَا وَ قَالَ لَاُوۡتَیَنَّ مَالًا وَّ وَلَدًا ﴿ؕ۷۷﴾
019.077 Afaraayta allathee kafara bi-ayatina waqala laootayanna malan wawaladan
19:77 Heb jij degene gezien die niet in Onze Tekenen gelooft en zei: "Zeker, aan mij zullen zeker bezit en zonen worden gegeven."

اَطَّلَعَ الۡغَیۡبَ اَمِ اتَّخَذَ عِنۡدَ الرَّحۡمٰنِ عَہۡدًا ﴿ۙ۷۸﴾
019.078 AttalaAAa alghayba ami ittakhatha AAinda alrrahmani AAahdan
19:78 Heeft hij (dan) het ongeziene gezien of heeft hij een toezegging gekregen van de meest Barmhartige?

کَلَّا ؕ سَنَکۡتُبُ مَا یَقُوۡلُ وَ نَمُدُّ لَہٗ مِنَ الۡعَذَابِ مَدًّا ﴿ۙ۷۹﴾
019.079 Kalla sanaktubu ma yaqoolu wanamuddu lahu mina alAAathabi maddan
19:79 Nee! Wij zullen opschrijven wat hij zegt en Wij zullen de straf voor hem verzwaren.

وَّ نَرِثُہٗ مَا یَقُوۡلُ وَ یَاۡتِیۡنَا فَرۡدًا ﴿۸۰﴾
019.080 Wanarithuhu ma yaqoolu waya/teena fardan
19:80 Wij zullen (na zijn dood) al hetgeen erven waarover hij praat (opschept) en hij zal (dan) helemaal alleen tot Ons komen.

وَ اتَّخَذُوۡا مِنۡ دُوۡنِ اللّٰہِ اٰلِہَۃً لِّیَکُوۡنُوۡا لَہُمۡ عِزًّا ﴿ۙ۸۱﴾
019.081 Waittakhathoo min dooni Allahi alihatan liyakoonoo lahum AAizzan
19:81 En ze hebben goden naast Allah genomen, zodat er een eer voor hen (de afgoden) is.

کَلَّا ؕ سَیَکۡفُرُوۡنَ بِعِبَادَتِہِمۡ وَ یَکُوۡنُوۡنَ عَلَیۡہِمۡ ضِدًّا ﴿٪۸۲﴾
019.082 Kalla sayakfuroona biAAibadatihim wayakoonoona AAalayhim diddan
19:82 Nee! Ze zullen hun aanbidding verwerpen en ze zullen vijanden voor hen (de aanbidders) zijn.

اَلَمۡ تَرَ اَنَّـاۤ اَرۡسَلۡنَا الشَّیٰطِیۡنَ عَلَی الۡکٰفِرِیۡنَ تَؤُزُّہُمۡ اَزًّا ﴿ۙ۸۳﴾
019.083 Alam tara anna arsalna alshshayateena AAala alkafireena taozzuhum azzan
19:83 Zie je niet dat Wij de satans gestuurd hebben naar de ongelovigen om hen toe te laten nemen in het begaan van kwaad?

فَلَا تَعۡجَلۡ عَلَیۡہِمۡ ؕ اِنَّمَا نَعُدُّ لَہُمۡ عَدًّا ﴿ۚ۸۴﴾
019.084 Fala taAAjal AAalayhim innama naAAuddu lahum AAaddan
19:84 Dus wees niet haastig tegen hen. Wij alleen zijn het die het aantal (levensdagen) toekennen (,zodat ze in zonden kunnen toenemen). (Notitie: zie ook 3:178 over het toelaten nemen van zonden.)

یَوۡمَ نَحۡشُرُ الۡمُتَّقِیۡنَ اِلَی الرَّحۡمٰنِ وَفۡدًا ﴿ۙ۸۵﴾
019.085 Yawma nahshuru almuttaqeena ila alrrahmani wafdan
19:85 Op de dag (des oordeel) zullen Wij de Moetaqoens (godvrezenden, zie 2:2-5) verzamelen als een delegatie naar de meest Barmhartige.

وَّ نَسُوۡقُ الۡمُجۡرِمِیۡنَ اِلٰی جَہَنَّمَ وِرۡدًا ﴿ۘ۸۶﴾
019.086 Wanasooqu almujrimeena ila jahannama wirdan
19:86 En Wij zullen de misdadigers naar de hel opjagen, in een dorstige toestand (net als vee).

لَا یَمۡلِکُوۡنَ الشَّفَاعَۃَ اِلَّا مَنِ اتَّخَذَ عِنۡدَ الرَّحۡمٰنِ عَہۡدًا ﴿ۘ۸۷﴾
019.087 La yamlikoona alshshafaAAata illa mani ittakhatha AAinda alrrahmani AAahdan
19:87 Ze hebben geen recht tot voorspraak, behalve degene die een verbond had gesloten met de meest Barmhartige.

وَ قَالُوا اتَّخَذَ الرَّحۡمٰنُ وَلَدًا ﴿ؕ۸۸﴾
019.088 Waqaloo ittakhatha alrrahmanu waladan
19:88 En ze zeggen: "De Barmhartige heeft een zoon genomen."

لَقَدۡ جِئۡتُمۡ شَیۡئًا اِدًّا ﴿ۙ۸۹﴾
019.089 Laqad ji/tum shay-an iddan
19:89 Waarlijk, jullie hebben met iets afschuwelijk verklaard!

تَکَادُ السَّمٰوٰتُ یَتَفَطَّرۡنَ مِنۡہُ وَ تَنۡشَقُّ الۡاَرۡضُ وَ تَخِرُّ الۡجِبَالُ ہَدًّا ﴿ۙ۹۰﴾
019.090 Takadu alssamawatu yatafattarna minhu watanshaqqu al-ardu watakhirru aljibalu haddan
19:90 De hemelen staan daardoor op het punt om open te barsten en de aarde om open te splijten en de bergen in te storten tot puin!

اَنۡ دَعَوۡا لِلرَّحۡمٰنِ وَلَدًا ﴿ۚ۹۱﴾
019.091 An daAAaw lilrrahmani waladan
19:91 Omdat ze een zoon toeschrijven aan de meest Barmhartige.

وَ مَا یَنۡۢبَغِیۡ لِلرَّحۡمٰنِ اَنۡ یَّتَّخِذَ وَلَدًا ﴿ؕ۹۲﴾
019.092 Wama yanbaghee lilrrahmani an yattakhitha waladan
19:92 Het past (de Majesteit van) de meest Barmhartige niet dat Hij zichzelf een zoon aanneemt.

اِنۡ کُلُّ مَنۡ فِی السَّمٰوٰتِ وَ الۡاَرۡضِ اِلَّاۤ اٰتِی الرَّحۡمٰنِ عَبۡدًا ﴿ؕ۹۳﴾
019.093 In kullu man fee alssamawati waal-ardi illa atee alrrahmani AAabdan
19:93 Iedereen in de hemelen en op de aarde, zal als een slaaf tot de meest Barmhartige toekomen.

لَقَدۡ اَحۡصٰہُمۡ وَ عَدَّہُمۡ عَدًّا ﴿ؕ۹۴﴾
019.094 Laqad ahsahum waAAaddahum AAaddan
19:94 Waarlijk, Hij heeft allen op een rij gezet, en nauwkeurig geteld.

وَ کُلُّہُمۡ اٰتِیۡہِ یَوۡمَ الۡقِیٰمَۃِ فَرۡدًا ﴿۹۵﴾
019.095 Wakulluhum ateehi yawma alqiyamati fardan
19:95 Ieder van hen zal op de dag van de wederopstanding helemaal alleen tot Hem komen.

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ عَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ سَیَجۡعَلُ لَہُمُ الرَّحۡمٰنُ وُدًّا ﴿۹۶﴾
019.096 Inna allatheena amanoo waAAamiloo alssalihati sayajAAalu lahumu alrrahmanu wuddan
19:96 Voorzeker, degenen die geloofden en goede werken verrichtten, de Barmhartige zal hen liefde schenken.

فَاِنَّمَا یَسَّرۡنٰہُ بِلِسَانِکَ لِتُبَشِّرَ بِہِ الۡمُتَّقِیۡنَ وَ تُنۡذِرَ بِہٖ قَوۡمًا لُّدًّا ﴿۹۷﴾
019.097 Fa-innama yassarnahu bilisanika litubashshira bihi almuttaqeena watunthira bihi qawman luddan
19:97 Dus hebben Wij het (de Koran) alleen vergemakkelijkt in uw eigen taal, zodat je er goede tijdingen mee geeft aan de Moettaqoens en dat je er een vijandig volk mee waarschuwt.

وَ کَمۡ اَہۡلَکۡنَا قَبۡلَہُمۡ مِّنۡ قَرۡنٍ ؕ ہَلۡ تُحِسُّ مِنۡہُمۡ مِّنۡ اَحَدٍ اَوۡ تَسۡمَعُ لَہُمۡ رِکۡزًا ﴿٪۹۸﴾
019.098 Wakam ahlakna qablahum min qarnin hal tuhissu minhum min ahadin aw tasmaAAu lahum rikzan
19:98 En hoeveel generaties vóór hen hebben Wij niet vernietigd? Kun je één van hen waarnemen of kun je van hen een geluid horen? <-----


www.heiligekoran.nl