8 Al-An'faal (De Buit)
بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ
In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige
یَسۡـَٔلُوۡنَکَ عَنِ الۡاَنۡفَالِ ؕ قُلِ الۡاَنۡفَالُ لِلّٰہِ وَ الرَّسُوۡلِ ۚ فَاتَّقُوا اللّٰہَ وَ اَصۡلِحُوۡا ذَاتَ بَیۡنِکُمۡ ۪ وَ اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗۤ اِنۡ کُنۡتُمۡ مُّؤۡمِنِیۡنَ ﴿۱﴾
008.001 Yas-aloonaka AAani al-anfali quli al-anfalu lillahi waalrrasooli faittaqoo Allaha waaslihoo thata baynikum waateeAAoo Allaha warasoolahu in kuntum mu/mineena
8:1 Ze vragen jou over de oorlogsbuit (Anfaal). Zeg:" De (bepaling van de) oorlogsbuit is voor Allah en Zijn boodschapper. Dus vrees Allah en los de onenigheid tussen jullie op. En indien jullie geloven wees dan Allah en Zijn boodschapper gehoorzaam." (Notitie: Bij de voorgaande profeten werd de oorlogsbuit opgeofferd door middel van verbranding, zie 5:27 en 3:183. Bij profeet Mohammed werd de oorlogsbuit niet opgeofferd, maar verdeeld volgens een bepaling, zie 8:68 en 8:41. Verder, Ayah 24:63 geeft aan dat er geen onenigheid tussen de profeet en de gelovigen was, maar dat de onenigheid alleen tussen de gelovigen was.)

اِنَّمَا الۡمُؤۡمِنُوۡنَ الَّذِیۡنَ اِذَا ذُکِرَ اللّٰہُ وَجِلَتۡ قُلُوۡبُہُمۡ وَ اِذَا تُلِیَتۡ عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتُہٗ زَادَتۡہُمۡ اِیۡمَانًا وَّ عَلٰی رَبِّہِمۡ یَتَوَکَّلُوۡنَ ۚ﴿ۖ۲﴾
008.002 Innama almu/minoona allatheena itha thukira Allahu wajilat quloobuhum wa-itha tuliyat AAalayhim ayatuhu zadat-hum eemanan waAAala rabbihim yatawakkaloona
8:2 De gelovigen zijn degenen die in hun harten vrees voelen wanneer Allah genoemd wordt. En wanneer Zijn verzen/tekenen voor hun opgelezen worden, dan nemen ze toe in het geloof. En ze stellen hun vertrouwen volledig in Allah.

الَّذِیۡنَ یُقِیۡمُوۡنَ الصَّلٰوۃَ وَ مِمَّا رَزَقۡنٰہُمۡ یُنۡفِقُوۡنَ ؕ﴿۳﴾
008.003 Allatheena yuqeemoona alssalata wamimma razaqnahum yunfiqoona
8:3 Dat zijn degenen die hun salaat onderhouden en uitgeven waarmee Wij hen hebben voorzien.

اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ حَقًّا ؕ لَہُمۡ دَرَجٰتٌ عِنۡدَ رَبِّہِمۡ وَ مَغۡفِرَۃٌ وَّ رِزۡقٌ کَرِیۡمٌ ۚ﴿۴﴾
008.004 Ola-ika humu almu/minoona haqqan lahum darajatun AAinda rabbihim wamaghfiratun warizqun kareemun
8:4 Zij! Dat zijn de ware gelovigen. Ze hebben hoge rangen bij hun Heer en vergiffenis en een eervolle voorziening.

کَمَاۤ اَخۡرَجَکَ رَبُّکَ مِنۡۢ بَیۡتِکَ بِالۡحَقِّ ۪ وَ اِنَّ فَرِیۡقًا مِّنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ لَکٰرِہُوۡنَ ۙ﴿۵﴾
008.005 Kama akhrajaka rabbuka min baytika bialhaqqi wa-inna fareeqan mina almu/mineena lakarihoona
8:5 (Gedenk) toen Jouw Heer jou van jouw huis bracht (om te vechten) voor het vestigen van de waarheid, terwijl een groep onder de gelovigen er een afkeer van hadden.

یُجَادِلُوۡنَکَ فِی الۡحَقِّ بَعۡدَ مَا تَبَیَّنَ کَاَنَّمَا یُسَاقُوۡنَ اِلَی الۡمَوۡتِ وَ ہُمۡ یَنۡظُرُوۡنَ ؕ﴿۶﴾
008.006 Yujadiloonaka fee alhaqqi baAAda ma tabayyana kaannama yusaqoona ila almawti wahum yanthuroona
8:6 Ze praten met jou met betrekking tot het gevecht, nadat alles duidelijk was gemaakt. Het was net alsof ze tot de dood gedreven werden terwijl ze toekeken.

وَ اِذۡ یَعِدُکُمُ اللّٰہُ اِحۡدَی الطَّآئِفَتَیۡنِ اَنَّہَا لَکُمۡ وَ تَوَدُّوۡنَ اَنَّ غَیۡرَ ذَاتِ الشَّوۡکَۃِ تَکُوۡنُ لَکُمۡ وَ یُرِیۡدُ اللّٰہُ اَنۡ یُّحِقَّ الۡحَقَّ بِکَلِمٰتِہٖ وَ یَقۡطَعَ دَابِرَ الۡکٰفِرِیۡنَ ۙ﴿۷﴾
008.007 Wa-ith yaAAidukumu Allahu ihda altta-ifatayni annaha lakum watawaddoona anna ghayra thati alshshawkati takoonu lakum wayureedu Allahu an yuhiqqa alhaqqa bikalimatihi wayaqtaAAa dabira alkafireena
8:7 En toen Allah (het gevecht van) één van de twee groepen aan jullie beloofde, wensten jullie dat het de andere groep (de Karavan) zou zijn die niet bewapend waren. Echter, Allah wilt de waarheid vestigen door Zijn woorden en de wortels van de ongelovigen afsnijden.

لِیُحِقَّ الۡحَقَّ وَ یُبۡطِلَ الۡبَاطِلَ وَ لَوۡ کَرِہَ الۡمُجۡرِمُوۡنَ ۚ﴿۸﴾
008.008 Liyuhiqqa alhaqqa wayubtila albatila walaw kariha almujrimoona
8:8 Zodat Hij de waarheid vestigt (Islam) en de valsheid (de idolen, etc) verwijdert, zelfs als de misdadigers (de idolen aanbidders, leiders, etc) er een afkeer van (de Islam) hebben.

اِذۡ تَسۡتَغِیۡثُوۡنَ رَبَّکُمۡ فَاسۡتَجَابَ لَکُمۡ اَنِّیۡ مُمِدُّکُمۡ بِاَلۡفٍ مِّنَ الۡمَلٰٓئِکَۃِ مُرۡدِفِیۡنَ ﴿۹﴾
008.009 Ith tastagheethoona rabbakum faistajaba lakum annee mumiddukum bi-alfin mina almala-ikati murdifeena
8:9 (Gedenk) Toen jij (Mohammed) hulp zocht bij jouw Heer en Hij jou antwoordde: "Voorzeker, Ik ga jou versterken met duizenden engelen, (die achter elkaar komen,) de één na de andere."

وَ مَا جَعَلَہُ اللّٰہُ اِلَّا بُشۡرٰی وَ لِتَطۡمَئِنَّ بِہٖ قُلُوۡبُکُمۡ ۚ وَ مَا النَّصۡرُ اِلَّا مِنۡ عِنۡدِ اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿٪۱۰﴾
008.010 Wama jaAAalahu Allahu illa bushra walitatma-inna bihi quloobukum wama alnnasru illa min AAindi Allahi inna Allaha AAazeezun hakeemun
8:10 Het was alleen door Allah gedaan om het goede nieuws (de overwinning) te brengen en dat jullie harten in rust zouden zijn. En (weet dat) er geen overwinning is behalve met het verlof van Allah, Al-Aziez (de Almachtige), Hakiem (de Al-Wijze).

اِذۡ یُغَشِّیۡکُمُ النُّعَاسَ اَمَنَۃً مِّنۡہُ وَ یُنَزِّلُ عَلَیۡکُمۡ مِّنَ السَّمَآءِ مَآءً لِّیُطَہِّرَکُمۡ بِہٖ وَ یُذۡہِبَ عَنۡکُمۡ رِجۡزَ الشَّیۡطٰنِ وَ لِیَرۡبِطَ عَلٰی قُلُوۡبِکُمۡ وَ یُثَبِّتَ بِہِ الۡاَقۡدَامَ ﴿ؕ۱۱﴾
008.011 Ith yughashsheekumu alnnuAAasa amanatan minhu wayunazzilu AAalaykum mina alssama-i maan liyutahhirakum bihi wayuthhiba AAankum rijza alshshaytani waliyarbita AAala quloobikum wayuthabbita bihi al-aqdama
8:11 (Gedenk) Toen Hij jullie bedekte met sluimer, (zodat jullie een gevoel kregen van veiligheid en) bescherming van Hem. En dat Hij regen op jullie zond, zodat Hij jullie ermee zuiverde, en de kwade ingeving van de satan op jullie ermee verwijderde, en zodat jullie harten sterker werden, en zodat jullie stevig op jullie voeten stonden. (Notitie: Hier wordt gerefereerd naar de Slag van Badr.)

اِذۡ یُوۡحِیۡ رَبُّکَ اِلَی الۡمَلٰٓئِکَۃِ اَنِّیۡ مَعَکُمۡ فَثَبِّتُوا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ؕ سَاُلۡقِیۡ فِیۡ قُلُوۡبِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوا الرُّعۡبَ فَاضۡرِبُوۡا فَوۡقَ الۡاَعۡنَاقِ وَ اضۡرِبُوۡا مِنۡہُمۡ کُلَّ بَنَانٍ ﴿ؕ۱۲﴾
008.012 Ith yoohee rabbuka ila almala-ikati annee maAAakum fathabbitoo allatheena amanoo saolqee fee quloobi allatheena kafaroo alrruAAba faidriboo fawqa al-aAAnaqi waidriboo minhum kulla bananin
8:12 (Gedenk) Toen jou Heer de engelen inspireerde: "Ik ben met jullie, dus versterk de gelovigen. Ik zal in de harten van de ongelovigen, angst werpen. Dus sla op hun nekken en op al hun vingers.

ذٰلِکَ بِاَنَّہُمۡ شَآقُّوا اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ ۚ وَ مَنۡ یُّشَاقِقِ اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ فَاِنَّ اللّٰہَ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿۱۳﴾
008.013 Thalika bi-annahum shaqqoo Allaha warasoolahu waman yushaqiqi Allaha warasoolahu fa-inna Allaha shadeedu alAAiqabi
8:13 Dat is omdat ze vijandig opstelden tegen Allah en Zijn boodschapper. En wie zich vijandig opstelt tegen Allah en Zijn boodschapper, dan voorzeker, Allah is genadeloos in het straffen.

ذٰلِکُمۡ فَذُوۡقُوۡہُ وَ اَنَّ لِلۡکٰفِرِیۡنَ عَذَابَ النَّارِ ﴿۱۴﴾
008.014 Thalikum fathooqoohu waanna lilkafireena AAathaba alnnari
8:14 Dat (is voor jullie, ongelovigen)! "Dus proef het!" En voor de ongelovigen is de straf van het vuur.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا لَقِیۡتُمُ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا زَحۡفًا فَلَا تُوَلُّوۡہُمُ الۡاَدۡبَارَ ﴿ۚ۱۵﴾
008.015 Ya ayyuha allatheena amanoo itha laqeetumu allatheena kafaroo zahfan fala tuwalloohumu al-adbara
8:15 O gelovigen! Wanneer jullie de ongelovigen ontmoeten (op het strijdveld), keer dan niet jullie ruggen van hen (vlucht dus niet).

وَ مَنۡ یُّوَلِّہِمۡ یَوۡمَئِذٍ دُبُرَہٗۤ اِلَّا مُتَحَرِّفًا لِّقِتَالٍ اَوۡ مُتَحَیِّزًا اِلٰی فِئَۃٍ فَقَدۡ بَآءَ بِغَضَبٍ مِّنَ اللّٰہِ وَ مَاۡوٰىہُ جَہَنَّمُ ؕ وَ بِئۡسَ الۡمَصِیۡرُ ﴿۱۶﴾
008.016 Waman yuwallihim yawma-ithin duburahu illa mutaharrifan liqitalin aw mutahayyizan ila fi-atin faqad baa bighadabin mina Allahi wama/wahu jahannamu wabi/sa almaseeru
8:16 En wie op die dag omkeert, behalve bedoeld als een gevechtsstrategie of een om zich aan te sluiten tot een groep, voorzeker Hij heeft de toorn van Allah op zichzelf geroepen. En zijn verblijf plaats is de hel, een ellendig eindbestemming.

فَلَمۡ تَقۡتُلُوۡہُمۡ وَلٰکِنَّ اللّٰہَ قَتَلَہُمۡ ۪ وَ مَا رَمَیۡتَ اِذۡ رَمَیۡتَ وَ لٰکِنَّ اللّٰہَ رَمٰی ۚ وَ لِیُبۡلِیَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ مِنۡہُ بَلَآءً حَسَنًا ؕ اِنَّ اللّٰہَ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿۱۷﴾
008.017 Falam taqtuloohum walakinna Allaha qatalahum wama ramayta ith ramayta walakinna Allaha rama waliyubliya almu/mineena minhu balaan hasanan inna Allaha sameeAAun AAaleemun
8:17 En jullie doodden hen niet, het is Allah die hun doodde. En jullie gooiden niet, wanneer jullie gooiden, maar het was Allah Die gooide. En zodat Hij de gelovigen beproeft met een intense beproeving. Voorzeker, Allah is Samie'a (Al-horend), Aliem (Al-wetend). (Notitie: het effect van hun worp, kwam niet door hen zelf, maar door Allah.)

ذٰلِکُمۡ وَ اَنَّ اللّٰہَ مُوۡہِنُ کَیۡدِ الۡکٰفِرِیۡنَ ﴿۱۸﴾
008.018 Thalikum waanna Allaha moohinu kaydi alkafireena
8:18 Dat is hoe het zat. En dat is hoe Allah het plan van de ongelovigen zwak maakt. (Notitie: Allah geeft in de bovenstaande verzen de uitleg dat de oorlogsbuit aan Allah en Zijn boodschapper behoort. Omdat het Allah was die de ongelovigen heeft gedood, en de gelovigen heeft geholpen. Hun rol daarin was slechts om aanwezig te zijn en naar eigen capaciteit te handelen, zodat Allah de waarheid, geloof boven ongeloof, manifesteert als een vervulling van Allah's plan en wil.)

اِنۡ تَسۡتَفۡتِحُوۡا فَقَدۡ جَآءَکُمُ الۡفَتۡحُ ۚ وَ اِنۡ تَنۡتَہُوۡا فَہُوَ خَیۡرٌ لَّکُمۡ ۚ وَ اِنۡ تَعُوۡدُوۡا نَعُدۡ ۚ وَ لَنۡ تُغۡنِیَ عَنۡکُمۡ فِئَتُکُمۡ شَیۡئًا وَّ لَوۡ کَثُرَتۡ ۙ وَ اَنَّ اللّٰہَ مَعَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿٪۱۹﴾
008.019 In tastaftihoo faqad jaakumu alfathu wa-in tantahoo fahuwa khayrun lakum wa-in taAAoodoo naAAud walan tughniya AAankum fi-atukum shay-an walaw kathurat waanna Allaha maAAa almu/mineena
8:19 (Zeg tegen de godenaanbidders:) "Als jullie vragen om een oordeel (van Allah), weet dan dat het oordeel zeker tot jullie is gekomen (bij de slag van Badr). Als jullie (nu) ophouden (met het gevecht), dan is het beter voor jullie. Echter als jullie terugkeren naar de strijd, dan zullen Wij ook terugkeren. En nooit zal jullie aantal iets baten, zelfs als jullie met heel veel zijn. En Allah is met de gelovigen." (Notitie: Er werd een oordeel gevraagd aan Allah door de godenaanbidders, om de partij te vernietigen die de valse geloof beleid. De godenaanbidders, die naast Allah de beelden als bemiddelaars namen, dachten dat ze de juiste godsdienst (de godsdienst van Abraham) belijden (39:3). Echter bij de slag van Badr hadden de gelovigen de strijd gewonnen.)

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ وَ لَا تَوَلَّوۡا عَنۡہُ وَ اَنۡتُمۡ تَسۡمَعُوۡنَ ﴿ۚۖ۲۰﴾
008.020 Ya ayyuha allatheena amanoo ateeAAoo Allaha warasoolahu wala tawallaw AAanhu waantum tasmaAAoona
8:20 O Gelovigen! Gehoorzaam Allah en Zijn boodschapper. En keer je niet van hem af terwijl hij tegen je praat.

وَ لَا تَکُوۡنُوۡا کَالَّذِیۡنَ قَالُوۡا سَمِعۡنَا وَ ہُمۡ لَا یَسۡمَعُوۡنَ ﴿۲۱﴾
008.021 Wala takoonoo kaallatheena qaloo samiAAna wahum la yasmaAAoona
8:21 En wees niet als degenen die zeggen: "We hebben gehoord!", terwijl ze niet luisteren.

اِنَّ شَرَّ الدَّوَآبِّ عِنۡدَ اللّٰہِ الصُّمُّ الۡبُکۡمُ الَّذِیۡنَ لَا یَعۡقِلُوۡنَ ﴿۲۲﴾
008.022 Inna sharra alddawabbi AAinda Allahi alssummu albukmu allatheena la yaAAqiloona
8:22 Voorzeker, de slechtste wezens bij Allah zijn de doven, de stommen, en degenen die hun verstand niet gebruiken.

وَ لَوۡ عَلِمَ اللّٰہُ فِیۡہِمۡ خَیۡرًا لَّاَسۡمَعَہُمۡ ؕ وَ لَوۡ اَسۡمَعَہُمۡ لَتَوَلَّوۡا وَّ ہُمۡ مُّعۡرِضُوۡنَ ﴿۲۳﴾
008.023 Walaw AAalima Allahu feehim khayran laasmaAAahum walaw asmaAAahum latawallaw wahum muAAridoona
8:23 En als Allah iets goeds in hen had gevonden, dan had Hij ze doen laten luisteren. Echter, wanneer Hij ze (nu) doet luisteren, dan zouden ze toch met afkeer weg gelopen zijn.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوا اسۡتَجِیۡبُوۡا لِلّٰہِ وَ لِلرَّسُوۡلِ اِذَا دَعَاکُمۡ لِمَا یُحۡیِیۡکُمۡ ۚ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ یَحُوۡلُ بَیۡنَ الۡمَرۡءِ وَ قَلۡبِہٖ وَ اَنَّہٗۤ اِلَیۡہِ تُحۡشَرُوۡنَ ﴿۲۴﴾
008.024 Ya ayyuha allatheena amanoo istajeeboo lillahi walilrrasooli itha daAAakum lima yuhyeekum waiAAlamoo anna Allaha yahoolu bayna almar-i waqalbihi waannahu ilayhi tuhsharoona
8:24 O Gelovigen! Geef gehoor aan Allah en zijn boodschapper, wanneer Hij jullie roept naar datgeen wat leven geeft. En weet dat Allah tussen de man en zijn hart komt. En tot Hem zullen jullie verzameld worden.

وَ اتَّقُوۡا فِتۡنَۃً لَّا تُصِیۡبَنَّ الَّذِیۡنَ ظَلَمُوۡا مِنۡکُمۡ خَآصَّۃً ۚ وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿۲۵﴾
008.025 Waittaqoo fitnatan la tuseebanna allatheena thalamoo minkum khassatan waiAAlamoo anna Allaha shadeedu alAAiqabi
8:25 En vrees een beproeving (die zal komen) die niet alleen maar de onrechtplegers onder jullie zal treffen. En weet dat Allah hard is in het straffen.

وَ اذۡکُرُوۡۤا اِذۡ اَنۡتُمۡ قَلِیۡلٌ مُّسۡتَضۡعَفُوۡنَ فِی الۡاَرۡضِ تَخَافُوۡنَ اَنۡ یَّتَخَطَّفَکُمُ النَّاسُ فَاٰوٰىکُمۡ وَ اَیَّدَکُمۡ بِنَصۡرِہٖ وَ رَزَقَکُمۡ مِّنَ الطَّیِّبٰتِ لَعَلَّکُمۡ تَشۡکُرُوۡنَ ﴿۲۶﴾
008.026 Waothkuroo ith antum qaleelun mustadAAafoona fee al-ardi takhafoona an yatakhattafakumu alnnasu faawakum waayyadakum binasrihi warazaqakum mina alttayyibati laAAallakum tashkuroona
8:26 En gedenk toen jullie met z'n weinigen waren en als zwak/weinig/onderdrukt werden beschouwd op aarde. En jullie vreesden dat men jullie zouden doden. Vervolgens, beschermde Hij jullie en versterkte jullie met Zijn hulp. En Hij verschafte jullie de goede voorzieningen, zodat jullie dankbaar konden zijn.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا لَا تَخُوۡنُوا اللّٰہَ وَ الرَّسُوۡلَ وَ تَخُوۡنُوۡۤا اَمٰنٰتِکُمۡ وَ اَنۡتُمۡ تَعۡلَمُوۡنَ ﴿۲۷﴾
008.027 Ya ayyuha allatheena amanoo la takhoonoo Allaha waalrrasoola watakhoonoo amanatikum waantum taAAlamoona
8:27 O Gelovigen! Verraad Allah en de boodschapper niet en ook niet de Amaanah (de wetten die Allah aan u heeft bevolen), terwijl jullie het weten. (Notitie: zie ook 33:72 en 4:85)

وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّمَاۤ اَمۡوَالُکُمۡ وَ اَوۡلَادُکُمۡ فِتۡنَۃٌ ۙ وَّ اَنَّ اللّٰہَ عِنۡدَہٗۤ اَجۡرٌ عَظِیۡمٌ ﴿٪۲۸﴾
008.028 WaiAAlamoo annama amwalukum waawladukum fitnatun waanna Allaha AAindahu ajrun AAatheemun
8:28 En weet dat jullie rijkdom en kinderen slechts een beproeving zijn en dat er bij Allah een grote beloning is.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِنۡ تَتَّقُوا اللّٰہَ یَجۡعَلۡ لَّکُمۡ فُرۡقَانًا وَّ یُکَفِّرۡ عَنۡکُمۡ سَیِّاٰتِکُمۡ وَ یَغۡفِرۡ لَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ ذُو الۡفَضۡلِ الۡعَظِیۡمِ ﴿۲۹﴾
008.029 Ya ayyuha allatheena amanoo in tattaqoo Allaha yajAAal lakum furqanan wayukaffir AAankum sayyi-atikum wayaghfir lakum waAllahu thoo alfadli alAAatheemi
8:29 O Gelovigen! ALs jullie Allah vrezen, zal Hij jullie de Foerqan (de inzicht\criteria voor onderscheid tussen goed en kwaad) geven en jullie slechte daden verwijderen en vergeven. En Allah is de bezitter van de geweldige beloning.

وَ اِذۡ یَمۡکُرُ بِکَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا لِیُثۡبِتُوۡکَ اَوۡ یَقۡتُلُوۡکَ اَوۡ یُخۡرِجُوۡکَ ؕ وَ یَمۡکُرُوۡنَ وَ یَمۡکُرُ اللّٰہُ ؕ وَ اللّٰہُ خَیۡرُ الۡمٰکِرِیۡنَ ﴿۳۰﴾
008.030 Wa-ith yamkuru bika allatheena kafaroo liyuthbitooka aw yaqtulooka aw yukhrijooka wayamkuroona wayamkuru Allahu waAllahu khayru almakireena
8:30 En (gedenk) toen de ongelovigen een complot tegen jou maakten om jou vast te binden, om jou te doden of te verdrijven. En ze maakten plannen en Allah maakte ook plannen. En Allah is de beste in het maken van plannen.

وَ اِذَا تُتۡلٰی عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتُنَا قَالُوۡا قَدۡ سَمِعۡنَا لَوۡ نَشَآءُ لَقُلۡنَا مِثۡلَ ہٰذَاۤ ۙ اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّاۤ اَسَاطِیۡرُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۳۱﴾
008.031 Wa-itha tutla AAalayhim ayatuna qaloo qad samiAAna law nashao laqulna mithla hatha in hatha illa asateeru al-awwaleena
8:31 En wanneer Onze verzen voor hen worden opgelezen, zeggen ze: "Waarlijk, we hebben dit eerder gehoord. Als we het willen dan kunnen we zeker iets soortgelijks opzeggen. Dit is niets dan de fabels van oude generaties."

وَ اِذۡ قَالُوا اللّٰہُمَّ اِنۡ کَانَ ہٰذَا ہُوَ الۡحَقَّ مِنۡ عِنۡدِکَ فَاَمۡطِرۡ عَلَیۡنَا حِجَارَۃً مِّنَ السَّمَآءِ اَوِ ائۡتِنَا بِعَذَابٍ اَلِیۡمٍ ﴿۳۲﴾
008.032 Wa-ith qaloo allahumma in kana hatha huwa alhaqqa min AAindika faamtir AAalayna hijaratan mina alssama-i awi i/tina biAAathabin aleemin
8:32 En (gedenk) toen ze zeiden: "O Allah! Als dit (de Koran) de Waarheid van U is, doe dan regen of stenen uit de hemel op ons vallen. Of geef ons een pijnlijke straf."

وَ مَا کَانَ اللّٰہُ لِیُعَذِّبَہُمۡ وَ اَنۡتَ فِیۡہِمۡ ؕ وَ مَا کَانَ اللّٰہُ مُعَذِّبَہُمۡ وَ ہُمۡ یَسۡتَغۡفِرُوۡنَ ﴿۳۳﴾
008.033 Wama kana Allahu liyuAAaththibahum waanta feehim wama kana Allahu muAAaththibahum wahum yastaghfiroona
8:33 Echter het is niet voor Allah bestemd om hen te straffen terwijl jij (Mohammed) je onder hen bevindt. En Allah straf hen niet terwijl ze om vergiffenis vragen. (Notitie: Allah heeft zichzelf de barmhartigheid toegeschreven 6:12. Mohammed is als barmhartigheid voor de mensen 21:07. Allah zal een volk niet straffen terwijl er mensen zijn die om vergiffenis vragen, 71:10)

وَ مَا لَہُمۡ اَلَّا یُعَذِّبَہُمُ اللّٰہُ وَ ہُمۡ یَصُدُّوۡنَ عَنِ الۡمَسۡجِدِ الۡحَرَامِ وَ مَا کَانُوۡۤا اَوۡلِیَآءَہٗ ؕ اِنۡ اَوۡلِیَآؤُہٗۤ اِلَّا الۡمُتَّقُوۡنَ وَ لٰکِنَّ اَکۡثَرَہُمۡ لَا یَعۡلَمُوۡنَ ﴿۳۴﴾
008.034 Wama lahum alla yuAAaththibahumu Allahu wahum yasuddoona AAani almasjidi alharami wama kanoo awliyaahu in awliyaohu illa almuttaqoona walakinna aktharahum la yaAAlamoona
8:34 Echter, wat is hun reden dat Allah hun niet moet straffen voor het verhinderen van de toegang tot de moskee Al-Haraam, terwijl ze geen toezichthouder zijn? Niemand kan toezichthouder zijn behalve de Moettaqoens (degenen die Allah vrezen 2:2-5). Echter de meeste van hen weten het niet.

وَ مَا کَانَ صَلَاتُہُمۡ عِنۡدَ الۡبَیۡتِ اِلَّا مُکَآءً وَّ تَصۡدِیَۃً ؕ فَذُوۡقُوا الۡعَذَابَ بِمَا کُنۡتُمۡ تَکۡفُرُوۡنَ ﴿۳۵﴾
008.035 Wama kana salatuhum AAinda albayti illa mukaan watasdiyatan fathooqoo alAAathaba bima kuntum takfuroona
8:35 En hun gebed bij de Kabaa was niets anders dan gefluit en geklap. Dus proef de bestraffing omdat jullie niet geloofde.

اِنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا یُنۡفِقُوۡنَ اَمۡوَالَہُمۡ لِیَصُدُّوۡا عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ فَسَیُنۡفِقُوۡنَہَا ثُمَّ تَکُوۡنُ عَلَیۡہِمۡ حَسۡرَۃً ثُمَّ یُغۡلَبُوۡنَ ۬ؕ وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِلٰی جَہَنَّمَ یُحۡشَرُوۡنَ ﴿ۙ۳۶﴾
008.036 Inna allatheena kafaroo yunfiqoona amwalahum liyasuddoo AAan sabeeli Allahi fasayunfiqoonaha thumma takoonu AAalayhim hasratan thumma yughlaboona waallatheena kafaroo ila jahannama yuhsharoona
8:36 Voorzeker, de ongelovigen spenderen hun rijkdommen om mensen te verhinderen van Allah's weg. Ze geven het dus uit, maar ze zullen er spijt van hebben. Uiteindelijk zullen ze verslagen worden. En de ongelovigen zullen naar de hel verzameld worden.

لِیَمِیۡزَ اللّٰہُ الۡخَبِیۡثَ مِنَ الطَّیِّبِ وَ یَجۡعَلَ الۡخَبِیۡثَ بَعۡضَہٗ عَلٰی بَعۡضٍ فَیَرۡکُمَہٗ جَمِیۡعًا فَیَجۡعَلَہٗ فِیۡ جَہَنَّمَ ؕ اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡخٰسِرُوۡنَ ﴿٪۳۷﴾
008.037 Liyameeza Allahu alkhabeetha mina alttayyibi wayajAAala alkhabeetha baAAdahu AAala baAAdin fayarkumahu jameeAAan fayajAAalahu fee jahannama ola-ika humu alkhasiroona
8:37 Zodat Allah de slechten van de goeden onderscheidt. En sommige van de slechten op elkaar stapelt, en vervolgens hen alle verzameld en in de hel plaatst. Zij zijn de verliezers.

قُلۡ لِّلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡۤا اِنۡ یَّنۡتَہُوۡا یُغۡفَرۡ لَہُمۡ مَّا قَدۡ سَلَفَ ۚ وَ اِنۡ یَّعُوۡدُوۡا فَقَدۡ مَضَتۡ سُنَّتُ الۡاَوَّلِیۡنَ ﴿۳۸﴾
008.038 Qul lillatheena kafaroo in yantahoo yughfar lahum ma qad salafa wa-in yaAAoodoo faqad madat sunnatu al-awwaleena
8:38 Zeg tegen de ongelovigen: "Als jullie (nu) stoppen dan zullen jullie vergeven worden voor datgeen wat eerder is gebeurt." Maar als ze vervolgens terugkeren, dan gebeurt er hetzelfde met hen, zoals de voorgaande generaties. (Notitie: de handelwijze van Allah is altijd van kracht, zie 33:62.)

وَ قَاتِلُوۡہُمۡ حَتّٰی لَا تَکُوۡنَ فِتۡنَۃٌ وَّ یَکُوۡنَ الدِّیۡنُ کُلُّہٗ لِلّٰہِ ۚ فَاِنِ انۡتَہَوۡا فَاِنَّ اللّٰہَ بِمَا یَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرٌ ﴿۳۹﴾
008.039 Waqatiloohum hatta la takoona fitnatun wayakoona alddeenu kulluhu lillahi fa-ini intahaw fa-inna Allaha bima yaAAmaloona baseerun
8:39 En bevecht hen totdat er geen Fitnah (Shirk) meer is en de gehele religie/levenswijze volgens (de bepaling van) Allah is. Echter, als ze stoppen, dan voorzeker Allah is Al-Basier (Al-Ziende), Hij ziet wat ze doen. (Zie ook 5:50, 12:40)

وَ اِنۡ تَوَلَّوۡا فَاعۡلَمُوۡۤا اَنَّ اللّٰہَ مَوۡلٰىکُمۡ ؕ نِعۡمَ الۡمَوۡلٰی وَ نِعۡمَ النَّصِیۡرُ ﴿۴۰﴾
008.040 Wa-in tawallaw faiAAlamoo anna Allaha mawlakum niAAma almawla waniAAma alnnaseeru
8:40 En als ze zich afwenden, weet dan dat Allah jouw Heer is. Hij is de beste Heer en de beste Helper.

وَ اعۡلَمُوۡۤا اَنَّمَا غَنِمۡتُمۡ مِّنۡ شَیۡءٍ فَاَنَّ لِلّٰہِ خُمُسَہٗ وَ لِلرَّسُوۡلِ وَ لِذِی الۡقُرۡبٰی وَ الۡیَتٰمٰی وَ الۡمَسٰکِیۡنِ وَ ابۡنِ السَّبِیۡلِ ۙ اِنۡ کُنۡتُمۡ اٰمَنۡتُمۡ بِاللّٰہِ وَ مَاۤ اَنۡزَلۡنَا عَلٰی عَبۡدِنَا یَوۡمَ الۡفُرۡقَانِ یَوۡمَ الۡتَقَی الۡجَمۡعٰنِ ؕ وَ اللّٰہُ عَلٰی کُلِّ شَیۡءٍ قَدِیۡرٌ ﴿۴۱﴾
008.041 WaiAAlamoo annama ghanimtum min shay-in faanna lillahi khumusahu walilrrasooli walithee alqurba waalyatama waalmasakeeni waibni alssabeeli in kuntum amantum biAllahi wama anzalna AAala AAabdina yawma alfurqani yawma iltaqa aljamAAani waAllahu AAala kulli shay-in qadeerun
8:41 En weet dat, één vijfde deel van de gehele oorlogsbuit is voor de weg van Allah, de boodschapper, de verwanten, de wezen, de armen, en de reizigers. (Gehoorzaam) als jullie in Allah geloven en in dat wat Wij neer zonden (de engelen) tot Onze dienaar op de dag van de Foerqan (onderscheid tussen goed en kwaad) toen de twee legers elkaar ontmoetten (de slag van Badr). En Allah is over alles Al-Kadier (Al-Machtig).

اِذۡ اَنۡتُمۡ بِالۡعُدۡوَۃِ الدُّنۡیَا وَ ہُمۡ بِالۡعُدۡوَۃِ الۡقُصۡوٰی وَ الرَّکۡبُ اَسۡفَلَ مِنۡکُمۡ ؕ وَ لَوۡ تَوَاعَدۡتُّمۡ لَاخۡتَلَفۡتُمۡ فِی الۡمِیۡعٰدِ ۙ وَ لٰکِنۡ لِّیَقۡضِیَ اللّٰہُ اَمۡرًا کَانَ مَفۡعُوۡلًا ۬ۙ لِّیَہۡلِکَ مَنۡ ہَلَکَ عَنۡۢ بَیِّنَۃٍ وَّ یَحۡیٰی مَنۡ حَیَّ عَنۡۢ بَیِّنَۃٍ ؕ وَ اِنَّ اللّٰہَ لَسَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿ۙ۴۲﴾
008.042 Ith antum bialAAudwati alddunya wahum bialAAudwati alquswa waalrrakbu asfala minkum walaw tawaAAadtum laikhtalaftum fee almeeAAadi walakin liyaqdiya Allahu amran kana mafAAoolan liyahlika man halaka AAan bayyinatin wayahya man hayya AAan bayyinatin wa-inna Allaha lasameeAAun AAaleemun
8:42 Gedenk toen jullie dichtbij de slagveld in de vallei bevonden en zij (de godenaanbidders) zich aan de andere kant van de vallei bevonden en dat de karavaan zich dichtbij onder jullie bevond. En als jullie een dag zouden aanstellen (voor een dergelijke ontmoeting), dan zouden jullie het niet voor elkaar krijgen. Maar Allah laat een zaak uitkomen dat bepaald was, zodat Hij de vijanden vernietigt op basis van een duidelijk bewijs en laat leven op basis van een duidelijk bewijs. En voorzeker, Allah is de Al-Samie'u (de Al-Horende), de Al-A'liemu (Al-wetende).

اِذۡ یُرِیۡکَہُمُ اللّٰہُ فِیۡ مَنَامِکَ قَلِیۡلًا ؕ وَ لَوۡ اَرٰىکَہُمۡ کَثِیۡرًا لَّفَشِلۡتُمۡ وَ لَتَنَازَعۡتُمۡ فِی الۡاَمۡرِ وَ لٰکِنَّ اللّٰہَ سَلَّمَ ؕ اِنَّہٗ عَلِیۡمٌۢ بِذَاتِ الصُّدُوۡرِ ﴿۴۳﴾
008.043 Ith yureekahumu Allahu fee manamika qaleelan walaw arakahum katheeran lafashiltum walatanazaAAtum fee al-amri walakinna Allaha sallama innahu AAaleemun bithati alssudoori
8:43 Gedenk toen Allah hen in jouw droom als weinig in aantal liet zien. En als Hij jou, hen als veel in aantal had laten zien, dan hadden jullie zeker jullie moed verloren en ruzie gemaakt voor de kwestie. Maar Hij heeft jullie ervan gered en Hij is Aliem (Al-wetend) over wat er in de harten afspeelt.

وَ اِذۡ یُرِیۡکُمُوۡہُمۡ اِذِ الۡتَقَیۡتُمۡ فِیۡۤ اَعۡیُنِکُمۡ قَلِیۡلًا وَّ یُقَلِّلُکُمۡ فِیۡۤ اَعۡیُنِہِمۡ لِیَقۡضِیَ اللّٰہُ اَمۡرًا کَانَ مَفۡعُوۡلًا ؕ وَ اِلَی اللّٰہِ تُرۡجَعُ الۡاُمُوۡرُ ﴿٪۴۴﴾
008.044 Wa-ith yureekumoohum ithi iltaqaytum fee aAAyunikum qaleelan wayuqallilukum fee aAAyunihim liyaqdiya Allahu amran kana mafAAoolan wa-ila Allahi turjaAAu al-omooru
8:44 En (gedenk) toen Hij hen als weinig in jullie ogen liet zien tijdens de confrontatie. En Hij deed jullie (ook) als weinig voorkomen in hun ogen, zodat Allah een voorbestemde kwestie zou laten plaats vinden. En tot Allah keren alle kwesties terug.

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا لَقِیۡتُمۡ فِئَۃً فَاثۡبُتُوۡا وَ اذۡکُرُوا اللّٰہَ کَثِیۡرًا لَّعَلَّکُمۡ تُفۡلِحُوۡنَ ﴿ۚ۴۵﴾
008.045 Ya ayyuha allatheena amanoo itha laqeetum fi-atan faothbutoo waothkuroo Allaha katheeran laAAallakum tuflihoona
8:45 O gelovigen! Wanneer jullie een leger (op het slagveld) ontmoeten, wees dan sterk en gedenk Allah veel, zodat jullie succesvol kunnen worden.

وَ اَطِیۡعُوا اللّٰہَ وَ رَسُوۡلَہٗ وَ لَا تَنَازَعُوۡا فَتَفۡشَلُوۡا وَ تَذۡہَبَ رِیۡحُکُمۡ وَ اصۡبِرُوۡا ؕ اِنَّ اللّٰہَ مَعَ الصّٰبِرِیۡنَ ﴿ۚ۴۶﴾
008.046 WaateeAAoo Allaha warasoolahu wala tanazaAAoo fatafshaloo watathhaba reehukum waisbiroo inna Allaha maAAa alssabireena
8:46 En gehoorzaam Allah en Zijn Boodschapper en twist niet (onderling), zodat jullie de moed en jullie krachten niet verliezen. En wees geduldig. Voorzeker, Allah is met de geduldigen.

وَ لَا تَکُوۡنُوۡا کَالَّذِیۡنَ خَرَجُوۡا مِنۡ دِیَارِہِمۡ بَطَرًا وَّ رِئَآءَ النَّاسِ وَ یَصُدُّوۡنَ عَنۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا یَعۡمَلُوۡنَ مُحِیۡطٌ ﴿۴۷﴾
008.047 Wala takoonoo kaallatheena kharajoo min diyarihim bataran wari-aa alnnasi wayasuddoona AAan sabeeli Allahi waAllahu bima yaAAmaloona muheetun
8:47 En wees niet zoals degenen die uit hun huizen komen, hoogmoedig en met ijdel vertoon naar de mensen, en die verhinderen op de weg van Allah. En Allah is alles omvattend over hetgeen zij doen.

وَ اِذۡ زَیَّنَ لَہُمُ الشَّیۡطٰنُ اَعۡمَالَہُمۡ وَ قَالَ لَا غَالِبَ لَکُمُ الۡیَوۡمَ مِنَ النَّاسِ وَ اِنِّیۡ جَارٌ لَّکُمۡ ۚ فَلَمَّا تَرَآءَتِ الۡفِئَتٰنِ نَکَصَ عَلٰی عَقِبَیۡہِ وَ قَالَ اِنِّیۡ بَرِیۡٓءٌ مِّنۡکُمۡ اِنِّیۡۤ اَرٰی مَا لَا تَرَوۡنَ اِنِّیۡۤ اَخَافُ اللّٰہَ ؕ وَ اللّٰہُ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿٪۴۸﴾
008.048 Wa-ith zayyana lahumu alshshaytanu aAAmalahum waqala la ghaliba lakumu alyawma mina alnnasi wa-innee jarun lakum falamma taraati alfi-atani nakasa AAala AAaqibayhi waqala innee baree-on minkum innee ara ma la tarawna innee akhafu Allaha waAllahu shadeedu alAAiqabi
8:48 En gedenk toen de satan hun daden deed schoonschijnen en hij zei: "Niemand van de mensen kan jullie overwinnen vandaag! En voorzeker, ik ben jullie helper." Echter toen de twee legers elkaar zagen, vluchtte hij (de satan) en zei:" Voorzeker, ik behoor niet tot jullie. Ik zie wat jullie niet zien (de engelen). Voorzeker, ik vrees Allah. En Allah is hard in het straffen."

اِذۡ یَقُوۡلُ الۡمُنٰفِقُوۡنَ وَ الَّذِیۡنَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ مَّرَضٌ غَرَّہٰۤؤُ لَآءِ دِیۡنُہُمۡ ؕ وَ مَنۡ یَّتَوَکَّلۡ عَلَی اللّٰہِ فَاِنَّ اللّٰہَ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۴۹﴾
008.049 Ith yaqoolu almunafiqoona waallatheena fee quloobihim maradun gharra haola-i deenuhum waman yatawakkal AAala Allahi fa-inna Allaha AAazeezun hakeemun
8:49 (Gedenk) Toen de hypocrieten en degenen met een ziekte in hun harten zeiden:" Hun Dien (religie/levenswijze) heeft hen misleid." Maar, wie zijn vertrouwen in Allah stelt, (weet dan dat) voorzeker Allah is Al-Aziez (Al-Machtig), Al-Hakiem(Al-Wijze).

وَ لَوۡ تَرٰۤی اِذۡ یَتَوَفَّی الَّذِیۡنَ کَفَرُوا ۙ الۡمَلٰٓئِکَۃُ یَضۡرِبُوۡنَ وُجُوۡہَہُمۡ وَ اَدۡبَارَہُمۡ ۚ وَ ذُوۡقُوۡا عَذَابَ الۡحَرِیۡقِ ﴿۵۰﴾
008.050 Walaw tara ith yatawaffa allatheena kafaroo almala-ikatu yadriboona wujoohahum waadbarahum wathooqoo AAathaba alhareeqi
8:50 En kon je maar het moment zien wanneer de zielen van de ongelovigen door de engelen worden weggenomen. Ze slaan op hun gezichten en op hun rug, en zeggen: "Proef de straf van de razende vuur!"

ذٰلِکَ بِمَا قَدَّمَتۡ اَیۡدِیۡکُمۡ وَ اَنَّ اللّٰہَ لَیۡسَ بِظَلَّامٍ لِّلۡعَبِیۡدِ ﴿ۙ۵۱﴾
008.051 Thalika bima qaddamat aydeekum waanna Allaha laysa bithallamin lilAAabeedi
8:51 "Dat is voor wat jullie handen hebben voortgebracht. En voorzeker, Allah is niet onrechtvaardig naar zijn slaven toe."

کَدَاۡبِ اٰلِ فِرۡعَوۡنَ ۙ وَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ کَفَرُوۡا بِاٰیٰتِ اللّٰہِ فَاَخَذَہُمُ اللّٰہُ بِذُنُوۡبِہِمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ قَوِیٌّ شَدِیۡدُ الۡعِقَابِ ﴿۵۲﴾
008.052 Kada/bi ali firAAawna waallatheena min qablihim kafaroo bi-ayati Allahi faakhathahumu Allahu bithunoobihim inna Allaha qawiyyun shadeedu alAAiqabi
8:52 Net zoals Farao en zijn mensen, en de generaties voor hen. Ze geloofden niet in de tekenen van Allah, dus greep Allah hen voor hun zonden. Voorzeker, Allah is de sterkste en hard in het straffen.

ذٰلِکَ بِاَنَّ اللّٰہَ لَمۡ یَکُ مُغَیِّرًا نِّعۡمَۃً اَنۡعَمَہَا عَلٰی قَوۡمٍ حَتّٰی یُغَیِّرُوۡا مَا بِاَنۡفُسِہِمۡ ۙ وَ اَنَّ اللّٰہَ سَمِیۡعٌ عَلِیۡمٌ ﴿ۙ۵۳﴾
008.053 Thalika bi-anna Allaha lam yaku mughayyiran niAAmatan anAAamaha AAala qawmin hatta yughayyiroo ma bi-anfusihim waanna Allaha sameeAAun AAaleemun
8:53 Dit omdat Allah nooit de zegeningen zou veranderen waarmee Hij een volk mee begunstigd heeft tenzij ze zichzelf veranderen (op een negatieve manier). En voorzeker Allah is Samie'u (Alhorend), Aliem (Alwetend). (Notitie: 13:11)

کَدَاۡبِ اٰلِ فِرۡعَوۡنَ ۙ وَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ ؕ کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِ رَبِّہِمۡ فَاَہۡلَکۡنٰہُمۡ بِذُنُوۡبِہِمۡ وَ اَغۡرَقۡنَاۤ اٰلَ فِرۡعَوۡنَ ۚ وَ کُلٌّ کَانُوۡا ظٰلِمِیۡنَ ﴿۵۴﴾
008.054 Kada/bi ali firAAawna waallatheena min qablihim kaththaboo bi-ayati rabbihim faahlaknahum bithunoobihim waaghraqna ala firAAawna wakullun kanoo thalimeena
8:54 Net zoals Farao en zijn mensen, en de generaties voor hen. Ze verwierpen de tekenen van hun Heer, dus vernietigden Wij hen voor hun zonden. En Wij deden Farao en zijn mensen verdrinken. Ze waren allen misdadigers.

اِنَّ شَرَّ الدَّوَآبِّ عِنۡدَ اللّٰہِ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا فَہُمۡ لَا یُؤۡمِنُوۡنَ ﴿ۖۚ۵۵﴾
008.055 Inna sharra alddawabbi AAinda Allahi allatheena kafaroo fahum la yu/minoona
8:55 Voorzeker, voor Allah zijn de ongelovigen de meest slechte van de levende schepselen want ze zullen niet geloven.

اَلَّذِیۡنَ عٰہَدۡتَّ مِنۡہُمۡ ثُمَّ یَنۡقُضُوۡنَ عَہۡدَہُمۡ فِیۡ کُلِّ مَرَّۃٍ وَّ ہُمۡ لَا یَتَّقُوۡنَ ﴿۵۶﴾
008.056 Allatheena AAahadta minhum thumma yanqudoona AAahdahum fee kulli marratin wahum la yattaqoona
8:56 Dat zijn degenen met wie jij een verbond bent aangegaan. Vervolgens verbreken ze hun verbond iedere keer, omdat ze Allah niet vrezen.

فَاِمَّا تَثۡقَفَنَّہُمۡ فِی الۡحَرۡبِ فَشَرِّدۡ بِہِمۡ مَّنۡ خَلۡفَہُمۡ لَعَلَّہُمۡ یَذَّکَّرُوۡنَ ﴿۵۷﴾
008.057 Fa-imma tathqafannahum fee alharbi fasharrid bihim man khalfahum laAAallahum yaththakkaroona
8:57 Wanneer jullie de overmacht krijgen gedurende de oorlog, handel dan hardhandig zodat de anderen terugtrekken en zich kunnen vermanen.

وَ اِمَّا تَخَافَنَّ مِنۡ قَوۡمٍ خِیَانَۃً فَانۡۢبِذۡ اِلَیۡہِمۡ عَلٰی سَوَآءٍ ؕ اِنَّ اللّٰہَ لَا یُحِبُّ الۡخَآئِنِیۡنَ ﴿٪۵۸﴾
008.058 Wa-imma takhafanna min qawmin khiyanatan fainbith ilayhim AAala sawa-in inna Allaha la yuhibbu alkha-ineena
8:58 En als jij verraad van een volk vreest, ontbindt het verbond met hen op gelijke wijze. Voorzeker, Allah houdt niet van de verraders.

وَ لَا یَحۡسَبَنَّ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا سَبَقُوۡا ؕ اِنَّہُمۡ لَا یُعۡجِزُوۡنَ ﴿۵۹﴾
008.059 Wala yahsabanna allatheena kafaroo sabaqoo innahum la yuAAjizoona
8:59 En de (ongeschonden) ongelovigen moeten niet denken dat ze te slim zijn af geweest. Voorzeker, ze kunnen niet ontsnappen.

وَ اَعِدُّوۡا لَہُمۡ مَّا اسۡتَطَعۡتُمۡ مِّنۡ قُوَّۃٍ وَّ مِنۡ رِّبَاطِ الۡخَیۡلِ تُرۡہِبُوۡنَ بِہٖ عَدُوَّ اللّٰہِ وَ عَدُوَّکُمۡ وَ اٰخَرِیۡنَ مِنۡ دُوۡنِہِمۡ ۚ لَا تَعۡلَمُوۡنَہُمۡ ۚ اَللّٰہُ یَعۡلَمُہُمۡ ؕ وَ مَا تُنۡفِقُوۡا مِنۡ شَیۡءٍ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ یُوَفَّ اِلَیۡکُمۡ وَ اَنۡتُمۡ لَا تُظۡلَمُوۡنَ ﴿۶۰﴾
008.060 WaaAAiddoo lahum ma istataAAtum min quwwatin wamin ribati alkhayli turhiboona bihi AAaduwwa Allahi waAAaduwwakum waakhareena min doonihim la taAAlamoonahumu Allahu yaAAlamuhum wama tunfiqoo min shay-in fee sabeeli Allahi yuwaffa ilaykum waantum la tuthlamoona
8:60 En bereid tegen hen een strijdkracht voor met wat jullie kunnen bemachtigen en met paarden, om Allah's vijanden en jullie vijanden en ook anderen die jullie niet kennen, maar die Allah wel kent, vrees aan te jagen. En wat jullie op de weg van Allah spenderen, zal aan jullie volledig worden terug betaald. En er zal geen enkel onrecht op jullie worden aangedaan.

وَ اِنۡ جَنَحُوۡا لِلسَّلۡمِ فَاجۡنَحۡ لَہَا وَ تَوَکَّلۡ عَلَی اللّٰہِ ؕ اِنَّہٗ ہُوَ السَّمِیۡعُ الۡعَلِیۡمُ ﴿۶۱﴾
008.061 Wa-in janahoo lilssalmi faijnah laha watawakkal AAala Allahi innahu huwa alssameeAAu alAAaleemu
8:61 En als ze neigen tot vrede, dan moeten jullie ook ernaar toe neigen. En zet jullie vertrouwen in Allah. Voorzeker Hij is Samie'a (Al-horend), Aliem (Al-wetend).

وَ اِنۡ یُّرِیۡدُوۡۤا اَنۡ یَّخۡدَعُوۡکَ فَاِنَّ حَسۡبَکَ اللّٰہُ ؕ ہُوَ الَّذِیۡۤ اَیَّدَکَ بِنَصۡرِہٖ وَ بِالۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿ۙ۶۲﴾
008.062 Wa-in yureedoo an yakhdaAAooka fa-inna hasbaka Allahu huwa allathee ayyadaka binasrihi wabialmu/mineena
8:62 Echter als ze jou willen bedriegen, voorzeker, weet dan dat Allah voldoende voor jou is. Hij is degene die jou ondersteunt heeft met Zijn hulp en met de gelovigen.

وَ اَلَّفَ بَیۡنَ قُلُوۡبِہِمۡ ؕ لَوۡ اَنۡفَقۡتَ مَا فِی الۡاَرۡضِ جَمِیۡعًا مَّاۤ اَلَّفۡتَ بَیۡنَ قُلُوۡبِہِمۡ وَ لٰکِنَّ اللّٰہَ اَلَّفَ بَیۡنَہُمۡ ؕ اِنَّہٗ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۶۳﴾
008.063 Waallafa bayna quloobihim law anfaqta ma fee al-ardi jameeAAan ma allafta bayna quloobihim walakinna Allaha allafa baynahum innahu AAazeezun hakeemun
8:63 En Hij heeft (tussen de gelovigen) broederschap/liefde in hun harten geplaatst. Ook al zou jij alles, wat op de aarde is, uitgeven dan nog zou jij geen broederschap/liefde in hun harten kunnen plaatsen, maar Allah heeft de broederschap tussen hen geplaatst. Voorzeker, Hij is Al-Aziez (Almachtig), Hakiem (Alwijze).

یٰۤاَیُّہَا النَّبِیُّ حَسۡبُکَ اللّٰہُ وَ مَنِ اتَّبَعَکَ مِنَ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ ﴿٪۶۴﴾
008.064 Ya ayyuha alnnabiyyu hasbuka Allahu wamani ittabaAAaka mina almu/mineena
8:64 O Profeet! Allah is voldoende voor jou en voor de gelovigen die jou volgen.

یٰۤاَیُّہَا النَّبِیُّ حَرِّضِ الۡمُؤۡمِنِیۡنَ عَلَی الۡقِتَالِ ؕ اِنۡ یَّکُنۡ مِّنۡکُمۡ عِشۡرُوۡنَ صٰبِرُوۡنَ یَغۡلِبُوۡا مِائَتَیۡنِ ۚ وَ اِنۡ یَّکُنۡ مِّنۡکُمۡ مِّائَۃٌ یَّغۡلِبُوۡۤا اَلۡفًا مِّنَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بِاَنَّہُمۡ قَوۡمٌ لَّا یَفۡقَہُوۡنَ ﴿۶۵﴾
008.065 Ya ayyuha alnnabiyyu harridi almu/mineena AAala alqitali in yakun minkum AAishroona sabiroona yaghliboo mi-atayni wa-in yakun minkum mi-atun yaghliboo alfan mina allatheena kafaroo bi-annahum qawmun la yafqahoona
8:65 O Profeet! Moedig de gelovigen aan voor het gevecht. Als er onder jullie twintig standvastig zijn, dan zullen jullie tweehonderd kunnen verslaan. En als er onder jullie honderd standvastig zijn, dan zullen jullie duizend ongelovigen kunnen verslaan, omdat het mensen zijn die niet begrijpen. (Notitie: Dus voor 1 gelovigen 10 ongelovigen)

اَلۡـٰٔنَ خَفَّفَ اللّٰہُ عَنۡکُمۡ وَ عَلِمَ اَنَّ فِیۡکُمۡ ضَعۡفًا ؕ فَاِنۡ یَّکُنۡ مِّنۡکُمۡ مِّائَۃٌ صَابِرَۃٌ یَّغۡلِبُوۡا مِائَتَیۡنِ ۚ وَ اِنۡ یَّکُنۡ مِّنۡکُمۡ اَلۡفٌ یَّغۡلِبُوۡۤا اَلۡفَیۡنِ بِاِذۡنِ اللّٰہِ ؕ وَ اللّٰہُ مَعَ الصّٰبِرِیۡنَ ﴿۶۶﴾
008.066 Al-ana khaffafa Allahu AAankum waAAalima anna feekum daAAfan fa-in yakun minkum mi-atun sabiratun yaghliboo mi-atayni wa-in yakun minkum alfun yaghliboo alfayni bi-ithni Allahi waAllahu maAAa alssabireena
8:66 (Echter,) Nu heeft Allah de last voor jullie verlicht, omdat Hij weet dat er zwakheid in jullie is. Dus als er onder jullie honderd standvastig zijn, dan zullen er tweehonderd verslagen worden. En als er onder jullie duizend standvastig zijn, dan zullen jullie tweeduizend verslaan, dit met verlof van Allah. En Allah is met degenen die standvastig zijn. (Notitie: Dus nu na de versoepeling, voor 1 gelovigen zijn er 2 ongelovigen)

مَا کَانَ لِنَبِیٍّ اَنۡ یَّکُوۡنَ لَہٗۤ اَسۡرٰی حَتّٰی یُثۡخِنَ فِی الۡاَرۡضِ ؕ تُرِیۡدُوۡنَ عَرَضَ الدُّنۡیَا ٭ۖ وَ اللّٰہُ یُرِیۡدُ الۡاٰخِرَۃَ ؕ وَ اللّٰہُ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۶۷﴾
008.067 Ma kana linabiyyin an yakoona lahu asra hatta yuthkhina fee al-ardi tureedoona AAarada alddunya waAllahu yureedu al-akhirata waAllahu AAazeezun hakeemun
8:67 Het is niet voor een Profeet om krijgsgevangen te hebben, behalve als er met veel strijd in het land is gevochten. Jullie verlangen naar de goederen/versiering van de wereld, echter Allah wenst voor jullie het hiernamaals. En Allah is Al-Aziez (de Almachtig), Al-Hakiem (de Alwijze). (Notitie: Zie ook 47:4)

لَوۡ لَا کِتٰبٌ مِّنَ اللّٰہِ سَبَقَ لَمَسَّکُمۡ فِیۡمَاۤ اَخَذۡتُمۡ عَذَابٌ عَظِیۡمٌ ﴿۶۸﴾
008.068 Lawla kitabun mina Allahi sabaqa lamassakum feema akhathtum AAathabun AAatheemun
8:68 Als Allah niet besloten had (dat de oorlogsbuit wettig geworden is), dan zouden jullie zeker getroffen zijn door een grote straf voor hetgeen jullie namen (van de oorlogsbuit).

فَکُلُوۡا مِمَّا غَنِمۡتُمۡ حَلٰلًا طَیِّبًا ۫ۖ وَّ اتَّقُوا اللّٰہَ ؕ اِنَّ اللّٰہَ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿٪۶۹﴾
008.069 Fakuloo mimma ghanimtum halalan tayyiban waittaqoo Allaha inna Allaha ghafoorun raheemun
8:69 Dus eet van de oorlogsbuit, het is wettig en goed. En vrees Allah. Voorzeker, Allah is Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige).

یٰۤاَیُّہَا النَّبِیُّ قُلۡ لِّمَنۡ فِیۡۤ اَیۡدِیۡکُمۡ مِّنَ الۡاَسۡرٰۤی ۙ اِنۡ یَّعۡلَمِ اللّٰہُ فِیۡ قُلُوۡبِکُمۡ خَیۡرًا یُّؤۡتِکُمۡ خَیۡرًا مِّمَّاۤ اُخِذَ مِنۡکُمۡ وَ یَغۡفِرۡ لَکُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ غَفُوۡرٌ رَّحِیۡمٌ ﴿۷۰﴾
008.070 Ya ayyuha alnnabiyyu qul liman fee aydeekum mina al-asra in yaAAlami Allahu fee quloobikum khayran yu/tikum khayran mimma okhitha minkum wayaghfir lakum waAllahu ghafoorun raheemun
8:70 O profeet! Zeg tegen de krijgsgevangen: "Als Allah weet dat er iets goed in jullie harten is, dan zal Hij jullie iets beter geven dan datgeen wat van jullie ontnomen is. En Hij zal jullie vergeven. En Allah is Gafoer (de meest Vergevensgezinde), Ar-Rahmaan (de meest Barmhartige)."

وَ اِنۡ یُّرِیۡدُوۡا خِیَانَتَکَ فَقَدۡ خَانُوا اللّٰہَ مِنۡ قَبۡلُ فَاَمۡکَنَ مِنۡہُمۡ ؕ وَ اللّٰہُ عَلِیۡمٌ حَکِیۡمٌ ﴿۷۱﴾
008.071 Wa-in yureedoo khiyanataka faqad khanoo Allaha min qablu faamkana minhum waAllahu AAaleemun hakeemun
8:71 Maar als ze de intentie hebben om jou te misleiden, weet dan dat ze Allah al eerder bedrogen hebben (door afgoden te nemen). Daarom gaf Hij jullie de macht over hen. En Allah is Aliem (de Alwetende), Hakiem (de Alwijze).

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ ہَاجَرُوۡا وَ جٰہَدُوۡا بِاَمۡوَالِہِمۡ وَ اَنۡفُسِہِمۡ فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ الَّذِیۡنَ اٰوَوۡا وَّ نَصَرُوۡۤا اُولٰٓئِکَ بَعۡضُہُمۡ اَوۡلِیَآءُ بَعۡضٍ ؕ وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ لَمۡ یُہَاجِرُوۡا مَا لَکُمۡ مِّنۡ وَّلَایَتِہِمۡ مِّنۡ شَیۡءٍ حَتّٰی یُہَاجِرُوۡا ۚ وَ اِنِ اسۡتَنۡصَرُوۡکُمۡ فِی الدِّیۡنِ فَعَلَیۡکُمُ النَّصۡرُ اِلَّا عَلٰی قَوۡمٍۭ بَیۡنَکُمۡ وَ بَیۡنَہُمۡ مِّیۡثَاقٌ ؕ وَ اللّٰہُ بِمَا تَعۡمَلُوۡنَ بَصِیۡرٌ ﴿۷۲﴾
008.072 Inna allatheena amanoo wahajaroo wajahadoo bi-amwalihim waanfusihim fee sabeeli Allahi waallatheena awaw wanasaroo ola-ika baAAduhum awliyao baAAdin waallatheena amanoo walam yuhajiroo ma lakum min walayatihim min shay-in hatta yuhajiroo wa-ini istansarookum fee alddeeni faAAalaykumu alnnasru illa AAala qawmin baynakum wabaynahum meethaqun waAllahu bima taAAmaloona baseerun
8:72 Voorzeker, de gelovigen die emigreerden (naar Medina) en die hard streden met hun bezittingen en met hun leven op de weg van Allah, en degenen (bewoners van Medina) die hen onderdak gaven en hen hielpen, zijn bondgenoten van elkaar. Echter, de gelovigen (in Mekka) die niet emigreerden zijn geen bondgenoten van jullie, totdat ze emigreren. En als ze bij jullie om hulp vragen op het gebied van Dien (geloof), dan moeten jullie hen helpen, behalve als het gaat om een volk waarmee er een verdrag tussen jullie en hen is. En Allah is Alziende over hetgeen jullie doen. (Notitie: Zie ook (9:71) (4:98))

وَ الَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا بَعۡضُہُمۡ اَوۡلِیَآءُ بَعۡضٍ ؕ اِلَّا تَفۡعَلُوۡہُ تَکُنۡ فِتۡنَۃٌ فِی الۡاَرۡضِ وَ فَسَادٌ کَبِیۡرٌ ﴿ؕ۷۳﴾
008.073 Waallatheena kafaroo baAAduhum awliyao baAAdin illa tafAAaloohu takun fitnatun fee al-ardi wafasadun kabeerun
8:73 En de ongelovigen zijn elkaars bondgenoten. Als jullie al hetgeen niet doen, dan zal er onderdrukking en verderf op de aarde zijn.

وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا وَ ہَاجَرُوۡا وَ جٰہَدُوۡا فِیۡ سَبِیۡلِ اللّٰہِ وَ الَّذِیۡنَ اٰوَوۡا وَّ نَصَرُوۡۤا اُولٰٓئِکَ ہُمُ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ حَقًّا ؕ لَہُمۡ مَّغۡفِرَۃٌ وَّ رِزۡقٌ کَرِیۡمٌ ﴿۷۴﴾
008.074 Waallatheena amanoo wahajaroo wajahadoo fee sabeeli Allahi waallatheena awaw wanasaroo ola-ika humu almu/minoona haqqan lahum maghfiratun warizqun kareemun
8:74 En de gelovigen, die geëmigreerd zijn en hard gestreden hebben op de weg van Allah en degenen die onderdak gaven en geholpen hebben, zij zijn de ware gelovigen. Voor hen is er vergeving en een eervolle voorziening.

وَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مِنۡۢ بَعۡدُ وَ ہَاجَرُوۡا وَ جٰہَدُوۡا مَعَکُمۡ فَاُولٰٓئِکَ مِنۡکُمۡ ؕ وَ اُولُوا الۡاَرۡحَامِ بَعۡضُہُمۡ اَوۡلٰی بِبَعۡضٍ فِیۡ کِتٰبِ اللّٰہِ ؕ اِنَّ اللّٰہَ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿٪۷۵﴾
008.075 Waallatheena amanoo min baAAdu wahajaroo wajahadoo maAAakum faola-ika minkum waoloo al-arhami baAAduhum awla bibaAAdin fee kitabi Allahi inna Allaha bikulli shay-in AAaleemun
8:75 En degenen die later gelovig zijn geworden, geëmigreerd zijn en hard strijde met jullie, zij behoren tot jullie. Echter, de bloedverwanten hebben een hechtere band dat genoteerd staat in Allah's boek. Voorzeker, Allah is over alles Aliem (Alwetend). (Notitie: In het begin van de emigratie deelden de bewoners van Medina hun eigendommen met de emigranten van Mekka. Dus bezittingen werden ook gedeeld op basis van erfrecht. Echter nadat de Islam de overhand had en de emigranten zelfvoorzienend waren, bepaalde Allah met deze vers dat het delen en dus ook het erven op basis van de bloedverwantschap geldt, zie 4:7-13.)


www.heiligekoran.nl